'Succes is een zegen, maar het is niet de meest eenvoudige zegen die de goden in huis hebben' - Rob van Essen

Column Radio 1

Rob van Essen is niet alleen auteur, hij is ook de vriend van Lize Spit. Samen beleefden ze de eerste lockdown, toen hij halsoverkop zijn appartement in Amsterdam achterliet om de quarantaine met haar uit te zitten in Brussel. Hij zag van dichtbij hoe zij werkte aan haar tweede, langverwachte roman en gunt ons een blik achter de schermen. Maar dit is ook een ode, een ode aan Lize van Rob van Essen in De toestand is hopeloos maar niet ernstig op Radio 1.

Twee schrijvers in huis, dat geeft alleen maar ellende

Die zitten tegenover elkaar aan de keukentafel achter hun laptops en dan ziet de een met de handen in het haar en een kop vol twijfel hoe de ander lustig door typt, om maar te zwijgen over het vergelijken van recensies, verkoopcijfers, het aantal woorden dat per dag wordt geschreven …

Nou ja, zo zou het kunnen zijn

Het enige wat van het bovenstaande klopt is dat Lize en ik doorgaans tegenover elkaar aan de keukentafel zitten als we aan het werk zijn. Nu meer dan ooit, nu we door de elkaar opvolgende lockdowns niet meer in koffiehuizen kunnen werken. Vanwege die lockdowns gaat ook het feestje niet door waarmee Lizes tweede roman zou worden gelanceerd. Ze had gevraagd of ik bij die gelegenheid iets wilde zeggen. Dat doe ik dan maar hier.

Gefeliciteerd met je nieuwe boek Lize

Twee jaar lang zat ik tegenover je terwijl je schreef. Als ik met je meelas, dacht ik nooit: dit is de opvolger van Het smelt, dit is een boek waarnaar heel erg wordt uitgekeken. Dan telde alleen de tekst, dan ging het om technische kwesties, om feedback. Maar jij ervoer die druk wel. Succes is een zegen, maar het is niet de meest eenvoudige zegen die de goden in huis hebben.

Succes is een zegen, maar het is niet de meest eenvoudige zegen die de goden in huis hebben

Als je allebei schrijft, weet je hoe het werkt, hoe het bij de ander werkt. ‘Schrijven gaat voor alles,’ spraken we ooit af. Zoals veel stellen hebben ook wij een codewoord. Bij ons heeft dat niets te maken met sadomasochistische praktijken, maar met schrijven; zodra één van ons, in welke situatie ook, dat codewoord roept, heeft hij of zij de vrijheid verworven alles te laten liggen of te laten vallen om iets te noteren, een inval, een vondst, de exacte formulering van een vergelijking waarnaar al dagen werd gezocht.

Natuurlijk gaat schrijven niet voor alles. Ook wanneer me net een prachtig beeld te binnen schiet of de oplossing van een plotprobleem waarnaar ik al weken op zoek was, ook dan zou ik Lize wegtrekken bij een gapende afgrond of wegsleuren voor een aanstormende Brusselaar op een stepje.

Maar we weten van elkaar wat we doen, en dat biedt rust en troost. Je kan elkaars twijfels bezweren, je kunt de ander verzekeren dat die zich niet aanstelt. Jij hebt je zeker niet aangesteld. Altijd heb je de druk die je voelde willen beheren, zodat verder niemand er last van zou hebben. Nooit heb je je erop laten voorstaan. Als ik er eens een deeltje van wilde dragen, dan griste je dat het liefst meteen weer van mijn schouders; dat liet ik natuurlijk niet toe en zo rolden we dan vechtend door de kamer, bij wijze van spreken dan, met andere woorden: juist niet.

Altijd heb je de druk die je voelde willen beheren, zodat verder niemand er last van zou hebben

Schrijven blijft iets wat je uiteindelijk alleen doet. Maar de aanwezigheid van de ander kan een geruststelling zijn. Alleen al de aanwezigheid, je hoeft er niets bij te zeggen. Ik hoop dan ook dat ik niet te vaak dingen heb gezegd als: ah ja, die tweede roman, daar ben ik ook ooit geweest, in dat stadium, het gaat voorbij, maak je niet ongerust, denk aan de lange baan, en niet aan de recensenten maar aan de lezers en ook niet aan hen maar alleen aan de tekst etcetera. Want elke schrijfcarrière staat op zichzelf. Als ervaringsdeskundige kan je veel wijsneuzige opmerkingen maken maar in de meeste gevallen is het ’t beste als je gewoon even om de keukentafel heen loopt om de schouders van de ander te masseren, want als iets echt helpt bij het schrijven is het wel een schoudermassage.

Schrijven blijft iets wat je uiteindelijk alleen doet. Maar de aanwezigheid van de ander kan een geruststelling zijn.

Lize, ik ben ontzettend blij dat je tweede roman klaar is en de wereld in gaat. Niet blij omdat het voorbij is, maar blij omdat het nu begint. Ik ben fier op u, ik heb van dichtbij gezien hoe hard je werkte, hoe goed het werd en hoe zwaar het je soms viel, ik heb ook de kracht gezien die tegenover me aan de keukentafel ontstond als jij aan het werk was, een bijna zichtbare, tastbare bundeling van energie, een kracht die nu, telkens als een lezer het boek openslaat, weer de wereld in zal schieten. Ik ben ook blij dat ik daarbij ben geweest. Wij hebben iets beleefd, die lezers gaan iets beleven.

Ik verheug me op onze volgende sessie aan de keukentafel.

Luister hier naar de column van Rob van Essen in De toestand is hopeloos maar niet ernstig op Radio 1

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief