Helen MacDonald bundelt haar mooiste natuuressays in 'Schemervluchten' - 'Knap werk' is het oordeel van Christophe Vekeman.

Esssay Klara

Helen MacDonald is schrijfster, geschiedkundige en natuuronderzoeker. In haar teksten deelt ze haar verwonderingen over het platteland, de massale trek van zangvogels of de troost die de natuur ons kan bieden. Schemervluchten is verschenen bij De Bezige Bij en bundelt verschillende essays over de natuur. Christophe Vekeman bespreekt het boek.

'Knap werk'

Helen Macdonald, geboren in 1970, was in Engeland al bekend als radio- en televisiefiguur toen zij in 2014 wereldwijde faam verwierf met haar boek 'H is for Hawk', een memoir waarin zij verhaalde hoe zij de plotse dood van haar vader trachtte te verwerken door een jonge havik in huis te halen en de vogel zo goed en zo kwaad als dat ging op te voeden.

Haar nieuwe boek heet 'Schemervluchten' – Vesper Flights in het Engels – en is van een wat minder hoogdringend karakter: erin verzameld zijn een groot aantal natuuressays, het ene al wat langer dan het andere, die Macdonald onder meer voor The New York Times Magazine schreef.

Waarover zij gaan? Ik citeer uit het voorwoord: ‘Ik heb de indruk dat mijn onderwerp de liefde is, en dan in het bijzonder de liefde voor de schitterende wereld van het niet-menselijke leven om ons heen.’

Het betreft een liefde die sterk wetenschappelijk gekleurd is, waarbij de schrijfster meermaals onderstreept dat kennis de magie en het mysterie, zoals nochtans weleens beweerd wordt, geenszins pleegt kapot te maken. En inderdaad, wie bijvoorbeeld te weten komt dat in een zwerm vogels elk groepslid onophoudelijk de bewegingen van de zes à zeven soortgenoten om zich heen imiteert, en dit telkens op minder dan een tiende van een seconde, of wie tot het besef komt dat gierzwaluwen nooit de grond raken en slapen boven de wolken, raakt niet minder onder de indruk van de schepping dan de volslagen nitwit, natuurlijk.

Dat de planeet volgens Macdonald op ‘diep prachtige wijze nadrukkelijk niet-menselijk is’ en een strikt antropocentrische kijk op de zaken bijgevolg met klem dient te worden verworpen, betekent overigens zeker niet dat in Schemervluchten de natuurstudie volledig losstaat van de maatschappij waarin wij leven. De schrijfster wijst er bijvoorbeeld op dat proberen – per definitie tevergeefs – je te verplaatsen in een dier altijd leerrijk is: je gaat kijken ‘door ogen die niet de jouwe zijn’ en ‘begrijpen dat jouw wereldvisie niet de enige is.’

Zo kunnen vogels met hun nesten, deze ‘seizoensgebonden geheimen om te gebruiken en te verlaten’, je tot het inzicht brengen dat ‘thuis’ niet zomaar een gebouw is, maar wel ‘een plek die je met je meedraagt, niet per se één vaste locatie’.

En zijn er ook geen parallellen te trekken tussen de schoonheid van een rijk gevarieerd en zelfs ‘rommelig’ natuurgebied, met velerlei vormen van vegetatie, en het feit dat ook voor een samenleving diversiteit een vorm van kracht kan zijn? In elk geval is het frappant dat een van de mooiste stukken in het boek niet over dieren of de natuur gaat, maar over, zeg maar, een menselijke trekvogel: een vluchteling.

Lees verder op klara.be.

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief