De brievenestafette van Radio 1 - Monika van Paemel schrijft aan Gaea Schoeters

#corona Radio 1

Volgende week, op 20 mei, verschijnt 'De Afstand', een brievenboek waarin twaalf duo’s elkaar schrijven over wat hen bezighoudt in deze rare, onwezenlijke dagen. Radio 1 liet zich inspireren door dat idee en startte een brievenestafette. Elke dag wordt een schrijver gevraagd om een brief te pennen aan een andere schrijver, die dan weer op zijn beurt een brief richt aan nóg een andere schrijver. Gisteren richtte Koen Peeters zich tot Monika van Paemel, zij kiest Gaea Schoeters 'omdat Gaea een dwarsligger is, een rebel, met interessante standpunten'.

Beste Gaea,

Jij hebt besloten om ons in de huidige afzondering elke dag de eerste bladzijde van een boek voor te lezen om zo de zin, de troost en de lust van de literatuur over te dragen en omdat er geen groter geluk bestaat dan voorgelezen te worden. Ik was dadelijk een en al oor, voor de tekst, maar ook voor de stem, zelfs een welbekende tekst krijgt door de klank een meervoudige betekenis.

In de beslotenheid van mijn kot is de stilte niet langer rustgevend, het virus dat als een sluipmoordenaar rondwaart moet ook worden bestreden met stemmen van vrienden en geliefden, ik hang aan de telefoon als aan een infuus, de radio is weer mijn liveline, zoals toen ik als kind lange tijd ziek was en overgevoelig voor geluid toch naar de radio luisterde. Ik verbleef aan de grens in Essen en luisterde veel naar de Nederlandse radio die op vier mei, mijn verjaardag, twee minuten stil bleef voor de dodenherdenking.

In ‘De Vermaledijde vaders’ staat: ‘Uw oorlog, maar wij hebben hem geërfd’ het is een erfenis die met de tijd zwaarder gaat wegen, net of die twee minuten stilte aldoor luider klinken. Op de televisie getuigen de kinderen van de Holocaust en ik woon in Mechelen vlakbij de Dossin kazerne, verleden jaar in mei heb in Antwerpen met vrienden uit Canada gedenkstenen op de trottoirs gelegd, maar deze meimaand zal in Vinkt, het dorp in mijn geboortestreek waar in mei 1940 zoveel mensen werden vermoord, de herdenking niet doorgaan, het leven moet voorgaan op de dood, zeker, maar als de doden niet meer in ons leven zijn wij zelf al een beetje vergeten.

Corona zullen we vast onder controle krijgen, maar er is een virus dat ook door twee Wereldoorlogen niet uit te roeien was, het heeft gewoekerd als een veenbrand die weer een uitslaande brand dreigt te worden; racisme, seksisme en sociale uitsluiting. Ik ben het kind van mijn grootouders, zij hadden de verschrikkingen van de twintigste eeuw overleefd, hun stemmen zijn in mij opgeslagen, verhalen over onmacht en verzet, over het brandmerken van de andere, en de soms minuscule keuze tussen goed en kwaad met al dan niet fatale gevolgen. Als ik naar hun portretten kijk die in mijn werkkamer hangen vraag ik me af hoe zij dit tijdperk zouden relativeren, want laten we wel wezen, wij leven nog altijd in een democratie, wij kunnen vrijuit spreken, er is sociale verzekering en gekwalificeerde medische hulp, wij kunnen ons verdedigen tegen dat geniepige virus door de veiligheidsvoorschriften te volgen, afstand houden is lastig, maar hoeft door de onderlinge solidariteit niet afstandelijk te zijn, wij moeten ons niet in een spagaat laten dwingen tussen economie en gezondheid of ons laten opdelen in categorieën, ik heb me danig geërgerd aan de valse tegenstelling tussen oud en jong, alsof de jeugd nog in Pampers loopt en de ouderen in Pampers versuffen, laten we stoppen met dat gezeik. In quarantaine is het helder, wij kunnen niet zonder elkaar.

Ik heb weleens gezegd dat als ik geen lezer had ik er eentje zou vangen en op een stoel vastbinden om voor te lezen, jawel Gaea, in het diepst van onze gedachten willen wij gehoord en dus gelezen worden. Vanwege de beladen meidagen en de verjaardag ben ik ontsnapt uit mijn kot om heel vroeg in het Vrijbroekpark te gaan wandelen, er was behalve een amechtige jogger, geen mens te bekennen, ik besef dat dit tegensprekelijk is, maar er is een verschil tussen alleen en eenzaam zijn, en het was heerlijk in dat bedauwde park, de hoge bomen, de bloeiende rododendrons, de opschietende lentebloemen, dat alles begeleidt door allerhande vogelgezang. Ik voelde me fortuinlijk.

Bij de thuiskomst werd ik verwelkomd met mraauw, dat is het stemmetje van Fedja, mijn Blauwe Rus, hij is de opvolger van Miss Molly, de straatpoes, noblesse oblige, wat poezen betreft ben ik niet eenkennig. Fedja Fjodor Michaelvitch, zeg ik verwijzend naar Dostojewski, die de vraag stelde of je om het welzijn van de mensheid bereid zou zijn een klein schepsel te folteren tot de dood en met die vraag het belang van elk leven voor alle leven heeft aangetoond. Fedja, herhaal ik, punt je oren, wij gaan een brief schrijven aan Gaea, van schrijver tot schrijver, over de tijd heen, dat zij haar stem zal blijven verheffen, rebels en teder, en zich nimmer het zwijgen zal laten opleggen.

Mraauw, antwoordt Fedja.

Van harte, Monika

Herbeluister Monika's brief in 'We zullen doorgaan' op Radio 1.

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief