De website langzullenwelezen.be gaat begin volgend jaar offline en de informatie wordt sinds 1 november niet meer aangevuld. Wil je op de hoogte blijven van het laatste boekennieuws uit de VRT-programma's en leestips ontvangen? Schrijf je dan hier in voor de wekelijkse nieuwsbrief.

Zijn we te gevoelig geworden? Svenja Flasspöhler zoekt een antwoord op die vraag in ‘Sensibel’

Non-fictie Klara

Zijn we overgevoelig geworden voor grapjes en beledigingen? Hoe komt dat? En is dat überhaupt wel erg? De Duitse filosofe Svenja Flasspöhler vroeg zich dit af en schreef ‘Sensibel, over de grenzen van de menselijke gevoeligheid’. Haar collega-filosofe Tinneke Beeckman las het boek en vertelde erover bij Heleen Debruyne in Pompidou op Klara.

Filosofe Svenja Flasspöhler woont in Berlijn en is de hoofdredacteur Literatuur, Kunst en Geesteswetenschappen van Deutschlandradio Kultur. Volgens Beeckman is ‘Sensibel’ een reactie op een ander boek van haar, ‘Die Potente Frau’. ‘Dat boek schreef ze na de opkomst van de MeToo-beweging. Die beweging is belangrijk voor haar, omdat empathie noodzakelijk is, maar ze wil niet dat vrouwen herleid worden tot alleen maar kwetsbare personen. Daarop werd haar verweten dat ze te weinig aandacht heeft voor wat anderen meemaken en hun trauma’s. Het is een poging om te tonen dat je niet alleen gevoeligheid nodig hebt, maar ook weerbaarheid en dat er een verbindende dialectiek is tussen die twee’, aldus Beeckman.

Flasspöhler maakt een onderscheid tussen actieve gevoeligheid, dat is empathie die effectief verbindend werkt, en de passieve gevoeligheid, een prikkelbaarheid waarbij je eist dat er rekening gehouden wordt met jouw specifieke gevoeligheid op een manier die niet meer verbindend werkt, maar polariserend.

Mens of vleermuis?

Om het begrip empathie te definiëren maakt Flasspöhler een reis door de filosofie en de tijd. Ze stelt vast dat er twee vormen van empathie zijn. Ofwel bekijk je, vanuit jouw eigen perspectief, het perspectief van de ander. Of je probeert je helemaal in te leven in het perspectief van de ander. Om deze theorie te verduidelijken verwijst de filosofe naar een boek van Thomas Nagel over hoe het is om een vleermuis te zijn. Om dat te weten moet je je niet voorstellen hoe het zou zijn, als mens, om een vleermuis te zijn en rond te vliegen, maar je moet je echt voorstellen hoe het is voor een vleermuis om een vleermuis te zijn. ‘Die tweede vorm van empathie is belangrijk, maar ook moeilijk. Vroeg of laat bots je op een ontologisch probleem. Je kan nooit echt de ander zijn, hoe hard je je ook probeert in te leven’, zegt Beeckman daarover.

Flasspöhler neemt ook de geschiedenis van empathie onder de loep. Ze stelt vast dat meer gevoeligheid niet noodzakelijk meer moraliteit en meer vooruitgang betekent. In tegendeel, vaak mondt meer empathie uit in passieve gevoeligheid. ‘Toch durft Flasspöhler soms enorm boud te zijn in haar analyse’, vertelt Beeckman, ‘Op basis van Norbert Elias maakt ze een tegenstelling tussen de middeleeuwer die qua eten, kleding en seksualiteit verschrikkelijk bruut is en Jan, de moderne man, die even feministisch is als een vrouw en ook voor de kinderen zorgt. De idee van mogelijke vooruitgang zit er dus wel in.’

L’amour de soi versus l’amour propre

Ook de 18e eeuw is qua empathie een interessante eeuw geweest. Figuren als Jean-Jacques Rousseau en David Hume tonen voor het eerst die moderne gevoeligheid. Rousseau stelt het gevoel centraal in de moraal. Hij maakt het bekende onderscheid tussen ‘l’amour de soi’, eigenliefde op een positieve, natuurlijke manier en ‘l’amour propre’, wat volgens Rousseau het kwaal van de moderne tijd is en alleen maar ijdelheid, prestigedrang en rivaliteit teweeg brengt bij de opkomende burgerij. Die ‘amour propre’ is niet meer verbindend.

Volgens Beeckman leven die ideeën nog altijd door. Aan Rousseau hebben we ook het idee te danken van de vrouw als meer empathisch wezen en dus ook een betere moeder. ‘Het is problematisch dat je daar een vrouwbeeld krijgt, volledig vanuit de projectie van de man. Dat de vrouw eigen begeertes en verlangens heeft, helemaal haaks op het geïdealiseerde beeld van de man, daar was Rousseau blind voor’, aldus Beeckman.

Sadisme

Vreemd genoeg beschouwt Flasspöhler de Franse schrijver Markies de Sade ook als een voorbeeld van empathie. Daar is Beeckman het niet mee eens: ‘Ze schrijft dat precies de sadist, die geniet van het kwellen van de ander, dat alleen kan doen als hij ook meevoelt met de pijn van de gekwelde. Als ikzelf denk aan de Sade en zijn werken, vooral aan de roman ‘Justine’, dan denk ik vooral aan gruwelijke verkrachtingen en geweld tegen vrouwen en kinderen. De slachtoffers in zijn boeken zoeken wel troost bij elkaar, dus ik zou eerder denken dat zij voorbeelden van empathie zijn. Anders kom je bij de idee uit dat iemand zoals Jeffrey Epstein alleen maar empathie voelde met de meisjes die slachtoffer van hem werden. Flasspöhler plaats die redenering over Markies de Sade in de idee dat teveel empathie ook slecht kan zijn. Veel empathie betekent voor Flasspöhler niet dat je bij het goede uitkomt, maar ik vind dat een nogal kronkelige redenering van haar.’

Empathie en gevoeligheid blijken dus zeer ingewikkelde begrippen.

Herbeluister het gesprek met Tinneke Beeckman in Pompidou hier

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief