Waarom Genk een trekpleister voor kunstenaars was in de 19de eeuw

Non-fictie Klara

In de 19de eeuw ontstond er een kunstenaarskolonie in Genk. Zo'n kolonie was toen nieuw.Tussen 1840 en 1940 streken honderden kunstenaars neer in Genk. De Genkse kunstenaarskolonie raakte in de vergetelheid, maar het Emile Van Dorenmuseum blaast hun erfenis nieuw leven in. Conservator Kristof Reulens deelt in het boek 'Station D'Artistes Genk' honderd markante verhalen uit de kunstkolonie en brengt ze in verband met de Belgische kunstgeschiedenis.

Pompidou nodigde Ruelens uit in de radiostudio.

Hoe kwamen die artiesten in Genk terecht?

'Ze hadden de drang om naar buiten te gaan en te schilderen wat ze daar zagen: 'de pleinaristen' op zoek naar de realiteit als levend model. Die mensen vinden uiteindelijk hun weg naar Genk. Er moet dus wat ruchtbaarheid aan gegeven geweest zijn.

In de jaren 1840-1850 komen er een aantal kunstenaars naar het landelijke Genk die in een kleine plaatselijke herberg slapen. Genk was toen nog een 'derp'. 'Er komen steeds meer slaapplaatsen in de herberg, het wordt een hotel. Genk en Barbizon krijgen een connectie. Barbizon, een gemeente buiten Parijs, is zowat de bakermat van het pleinairisme. In die bossen van Fontainebleau schilderden Franse schilders en Franse kunstenaars vinden ook hun weg naar Genk. Dat was niet evident, want Genk lag ver van alles er er was ook geen treinverbinding,' gaat Ruelens verder.

'Waarom was het landschap van was Genk zo inspirerend?' wil Nicky weten. 'De eindeloze horizon!' was hiervoor de reden: 'Het idee van heel ver te kunnen kijken, zoals aan de zee, dat had je ook in Genk.'

Herbeluister Kristof Ruelens in Pompidou.

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief