Erik Van Grieken

Wouter Ryckbosch over 'Werk': 'Enerzijds willen we minder werken, maar tegelijkertijd kunnen we niet zonder ons werk'

Non-Fictie Interne Keuken

Ken je de World Poll? Dat is opiniepeiling van het Amerikaanse onderzoeks- en adviesbureau Gallup. Die hebben het plan opgevat om 100 jaar lang de volledige wereldbevolking te ondervragen. Toch een representatief staal van de mensheid in 160 landen. Die krijgen elk jaar een lijst van meer dan 100 vragen voorgeschoteld. Een daarvan is: doet u uw job graag? De voorbije jaren antwoordde 15%: ‘ja’. In West-Europa: 10%. 1 op 10! 90% van de mensen voelt zich niet betrokken bij zijn werk. Maar we doen het wel dag in dag uit met z’n allen. Onze hele samenleving draait om werk. Wie er geen heeft, is er naar op zoek, en wie het wél heeft wil blijkbaar liever iets anders doen.

Waarom doen we ons werk niet graag? Wat zegt dat over ons? En over onze maatschappij? Hoe komt het dat de de productiviteit en welvaart in de loop van de geschiedenis spectaculair zijn toegenomen, maar we nog altijd 40 uur per week werken? Zou het met minder kunnen? En willen we dat?

Dat soort vragen, daar hebben ze zich aan de Interne Keukentafel van Radio 1 over gebogen, samen met Wouter Ryckbosch van de VUB. Hij las het boek ‘Werk’ van de Britse antropoloog James Suzman. Een geschiedenis van de werkende mens, is dat, van de prehistorie tot vandaag.

Werken om geen schaarste te kennen

'We halen een groot deel van onze identiteit uit onze job. We hebben schrik van robots of computers. We hebben een tegenstrijdige relatie ten opzichte van werk. Volgens de antropoloog Suzman werken we om het fundamentele probleem van de menselijke geschiedenis op te lossen, namelijk de schaarste. Maar onze verlangens zijn onuitputtelijk en de bronnen zijn begrensd. We moeten proberen om zo efficiënt mogelijk de middelen proberen aan te wenden', begint Ryckbosch.

'In 1930 voorspelt econoom John Maynard Keynes , dat we steeds efficiënter zullen gaan werken en daarom nog maar 13u per week zullen moeten werken. En die voorspelling is niet uitgekomen. Er is misschien wel een kleine terugval van het aantal werkuren, maar die realiteit is er niet gekomen. De welvaart en efficiëntie is nochtans wel toegenomen. Volgens Suzman komt dat omdat we fundamenteel verkeerd denken over werken. We moeten niet de schaarste als uitgangspunt nemen. Maar we moeten denken op een manier die eigen is aan het grootste deel van de menselijke geschiedenis. Als we maar ver genoeg terug gaan. Minimum 10.000 jaar geleden was alles beter. Dat is de premisse. En als we daar onze ideeën uit kunnen halen, kunnen we bepaalde dingen oplossen,' staat er volgens Ryckbosch in het boek te lezen.

Vroeger meer vrije tijd door andere mindset

'Suzman is daarvoor de Ju'hoansi, een volk in de Kalahari-woestijn gaan bestuderen. Wat Suzman argumenteert is dat de levensstijl van dit jagers-verzamelaar volk eigenlijk representatief is voor het grootste deel van de menselijke geschiedenis. Er zijn mensen die er twijfels bij hebben. Maar hij wijst op recent genetisch onderzoek, dat bewijst dat zij een grote genetische diversiteit hebben, wat er op wijst dat zij al honderden jaren op dezelfde manier een afgesloten groep vormen ten opzichte van de andere bevolkingsgroepen die daar leven. Wat er dan weer op zou kunnen wijzen dat ze op een vrij continue manier geleefd hebben.
De homo sapiens bestaat ongeveer 300.000 jaar. We hebben maar 10.000 jaar landbouw, 800 jaar steden. Dus de meeste dingen waar wij ons op baseren zijn vrij recent. Uit zijn onderzoek blijkt dus dat de mensen lang geleden veel meer vrije tijd hadden dan ons. Het beeld is dat die mensen dag in en dag uit moesten jagen, maar ze hadden een mooi leven en hadden tijd over. Ze hadden tijd voor spelen en dansen, verhalen vertellen. En daar ziet hij het ontstaan van cultuur. Gorilla's zijn heel de dag bezig met planten verzamelen en verteren en slapen en hebben niet veel vrije tijd om iets te doen. Je hebt tijd nodig om kunst en cultuur te kunnen maken.
Hij zegt niet zoals andere antropologen dat we minder moeten werken.
Wel dat we de drang als mens hebben om te werken, maar we moeten zoeken naar werk dat ons meer voldoening geeft. Hij verwijst daarvoor naar een vogelsoort, de maskerwever, ze zijn heel de tijd bezig met hele mooie nestjes te weven. Maar de meeste van die nestjes worden niet gebruikt. En worden zelfs achteraf afgebroken. Veel biologen in de negentiende eeuw verklaarden dat vanuit 'het nut', ze zochten een reden. Ze dachten dat het geen energieverspilling was, maar diende voor de seksuele selectie. Maar dat blijkt nu niet zo te zijn. Het heeft gewoon geen nut. Iemand van de Ju'hoansi-stam legt dan ook uit dat zijn vrouw soms kralenkettingen maakt omdat ze daar voldoening van krijgt en ze ze uiteindelijk ook weer uit mekaar haalt. Het wonderbaarlijke is dat we in onze vrije tijd ook dingen doen die voor mensen vroeger wel werk waren: schilderen, jagen, fietsen, autorijden,.... De vraag 'wat is werk?' Daar gaat hij niet helemaal op in', legt Ryckbosch uit.

Wat is werk?

Wanneer wordt het door de maatschappij als nuttig bepaald, wanneer hebben we er voldoening aan? 'Als je doelbewust moeite doet en het nuttig is, dan is het werk', zegt Suzman. En dan vraagt hij zich af: wat doet een trekpaard, is dat werk? Ja, en dan zegt Suzman: 'Dan is het werk dat wij doen, niet zo anders als dat van planten en dieren. '

'Maar er zijn verschillen: de mate waarin werk gepland is, planmatigheid. Dat is wat er een beetje fout gelopen is volgens hem. De Ju'Hoansi denken: 'Ik heb honger' en ze gaan jagen. Ze gaan zelfs geen overschotten opbouwen. Ze hebben veel vertrouwen in hun omgeving. Dat veranderde al bij jagers-verzamelaars die in meer seizoensgebonden gebieden gingen leven, die gingen al iets meer bewaren', legt Ryckbosch uit.

Toen de landbouw kwam, ging het mis

'Ons leven tegenwoordig is extreem toekomstgericht denken. Mensen denken: ik bouw nu iets op, zodat ik later zelf en zelfs mijn kinderen iets hebben. Die jagers-verzamelaars zijn daar bewust veel minder mee bezig. Die gaan nooit overschotten opbouwen voor meer dan een tweetal dagen, daardoor ga je minder rijkdom accumuleren en ook minder ongelijkheid creëren. En dus is er ook een systeem van gedeelde eigendommen en je kan er makkelijk vragen om te delen. Niet de gever beslist om te delen, maar de vrager. Degene die een dier geschoten of gevangen heeft, moet delen. Er wordt met iedereens pijlen geschoten. Wie de pijl gemaakt heeft, mag de prooi daarna ook verdelen. En niet de jager. Het vlees van de jager wordt dan ook beledigd, zodat de jager met de voeten op de grond blijft', gaat Ryckbosch verder.

'Dat staat in contrast met de uitvinding van de landbouw. En volgens Suzman loopt het daar fout. We zijn vanaf dan steeds meer bezig met het accumulatie-denken, op voorhand werken, schulden maken om zaad te kunnen kopen om te kunnen zaaien, ... daar zit je met een heel andere mindset als die van de jagers-verzamelaars', gaat Ryckbosch verder.

'Mensen waren niet veel beter af in dat landbouwsysteem: ze moesten harder werker, er waren meer ziektes,... Ze waren gewoon met meer en zijn daarom dominant geworden over de wereld heen. Door de efficiëntie hadden ze ook een grotere bevolking, dan mislukt de oogst en sterven ze, er zijn dus ook risico's aan die landbouw, bezit en eigendom komen daarbij kijken...Suzman suggereert dat de omschakeling naar het landbouwsysteem op verschillende plaatsen kwam door tijdelijk gunstige klimatologische omstandigheden, die ervoor zorgden dat het eventjes allemaal goed ging, maar wanneer het klimaat zich naar een normaal niveau hertstelt, blijkt dat hard werken te zijn, maar ze kunnen niet terug want je zit daar met je grote bevolking. En dat is de vloek op dat landbouwsysteem. Eens je in dat systeem stapt, kan je niet terug. En eigenlijk zitten we nog steeds in dat systeem.
De steden versterken dat effect later nog. Je krijgt een specialisatie van wat iedereen gaat doen. In zo'n stad geraak je losgescheurd van je sociale omgeving. En om een eigen identiteit te creëren, gaan mensen zich richten op hun werk. Je ziet dat in de Middeleeuwse ambachten. En we hebben dat vandaag nog altijd, volgens hem. In de 20ste eeuw krijg je de hyperspecialisatie met de fabrieken van de twintigste eeuw, de fabrieksband, waar iedereen maar 1 klein taakje heeft in dat hele proces', legt Ryckbosch uit. En daardoor word je ook extreem kwetsbaar, omdat je zelf niet meer voor je eigen voedsel kan instaan.

Wat is de conclusie? Is er een?

'We kunnen niet terug naar de levensstijl van de jagers-verzamelaar. Maar we kunnen er wel een aantal lessen uit halen, volgens hem. Dat extreem in de toekomst denken, de ongelijkheid, zijn zaken die we er uit kunnen halen. Maar echt recepten voor hoe we het anders moeten doen staan niet in het boek. De politieke en economische context staat er niet in. Maar het is een fascinerende geschiedenis', vertelt Ryckbosch.

Er zit wel in: als je minder wil werken, dan moet je ook minder verlangen. Waar heeft Keynes zich dan in de jaren 30 vergist?
'Onze relatieve behoeften zijn heel anders dan die van jagers-verzamelaars, een televisie bijvoorbeeld hadden zij niet nodig. Een opmerkelijke case uit het boek is die van de Kellogg's fabrikant: Ze beslisten om van een week met 30u werken naar 40u over te stappen. Maar het personeel wilde na een tijdje weer meer werken, om meer te kunnen verdienen, om goed deel te kunnen nemen aan de consumptiecultuur. Suzman argumenteert dan: hebben we die behoeften eigenlijk allemaal nodig?', besluit Ryckbosch

Herbeluister het gesprek in Interne Keuken op Radio1.be

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief