'Gare du Nord' van Eric Min over de aantrekkingskracht van Parijs op kunstenaars uit de Lage Landen

Non-Fictie Pompidou

Eric Min neemt je mee op een flaneertocht door Parijs met zijn nieuwe boek 'Gare du Nord'. Tot ca. 1950 oefende Parijs op tal van kunstenaars en schrijvers een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Ook uit de Lage Landen reisden verschillende generaties artiesten naar wat toen de culturele hoofdstad van de wereld was. Eric Min brengt de verhalen van Vincent Van Gogh, Félicien Rops, Hugo Claus, Ed van der Elsken en vele anderen samen in 'Gare du Nord', verschenen bij Pelckmans.

''Gare du Nord' is de plek, het station waar de mensen uit het noorden toekomen. En het is de plek waar ze meteen doorhebben waar het in Parijs om draait. De ongelooflijke drukte maakt op velen meteen indruk. Er is een grote terrascultuur, er zijn veel meer mensen op de straat en omdat Parijs het gaslicht en later het elektrische licht op straat introduceert, is er dag en nacht leven. En vooral dat werkt heel inspirerend', legt Min uit.

Podium en inspiratie

'De artiesten en intellectuelen gaan er zoeken wat wij er ook gaan zoeken, plus nog twee elementen. Het architecturale, monumenten, joie de vivre, restaurantjes, trekken iedereen aan. En de kunstenaars zoeken daar een podium. Heel het netwerk is daar aanwezig. De beste kunstenaarsopleidingen, tijdschriften, recensenten, een publiek debat over kunst, verzamelaars, mensen met geld die geld hebben om tijd te kopen waardoor ze op zoek kunnen gaan naar kunst. Emile Verhaeren schrijft in het Nederlands, maar gaat naar Parijs om een Parijse uitgever te strikken. En het tweede puntje is 'inspiratie'. En dat is vooral van belang na de Tweede Wereldoorlog. Dat is al voor Van Gogh en Evenepoel zo, maar vooral ook voor de jongere kunstenaars van toen....Ze zijn heel erg jong als ze daar aankomen. In de twintig. Ze weten van niks. En dan ligt die stad daar met al haar verlokkingen. In de jaren 50 kan geen enkele Belgische of Nederlandse auteur naar Parijs gaan, zonder dat hij terugkomt met romans en een pak gedichten', volgens Min.

Het netwerk van Emile Verhaeren

Je kan er ook goed netwerken. Het is echt 'ons kent ons'. Het netwerk dat Emile Verhaeren daar heeft ontwikkeld is gigantisch. Hij brengt de juiste mensen met mekaar in contact. Emile Verhaeren speelt een belangrijke rol in het boek. Er staat ook een fraai portret in van 7 voorname heren dat Théo van Rysselberghe maakte. 'Het zijn intellectuelen die behoren tot de kring van Verhaeren. Maar ze hebben individueel geposeerd, ze waren nooit in die constellatie samen zoals op het portret. Het is André Gide, Maurice Maeterlinck, er zit een filosoof tussen, Felix Fénéon (een anarchistische kunstcriticus, die in zijn eentje er verantwoordelijk voor is dat het futurisme en het neo-impressionisme zijn weg heeft kunnen vinden)', legt Min uit.

De gefaalde Antoine Wiertz

Antoine Wiertz is de eerste man die Min in het boek wilde hebben, die het van bij ons ginder gaat proberen. 'Het is een erg klassieke schilder van wandvullende schilderijen. En hij vertrekt vanuit een karikaturale drang naar Parijs, hij vergelijkt zichzelf met Rubens. Het wordt een gigantisch fiasco, want niemand zit te wachten op een zoveelste historie schilder. Hij trekt zich terug in Brussel en vanaf dan zal hij een grote tegenstander van Parijs zijn en hij zal manifesten gaan schrijven in de stijl van Bruxelles Capital-Paris Province. En hij gaat de kunstkritiek verketteren. Hij krijgt de Belgische staat zelfs zo gek dat hij een heel museum krijgt', gaat Min verder.

Vrouwen

Op het portret staan er geen vrouwen. 'Maar er waren wel vrouwen, ze zaten niet altijd in een fijne positie. Al die kunstwerken hadden niet tot stand kunnen komen zonder die vrouwen. De grens tussen poseren en prostitutie is flinterdun. Je krijgt er een #metoo-verhaal van 150 jaar geleden. We mogen daar niet te romantisch over doen, want het was doffe ellende', schetst Min.
Er zijn ook vrouwelijke kunstenaars. Die zitten ook in het boek. En er is ook nog Camille Plateel, ze was een Belgische onderwijzeres uit Brussel en ze ontmoet er Fénéon. Ze volgt hem naar Parijs. Hij was gehuwd, hield er nog 3 of 4 maîtresses op na. Dat was gebruikelijk. Maar Plateel was de primus inter pares. Elke middag ging Fénéon lunchen bij Camille. Behalve op zondag, dan ging hij lunchen bij zijn natuurlijke zoon die uit een andere verhouding was geboren. En mevrouw Fénéon en Camille Plateel zijn zelfs samen in een bejaardentehuis getrokken', verduidelijkt Min.

Kleine schakels, die wel belangrijk zijn in het verhaal

Hoe kom je al die mensen op het spoor? Mensen die in de plooien van de geschiedenis verdwenen zijn? 'Dat maakt het net interessant voor mij. Je kan geen werk over Parijs schrijven zonder de grote namen te vermelden, maar ik vind het heel fijn om de iets minder bekende mensen daar aan toe te voegen. Ik vind het belangrijk dat die namen van de kleine meesters over de tong gaan. Ik ben altijd gecharmeerd geweest door het gebaar van dirigent Paul Van Nevel, die bij het applaus een stap op zij zet en wijst naar de partituur. En dat probeer ik ook. Het zijn kleine schakels, die wel belangrijk zijn in het verhaal. De kring rond Verhaeren zijn amper 100 mensen en iedereen kent iedereen. En zo vind je de namen ook makkelijk in de archieven terug', legt Min uit.

Wonen in Parijs

In het begin van het boek blijken vooral het 9e en 10e arrondissement van Parijs interessant om te wonen. 'Heel veel buitenlanders vestigen zich waar zich andere landgenoten hebben gevestigd of in de buurt van het station. Heel wat kunstenaars zijn zeer arm. Ze vluchten naar Montmartre. Het is een zeer landelijke voorstad waar arme mensen wonen. Heel wat Vlamingen vestigden zich ook rond het station Gare du Nord. Er is zelfs een Avenue de Flandre daar. En daar wonen nu de armen van vandaag', legt Min uit.

Hugo Claus

Parijs heeft al lang niet meer die grote aantrekkingskracht van toen. Maar voor Eric Min eindigt het verhaal op het juiste moment met Hugo Claus. 'Het is door een vrouw dat Claus in Parijs belandt. Zijn vriendin was een actrice die een contract krijgt in Parijs en hij volgt haar. En hij komt daar in de kringen van Cobra. Claus werd voor zijn vertrek als een boerenpummel beschreven, als hij terugkomt is hij een echte dandy', legt Min uit.

Waar de artistieke centra zich nu bevinden weet Min niet. Heel veel plekken die Min beschrijft in Parijs zijn er niet meer, maar er zijn er ook nog veel over. 'Je kan het vergelijken met Venetië. Er zijn stukken van de stad die nog vrij authentiek zijn', besluit Min.

Het boek werd ook getipt in de laatste aflevering van Brommer op zee.

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief