Rijmsnoer van Guido Gezelle in de nieuwe literaire canon - Met Matthijs de Ridder

Poëzie Klara

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (KANTL) en Literatuur Vlaanderen stelt de nieuwste versie van hun literaire canon voor. Van 'Karel ende Elegast' tot 'Het verdriet van België', van 'Elckerlijc' tot 'De avonden', van 'Lucifer' tot 'De Kapellekensbaan'. Acht eeuwen literatuur in 50 boeken!

Guido Gezelle, de beroemdste priester-dichter van de Lage Landen, kan natuurlijk niet ontbreken in de canon. De KANTL koos voor Gezelles laatste bundel Rijmsnoer. Literatuurkenner Matthijs de Ridder is fan.

‘Gezelle had een liefde voor het woord en vooral voor de klank van het woord. Hij was misschien wel de eerste dichter die het Nederlands echt helder kon laten klinken. Hij bekommerde zich in de eerste plaats niet over de inhoud van zijn gedichten maar juist om de klank. […] Als hij zich in het gedicht ‘Het Schrijwiel’ bijvoorbeeld tegen de duivelse uitvinding van de fiets keert, kunnen we hem natuurlijk op geen enkele manier serieus nemen. Maar als je dat gedicht leest, valt toch vooral het plezier op waarmee hij zijn klacht tegen de fiets heeft opgeschreven.’

Gedicht 'Het Schrijwiel':

Lustig, op zijn loopgetouwe,
wielt de wielman, eer als gij
tiene telt, u, gei en gauwe,
twintig vademen voorbij.

Wielman, ‘k wille uw wieltje koopen,
hebbe ik goed bewijs daarvan,
dat het, onbeschreden, loopen,
ook te voet, mij volgen kan.

Geren zou ‘k een Lotjen hebben
dat mij, gaande of in den draf,
lustig liet zijn' stalen rebben
springen op en springen af.

Dat bleef staan naar mij en wachten,
stond ik zelve een' wijle of twee;
dat mij volgde, uit eigen' krachten,
als een levend peerd gedwee.

Op nen ruin, ja, wilde ik rijden,
een gerid van vleesch en been,
maar geen krepel wiel beschrijden,
dat niet weg en kan, alleen.

Dat en kunt gij, wiel van stale,
zonder hulpe, en ‘k moet uw lijf,
zittende op en af uw' zâle,
draven doen, door mijn bedrijf.

‘k Late u varen! ‘k ga te voete,
‘k hou mijn' vuisten vrij en los;
of, en hebbe ik meer geen moete,
‘k hure een wagen, ‘k hure een ros.

Vaart mij wel! - Ei! afgestegen,
zie ‘k u staan, die vooren zijt
twintig vademen, verlegen:
man en peerd den asem kwijt!

Lustig gaande, gei en gauwe,
niet zoo driftig gansch als gij,
groete ik, wielman, u, in ‘t nauwe:
blijft gij staan, ik ga voorbij!

Beluister het volledige fragment op Klara.be

Of download de podcast met alle afleveringen over de 50 boeken uit de vernieuwde literaire canon.


Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief