Rebecca Solnit wordt op handen gedragen. Maar Christophe Vekeman voelt zich niet aangesproken.

Fictie Pompidou

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Rebecca Solnit wordt op handen gedragen. Maar Christophe Vekeman voelt zich niet aangesproken.

Een boek voor allen en voor niemand, zo luidt in het Nederlands de ondertitel van Aldus sprak Zarathoestra van Friedrich Nietzsche. Een gevleugelde, wervende aanbeveling heb ik dat altijd gevonden, waaraan ik weer eens moest denken toen ik voor de zoveelste keer het woordje ‘wij’ tegenkwam in het nieuwe boek van Rebecca Solnit, Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid.

Met dat ‘wij’ bedoelt de in 1961 geboren Solnit immers niet ‘mensen’, niet ‘allen’, niet ‘niemand’, niet ‘ik als schrijver en jij als lezer’ of wat je ook maar zou denken of hopen. Nee hoor, als Solnit ‘wij’ schrijft, dan heeft zij het over vrouwen, en over vrouwen alleen. Een man blijkt in haar boek bijgevolg niet welkom te zijn.

Solnit werd op brede schaal bekend dankzij haar essay Mannen leggen mij altijd alles uit, dat zij, zo leren wij in Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid, in 2008 schreef in de loop van een enkele ochtend. Het stuk leidde ertoe dat iemand anders op basis van de titel ‘Men Explain Things to Me’ de inmiddels alom bekende term ‘mansplaining’ muntte, een woord dat ik hier niet kan uitleggen zonder er mij aan te bezondigen.

Sindsdien is Solnit in de eerste plaats een beroemd feministe, met dien verstande dat zij ook het intersectionele gedachtegoed gretig omarmt. De enige mannelijke niet-monsters in haar Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid zijn dan ook zwart of homo.

Lees verder op klara.be

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief