'Een aanrader' - Christophe Vekeman over 'Kun je me ooit vergeven?' van Lee Israel

Fictie Klara

Soms heeft een mens zin om gewoon eens lekker te ouwehoeren. En dan zitten we volgens Christophe Vekeman goed met de bekentenissen van literair oplichtster Lee Israel. Hij las 'Kun je me ooit vergeven?', nu ook in het Nederlands vertaald.

Valse brieven van een vileine sarcaste

Kun je me ooit vergeven? van Lee Israel, die in 2014 op vijfenzeventigjarige leeftijd overleed, verscheen in zijn oorspronkelijke, Engelstalige versie al in 2008, en de Nederlandse vertaling is dan ook een rechtstreeks gevolg van de succesvolle verfilming ervan twee jaar geleden. Die film – Can You Ever Forgive Me?, met in de hoofdrol Melissa McCarthy – heb ik niet gezien, maar het boek, kan ik wel zeggen, is een aanrader.

Het boek begint met een brief van niemand minder dan Dorothy Parker aan ene Germaine, waarop, ten tweede, een brief volgt die ondertekend is door Edna Ferber, door Lee Israel omschreven in termen die evengoed van toepassing op Parker geweest hadden kunnen zijn: ‘een van de populairste en productiefste schrijvers van haar tijd – een feeks, een snob, een onopvallende dominatrix wier ingesnoerde venijn immer dreigde los te breken’.

Meteen hierna is het de beurt aan een brief van Louise Brooks, die liefhebbers van het werk van Willem Frederik Hermans misschien wel in de eerste plaats zullen associëren met diens roman Een heilige van de horlogerie en die door Israel ‘een linkerhersenhelfttype’ wordt genoemd, alsmede ‘een verrukkelijk schepsel: belezen, temperamentvol, cynisch tot op het bot, een beroemde uitroeier van Hollywoodmythes en een superieure hater’.

In de brief die we van Brooks te lezen krijgen, heeft de actrice het over haar betreurde collega Marilyn Monroe, en meer bepaald over de oorzaak van haar zelfmoord. ‘Ik haat de Kennedy’s. Ze waren eropuit alle beauty’s in Babylon te naaien, en het waren hun nonchalance en wreedheid – hun bijgebracht door een vader met verdorven, beestachtige instincten – die uiteindelijk een fijngevoelige en fatsoenlijke vrouw vermorzelden. Ze was een van de vele slachtoffers.’

Waarop een brief volgt waarin Noël Coward het over Marlene Dietrich heeft.

En dan breekt eindelijk het eerste hoofdstuk aan, waarin Lee Israel met een enkele zin – het literaire pendant van een emmer koud water – de ondertitel van het boek, die Bekentenissen van een literair oplichter luidt, in een klap zijn betekenis verleent. ‘Alle brieven in dit boek plus een paar honderd soortgelijke zijn van mijn hand: in 1991 en 1992 bedacht, geschreven, getypt en ondertekend door mij in mijn eenkamerappartement met een huurachterstand vlak bij delicatessenzaak Zabar’s aan New Yorks Upper West Side.’

Lee Israel leidde een bestaan waarvan de meeste schrijvers slechts kunnen dromen

Christophe Vekeman

Het was nochtans allemaal zo goed en veelbelovend belovend begonnen voor de jonge ambitieuze Lee Israel, die een bestaan leidde waarvan de meeste schrijvers slechts kunnen dromen – een leven van Beefeaterginovergoten restaurantlunches, sigarettenpijpjes, taxi’s, door allerlei beroemdheden druk bijgewoonde feesten, riante voorschotten en wat je maar wil. Ze schreef geen romans of gedichten maar biografieën en ‘had zelfs nog nooit zo’n standaard afwijzingsbriefje ontvangen waar succesvolle schrijvers later triomfantelijk schertsend op terugzien. (…) Ik had nul ervaring met falen.’

Lees de volledige recensie van Christophe Vekeman op klara.be.

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief