De brievenestafette van Radio 1: Gaea Schoeters schrijft naar Maud Vanhauwaert

#corona Radio 1

Deze week startte Radio 1 een heuse brievenestafette: elke dag wordt een schrijver gevraagd om een brief te pennen aan een andere schrijver, die dan weer op zijn beurt een brief richt aan nóg een andere schrijver. Koen Peeters begon op maandag met een brief aan Monika Van Paemel. Zij schreef een brief aan de in haar ogen rebelse Gaea Schoeters. En Gaea kiest dan weer voor 'bruggenbouwer' Maud Vanhauwaert.

Dag Maud,

Aangezien deze brief niet alleen voor jou bestemd is, maar voor half Vlaanderen, moet ik de luisteraars misschien waarschuwen. Dit wordt geen gestructureerde brief. Onze gedachtenuitwisselingen verlopen meestal als een aaneenschakeling van associaties. Jou hoef ik dat niet te vertellen. Jij bent dichter. Jouw gedachten bewegen zich altijd vrij in de ruimte. Tot ze tegen een kleeflint in je hersens botsen, dat je voor dat doel hebt opgehangen, en deel gaan uitmaken van een gedicht. Mooi beeld vind ik dat. Hieronder volgt een opsomming van de momenten waarop ik in de afgelopen dagen, sinds ik besloot jou te schrijven en dus zo’n kleeflint in mijn hoofd ophing, aan jou heb gedacht.

Nu alle alledaagse regelmaat en alle verplichtingen zijn weggevallen, is niet alleen de stilte weer hoorbaar, maar zijn ook de witruimtes in ons leven teruggekeerd. Veel mensen schijnen niet te weten wat ze daarmee moeten. We leven eigenlijk in een gedicht: er is weinig, en met dat weinige moet je het doen, want het is alles wat er is.

Veel mensen zijn nu eenzaam met twee, (wat misschien nog erger is dan alleen eenzaam zijn), omdat wat ze met elkaar hebben minder blijkt te zijn dan wat ze dachten dan het was, of net teveel voor de krappe oppervlakte tussen vier muren. Nu ze hun samenzijn niet meer kunnen doseren in tijd en ruimte, blijkt het kamervullend ondraaglijk. De leegte net zozeer als het teveel.

Dat we niet weten hoelang dit alles duren zal, helpt ook niet echt; er is geen perspectief, wat tot gelummel leidt. En motivatie-dips. Zonder vast punt aan de horizon loopt iedereen verloren. (Dat weet elke schrijver: zonder deadline geen tekst.) We missen ook. Zonder eind in zicht. Hunkeren. Naar huidcontact, liefde of gewoon naar een bekend gezicht. Niet-digitaal, maar in 3D. Een mens om aan te raken. ‘Soms is het gewoon wachten.’ Letterde jij ooit, metershoog, op de gevel van een havengebouw. Ik heb daar vaak staan wachten, al voor die letters het thematiseerden. Omdat het ooit een plek was waar geen mens kwam, en waar je je aan ongewenste blikken kon onttrekken. Jaren van mijn leven heb ik daar ver-wacht. Op een liefde waarvan ik toen dacht dat ze alles was, en dat voor altijd zijn zou, en die uiteindelijk niets is geworden, of toch niet wat ik ervan verwacht had, maar ook nooit is verdwenen, en achteraf gezien toch heel veel blijkt te zijn. Soms is het gewoon wachten, tot de dingen hun ware aard tonen. (Poëzie, vul je Herman De Coninck aan, is een actieve vorm van wachten. Misschien bedenk ik nu, is poëzie ook een vorm van vragen stellen, terwijl proza de neiging heeft gelijk te willen krijgen.)

Ooit stond jij, verkleed als ijsbeer, op de Meir. Voor het klimaat. (En ook weer niet, want jij laat graag de dingen in het midden, terwijl ik ze altijd op de spits moet drijven.) Als stadsdichter plaatste je kunst waar ze thuishoort: middenin de publieke ruimte. In deze lastige tijden toont kunst haar kracht. Als middel tot reflectie. Verbinding. Troost. Daarin ben jij sterker dan ik. Als de wereld een bouwwerf is, ben ik de sloophamer, en jij de metselploeg.

Terwijl ik elke dag probeer de leugens van de macht lek te steken, en daarmee vooral mezelf in de voet schiet, maak jij inflatables: opblaasbare macht. Niet eens in de vorm van De Wever: je koos voor de metafoor. Het woord. De boodschap bleef dezelfde. Kijk: gebakken lucht. (Zie (jou in) mij) zette je ooit op een openschuivende container. In grote lijnen raken wij dezelfde dingen aan, alleen met een heel andere touché. Ik denk dat beide vormen van protest onmisbaar zijn.

In Tiresias, de bundel van Kate Tempest die ik onlangs vertaalde, kijkt zij naar de wereld door de blik van een Oud-Griekse ziener die man en vrouw geweest is. Omdat wie de dingen van twee kanten bekijkt, ze vaak helderder ziet. Ik heb me de afgelopen maanden vaak ontzettend boos gemaakt. Over de kortzichtigheid. De hebzucht. Het politieke opportunisme. De machtswellust. Het immer doordraaiende neo-liberale gegraai. De controlemaatschappij. En al die andere dingen die jij nooit zo expliciet zou benoemen. Jij bent, net als Tempest, een matchmaker, een bruggenbouwer, een verbinder. Iemand die gelooft in radical empathy. Wat niet wil zeggen dat je geen standpunten inneemt: meestal is het perfect duidelijk wat je ergens van denkt. (Ergens schrijf je dat jouw gezicht niet bepaald een hermetisch gedicht is. Ha. Dat is Maudhumor.)

Over profetiën gesproken: het vreemde aan deze toestand is niet alleen dat er nieuwe woorden verschijnen om de nieuwe werkelijkheid te beschrijven (Skype-file, overschermd zijn, maskerplicht, quarantainekwijnen), maar dat dit virus zelfs onze dromen bijstuurt — Of kus jij nog mensen, in het diepst van je nachtelijke gedachten?— en alles wat al bestond met terugwerkende kracht anders inkleurt. Zo stond jij ooit, met mondmasker, aan het doodsbed van een dieselmotor, en luisterde naar zijn laatste doodsreutels. Dat beeld heeft nu iets visionairs, al is de oorzakelijkheid ervan omgekeerd. Of het kleurboek dat je maakte, waarin je je oma in kon kleuren, zodat de herinnering aan haar niet zou vervagen. Hartverscheurend is dat nu: foto’s van wuivende omaatjes achter glas zullen nooit meer onschuldige kiekjes zijn. Alles van waarde is weerloos.

'Er zijn altijd lekken in ons leven,' schrijf je. 'Dat is nor-maal. Een mantra in vierkwartsmaat.' Dat is waar, en het is gezond te aanvaarden dat we niet alles onder controle hebben. Maar mijn aanvaarding houdt op waar het gevecht tegen onrecht begint. Ik weet, even zeker als ik weet dat je van Magnums met amandelen houdt, dat dat bij jou niet anders is.

Dit is waarin we verschillen: jij staat voor de zachte revolutie. Ik ben meer van de toek op de muil en de bots met de buil. Ziehier mijn voorstel: zal ik de boel onderuit schoppen, en bouw jij de wereld dan weer op? Ik heb alle vertrouwen in je bouwplan. Of toch veel meer dan in de exitstrategie die nu op ons afkomt.

Warme groet,

Gaea

Herbeluister Gaea die deze brief voorleest in 'We zullen doorgaan' op Radio 1.

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief