©Renate Van Mangoldt

Christophe Vekeman over 'Altijd weer opstaan' van Helga Schubert

Klara

Helga Schubert is een oorlogskind, een vluchtelingenkind en een kind van de Duitse deling. Die bewogen levensgeschiedenis levert een aangrijpend boek op, over ouder worden en in het reine komen met je verleden.

Christophe Vekeman las 'Altijd weer opstaan'. Dit is zijn recensie:

Het leven is vallen en opstaan en ten slotte blijven liggen,’ zo schreef ik ooit in een gedicht, en al is het bepaald niet mijn gewoonte om te pas en te onpas uit eigen werk te citeren, toch kan ik niet anders dan bekennen dat de regel mij te binnen schoot telkens als de titel van het nieuwe boek van Helga Schubert de afgelopen dagen onder mijn ogen belandde.

'Altijd weer opstaan' heet dat boek, welke woorden niet verwijzen naar de bekende weerzin van luiaards om elke ochtend opnieuw hun bed uit te rollen, maar wel naar het belang en de waarde van veerkracht. En dat veerkracht psychotherapeute en schrijfster Schubert van pas is gekomen de voorbije 81 jaar, valt niet moeilijk te begrijpen als je gewoon nog maar te weten komt dat zij in 1940 in het oosten van Berlijn is geboren en daar verblijven zou tot na de val van de Muur in 1989: ‘Ik ben een oorlogskind, een vluchtelingenkind, een kind van de Duitse deling,’ aldus portretteert zij zichzelf aan het begin van deze romanachtige bundeling van bespiegelingen en herinneringen die Schuberts eerste-boek-sinds-lang vormt.

Toen de Muur in 1961 opgetrokken werd, was zij pas eenentwintig, en het kostte haar, schrijft ze, vele jaren om te proberen te wennen ‘aan de gedachte dat dit leven in een ingemetseld land werkelijk’ haar leven was, en geen ‘oefenleven voor een normale latere versie.’ Weliswaar verwierf zij bij momenten van de DDR-dictators de permissie als befaamd auteur om naar het Westen te reizen, maar de vreugde hierover was wat haar betrof steeds dubbel. Het maakte haar ‘verdacht’, zowel in binnen- als buitenland, in welk buitenland zij zich immers niet in alle vrijheid uitspreken kon, uit angst voor represailles.

En overigens viel het met die uitstapjes nogal mee qua frequentie. In 1987 reist zij naar Amerika: ‘Net zoals bijna al mijn medemiljoenen, mijn man en mijn zoon en iedereen van wie ik hou, kende ik de rest van de wereld alleen uit reisgidsen.’ Het is dan ook volstrekt terecht dat deze fragmentarisch gebrachte levensgeschiedenis van Helga Schubert als ondertitel ‘Een Duitse geschiedenis’ meekreeg, al is het wel degelijk een uitermate persoonlijk boek, waarvan de nuchtere toon het onderliggende gevoel van weemoed niet in de weg staat maar juist nog versterkt.

Een typisch staaltje van Schubertiaanse ironie is bijvoorbeeld de vaststelling dat sinds zij eindelijk zonder toestemming van de overheid overal heen mag, zij zich heeft teruggetrokken in een afgelegen dorpje zonder busverbinding.

'Altijd weer opstaan' gaat voor een belangrijk deel over de ouderdom, en over de berusting die daar in het beste geval bij komt kijken, maar ook, daaraan gekoppeld, over de noodzaak om met het verleden in het reine te komen in de tijd die je nog rest.

Lees verder op klara.be.

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief