De Ardennen door de ogen van Nederlandstalige schrijvers

Pompidou

Je zou het niet meteen verwachten, maar toch … de Ardennen laten hun sporen na in de Nederlandse letteren. Van Willem Kloos en Lodewijk Van Deyssel tot Paul van Ostaijen en Herman De Coninck, allemaal hadden ze er wel iets te zoeken. Stefan Van den Bossche bundelde hun impressies in 'De literaire Ardennen', verschenen bij Houtekiet. Hij stelde zijn boek voor in Pompidou op Klara.

Stefan Van den Bossche is al lang gefascineerd door de Ardennen. Hij zag de plek ook evolueren, weg van de manier waarop literatoren het destijds hadden beschreven: 'Meer toerisme, meer winkels, meer campings - enorm veel campings, zeker langs de Ourthe! Die evolutie begon al vroeg in de 20ste eeuw, en sommige schrijvers alluderen daar wel op.' Hij schreef zijn boek ook vanuit een fascinatie voor het landschap: 'Je vindt altijd wel plekken met wat historische sensatie. In de trant van Johan Huizinga vraag je je af: wie zou die boom hebben gezien of aangeraakt? Schrijvers hebben daar vaak ook handig op ingespeeld in de loop der jaren.'

Er zijn nogal wat groten gepasseerd in de Ardennen: Rimbaud, Guillaume Apollinaire, Casanova, Petrarca, Oscar Wilde... Hoe komen zij in die uithoek van wat nu België is terecht? Was dat al zo'n populaire bestemming? 'Niet meteen,' vertelt Van den Bossche, 'maar het gebied lag wel op cruciale lijnen om een Grand Tour te kunnen nemen. Bij Petrarca bijvoorbeeld was het onderdeel van een ruimere reis. Als je de kaart erbij neemt, zie je dat Nederland eigenlijk dichter bij de Ardennen ligt dan Vlaanderen. Rimbaud was dan weer een Ardenees, maar dan van de Franse kant van de grens. Veel is ook toeval.'

De Tachtigers in de Ardennen

Wie heeft er effectief voor langere tijd gebleven en wie heeft er literaire sporen nagelaten? De focus van Stefan Van den Bossche ligt op Nederlandstalige auteurs: 'In de Ardennen komen de Belgische en de Noord-Nederlandse literatuur wel op een fraaie wijze bijeen, vanaf het begin van de moderne literatuur, de Tachtigers. Er was nog een tweede belangrijke vaststelling. Je hebt de gecanoniseerde auteurs - Lodewijk van Deyssel, Jacques Perk, Herman De Coninck - maar ik bedrijf graag literaire historiografie vanuit het idee dat er naast het centrum ook een periferie bestaat die deel uitmaakt van het literaire systeem. In die zin vond ik het belangrijk om enkele auteurs voor het voetlicht te brengen waarover men nog niet heeft gehoord.'

Voor de Tachtigers was La Roche heel belangrijk. Zowel van Deyssel als Perk (vader en zoon) gingen er vaak op hotel. Ze moesten weg uit Amsterdam en kregen van hun ouders financiële ondersteuning daarvoor. Jacques Perk heeft een grote liefde gehad in de Ardennen en daar is de 'Mathilde'-cyclus uit voortgekomen. 'Het is een eeuwige discussie of dat nu echte liefde was of niet,' vertelt Van den Bossche. 'In elk geval is de cyclus een gesublimeerde vorm van verliefdheid, een beetje platonisch à la Petrarca.'

Het landschap van de Ardennen is in de gedichten van Perk zeer prominent aanwezig. Van den Bossche: 'Het landschap komt voor in zijn natuurlijke gedaante, maar ook in zijn psychische: geïntensifieerd, gesublimeerd... Het anekdotische komt ook aan bod. Een bevriende dokter werd bijvoorbeeld gebeten door een adder en die adderbeet wordt geplaatst binnen het hele geografische kader van die plek in de Ardennen waar het is gebeurd. Het levert dan ook een mooi sonnet op! En zo heb je veel voorbeelden.'

Beluister het gesprek met Stefan Van den Bossche via Klara Select.

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief