De brievenestafette van Radio 1 - wat schrijft Maud Vanhauwaert aan Peter Verhelst?

LangZullenWeLezen

Radio 1, dag 4 van de brievenestafette waarbij elke dag een schrijver gevraagd wordt om een brief te pennen aan een andere schrijver, die dan weer op zijn beurt een brief richt aan nóg een andere schrijver. Koen Peeters begon op maandag met een brief aan Monika Van Paemel. Vandaag schrijft Maud Vanhauwaert aan Peter Verhelst.

Peter

Ik begin niet met 'Lieve Peter' omdat ik niet weet of 'lief' een adjectief is dat jou heel erg typeert. Wij kennen elkaar eigenlijk niet echt. We hebben elkaar wel een paar keer ontmoet op een literatuurfestival, er is wel een verbondenheid omdat jouw vrouw ook ‘Maud’ heet en ik wel eens met haar wordt verward, ja, ik weet zelfs dat sommigen een tijdje hebben gedacht dat ik jouw vrouw ben, een gerucht dat ik overigens nooit heb ontkend, maar of we elkaar echt kennen, nee, dat niet.

Alhoewel. Ik heb het gevoel dat ik je al lang met mij meedraag. Ik was vijftien toen ik je boek 'Tongkat' begon te lezen. Ik begreep er aanvankelijk niets van. De jaren daarna ben ik er verschillende keren opnieuw in gedoken, alsof ik voorvoelde dat de bladspiegel eigenlijk de spiegel was van een diep donker meer, en dat er, als ik maar bleef duiken, wel een moment zou komen dat die spiegel zou breken.

En dat gebeurde, jaren later. Ik dook en werd verzwolgen door een nieuwe wereld, die moeilijk te beschrijven valt. Het is de wereld waarin ik ook elke keer beland als ik je poëzie lees. Een wereld die onttrokken is van de werkelijkheid en die alleen uit taal bestaat. Met grotten als donkere gebogen knieholtes, meren als wijdopen verwonderde monden, kale bomen als bleke uitstekende botten, een lang loom lichaam van taal, waarin ik kan gaan liggen. Vergeef me mijn manke vergelijkingen; ik krijg het niet beter gezegd.

Doorheen de jaren heb ik de neiging ontwikkeld om op zoek te gaan naar de mechaniekjes die schrijvers gebruiken. Heel vaak vallen mij, na het lezen van een paar dichtbundels, vaste patronen op, trucjes, maniertjes. Ik zie die nog het meest in mijn eigen werk, en zodra ik mezelf erop betrap, probeer ik het roer om te gooien en mijn poëzie te herdefiniëren.

Maar hoe diep ik ook in jouw taal doordring, jouw mechaniekjes vind ik niet! En al helemaal raadselachtig is het dat jouw teksten geschreven zijn door jou, een man met, geef toe, een niet bepaald magische naam. Peter Verhelst. Je had evengoed Rudy Verstraeten, Jan Peeters of Mark Janssens kunnen heten. Ook zie je er niet uit alsof je stiekem uit een andere wereld komt.

Ik bedoel: als je nu een purperen baard had gehad, vliezen tussen de vingers, wegdraaiende pupillen, waardoor we alleen je bliksemende oogwit zouden zien, had ik misschien nog kunnen denken: hij moet wel wonen in of achter de taal.

Jij had evengoed een bakker kunnen zijn, of een medisch vertegenwoordiger, een bankdirecteur of een loodgieter. Het kost mijn verbeelding geen enkele moeite je in een bestelbusje te zien met in plakletters een geforceerd versje: Voor al wat uw sanitair behelst, daar is: Peter Verhelst!

Mocht je nu de helft van het jaar in een exotisch land verblijven, zou ik nog kunnen denken dat daar je inspiratiebron ligt, maar nee, je bent een robuuste knotwilg, geboren en gepoot in West-Vlaanderen. En ik kan mij moeilijk voorstellen dat die 'vuule' West-Vlaamse ‘moaze en sliek’ de voedingsbodem is voor jouw zinderende lyriek. (Ik ben zelf West-Vlaming, dus ik mag zoiets zeggen!)

Een paar maanden geleden heb ik je het eens vlakaf gevraagd. Ik weet niet of je je dat nog herinnert. We waren samen uitgenodigd op een of andere literaire avond in Aalst. We stonden daar zo, aan de bar, en ik vroeg je, een beetje vrank: 'Zeg Peter, vertel me eens je geheim. Waar komt die wereld van jou vandaan?' Je wist eerst niet waar ik op doelde en toen ik me nader verklaarde, haalde je verlegen je schouders op, en ik meen zelfs gezien te hebben dat je wat jongensachtig bloosde. Wat mij dan weer in verlegenheid bracht. Wij staken elkaar het blozen aan.

Beste Peter, wees gerust. Ik zal niet blijven vissen naar de handleiding van jouw mechaniekjes. Het is dan ook niet de opzet van deze brief om mijn vraag te herhalen. Integendeel zelfs. Ik trek hierbij plechtig mijn vraag terug, en als ik je al iets vraag is het: vertel het mij niet! Onthul me je bron niet, laat je magmakamer maar ondergronds.

In je laatste bundel 'Zon' staan gedichten die meer openlijk politiek zijn. 'Omdat de tijden erom vragen' staat op de achterflap. Ik begrijp die wending heel goed, en het levert je magistrale gedichten op. Maar stiekem hoop ik dat je nooit je onwereldse wereld de rug zult toekeren.

Misschien hebben we nu meer dan ooit nood aan poëzie die niet de werkelijkheid weerspiegelt maar zelf werkelijkheid wordt, gesatureerder dan welke realiteit ook. Aan poëzie (zoals die van jou) die nieuwe verbindingen in ons denken legt, als was een loodgieter hier aan het werk, die met zijn geheime kronkels het water anders doet stromen.

Maud

Herbeluister Maud die de brief voorleest in 'De Wereld Vandaag' op Radio 1.

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief