Tomas Lieske wekt Beethoven tot leven in zijn nieuwe roman 'Honderd hoge dagen'

Fictie Pompidou

Klara vierde een heel jaar Beethoven. Tomas Lieske wekt Beethoven tot leven in zijn nieuwe roman 'Honderd hoge dagen'. Dat gebeurt via een visioen van een kraanmachinist in de Arabische woestijn.

'Het feit dat het boek uitkwam in 'Het Beethovenjaar' is puur toeval', vertelt Lieske in Pompidou. 'Wat mij het meest aantrekt in (van) Beethoven is zijn ongelooflijke wil om alles over te hebben voor zijn muziek. Hij wilde niet per se rijk worden of prijzen winnen, maar zijn eigen weg volgen ook al leidde die misschien tot minder populaire muziek. En dat waardeerde ik zeer en wilde ik eigenlijk ook bereiken.'

Hij is een inspiratie voor veel kunstenaars. 'Ik hoop dat kunst enkel vanuit dat standpunt gemaakt wordt,' gaat Lieske verder.

Tomas Lieske heeft zich op de late pianosonates en de strijkkwartetten van Beethoven gefocust, omdat hij daar het meest zijn eigen weg bewandelde. Veel mensen vonden Beethoven een slons. En die laatste kwartetten hebben nogal wat tegenstand gekregen. Beethoven had het moeilijk als revolutionair. In het boek is Beethoven ook een vuile, onvolwassen slons , die oesters slurpt. Lieske zegt dat de mensen in die tijd ook echt minder hygiënisch waren en ook de biograaf Jan Caeyers denkt er zo over.

'Wat weinig mensen weten is dat Beethoven eigenlijk een vluchteling was die van Bonn naar Wenen vluchtte en zijn accent werd daar niet geapprecieerd', vertelt Lieske nog.

'Wat richt u daar in uw roman aan?', zegt Chantal Pattyn in Pompidou. 'Het is bijna een soort theatervoorstelling zoals het boek begint. We moeten een lift in Wenen met een hijskraam in Djedda verbinden', gaat Pattyn verder. 'Die gebeurtenissen zijn in werkelijkheid niet gebeurd, maar in de roman wel. Beethoven zit vast in een lift tijdens een congres in Wenen. Er zijn verschillende voorwerpen die ik in die tijd geplaatst heb, maar er niet hoorden. Die lift heeft volgens mij niet bestaan. En dan is er nog die hijskraam. Het hoofdpersonge Luuk Hefter is een hijskraammachinist en zit in Djedda in een kruipkot op en neer te gaan en is helemaal gefascineerd door Beethoven', vertelt Lieske.

Lieske wilde niet gewoon een biografie schrijven over Beethoven, want die bestaat al. En hij zocht dus naar een verteller die van Beethoven de toestemming krijgt om de verhalen te vertellen. Alle paniek en angst die Beethoven heeft om muziek te maken, herkent hij in de man die in de lift zit. En dan verschijnt Beethoven aan die kraanmachinist, Luuk Hefter. Ze leven ook in een gelijkaardige wereld als het over de eenzaamheid gaat. De hijskraammachinist kan weinig communiceren daarboven. Hefter wordt blijvend verblind door een fel, onverklaarbaar hemellicht als Beethoven in zijn kraan opduikt. Lieske zocht naar de gedachte dat Beethoven zou verschijnen zonder dat het zomaar een hallucinatie is. Terug in Nederland wordt Luuk verzorgd door zijn 17-jarige nichtje Mira, die in toenemende mate lijdt aan epilepsie. Ze is verslingerd aan de verhalen over Beethoven die haar oom haar vertelt. Mira lijdt aan epilepsie, maar zij bezweert het door te dansen. Het is een mini-Beethoven, zoals Beethoven doof werd, heeft zij de epilepsie bij het dansen. Maar beiden gaan ze door tot ze er bij wijze van spreken bij omvallen.

Voor de roman is Lieske ook naar Bon in Duitsland en in Wenen en Djedda geweest. Hij is wel niet in een hijskraam gaan zitten.

Herbeluister de uitzending op klara.be

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief