Christophe Vekeman leest de klassieker 'De schuiftrompet' van C.C.S. Crone

Literatuur Pompidou

Christophe Vekeman is stellig: Het werk van C.C.S. Crone behoort tot het beste van de Nederlandstalige literatuur uit het interbellum. Haal die bundel met zijn verzameld proza dus als de wiedeweerga in huis.

De dood als voornaamste thema

Drie novellen en tien korte verhalen, alle geschreven tussen 1936 en 1940 en zich goeddeels afspelend in Utrecht – uit méér bestaat het oeuvre van de genaamde C.C.S. Crone niet, die leefde van 1914 totdat hij in 1951 stierf aan kinderverlamming.

En hiermee zijn we meteen ook beland bij een van de voornaamste thema’s in zijn werk – niet kinderverlamming, maar wel de dood, en de alomtegenwoordigheid ervan. Over het leven heerst de dood, terwijl de doden bovendien als voordeel hebben dat ze tenminste rust kennen.

‘Wie weet, was het beter verdronken te zijn,’ lezen wij aan het begin van ‘Muziek over het water’, de derde novelle die Crone schreef en het sluitstuk van 'De schuiftrompet', de bundel die zijn verzamelde proza behelst. En: ‘Het was ook altijd wat, klaagde ze, maar zelden iets goeds.’

Het moge waar zijn, dat laatste, maar het werk van Crone is niettegenstaande beter dan goed: bij momenten kan het stellig worden gerekend tot het beste wat de tussenoorlogse Nederlandstalige literatuur heeft te bieden, zo blijkt.

Wat maakt de verhalen van Crone zo sterk?

Je zou kunnen zeggen: de paring van de laconieke treurnis van Nescio (‘Hij antwoordde, dat hij katholiek priester had willen worden, maar dat was met z’n dichterlijke neiging het struikelblok voor heel zijn leven geworden. Nu werd hij geen priester-dichter, alleen maar ongelukkig’) aan de genadeloosheid en de weigerachtigheid om terug te deinzen voor het allerergste die de naturalisten kenmerkte, met dien verstande dat Crone er bovendien somtijds in slaagt de lezer door zijn tranen heen schuldbewust in de lach te doen schieten: ‘De eerste zoon Pieter is op vijfjarige leeftijd aan longontsteking doodgegaan. De broer, die Antoon heette, kon niet sterven, zolang moeder bij hem bleef. Toen ze naar de keuken was, heeft hij zich in zijn bed opgericht en met z’n magere hand dwaas naar de kamerdeur gezwaaid. Daarna viel hij voorover en hing dood in de armen van zijn vader. De tweede Pieter heeft zijn ouders altijd last veroorzaakt. Hij overleed op een dag van zijn moeders korte vakantie.’

Maar daarmee is nog steeds niet alles gezegd wat de specifieke kwaliteiten van Crones proza betreft, dat immers in zijn opvallende associativiteit tevens uitermate modernistisch aandoet. Met name de laatste twee novellen vallen enigszins te vergelijken met een amorfe kleurenbrij waar je verwarde lezershoofd aanvankelijk in wordt ondergedompeld, tot er zich van lieverlede adembenemend scherpe taferelen voor je geestesoog beginnen te vormen en je meer naar het einde toe zelfs scènes en beelden voorgeschoteld krijgt die je dermate haarscherp voor je ziet dat je van de weeromstuit en uit zelfbescherming geneigd bent de blik af te wenden.

In de eerste novelle dan weer, ‘Gymnasium en liefde’ getiteld, treffen wij curieus genoeg een ik-figuur aan, een scholier, die blijkbaar alwetend is en bijgevolg ons onder meer weet mede te delen dat de dikke onderwijzer Tamme na het lezen van een briefje op zijn eenzame vrijgezellenkamer zijn hoofd op de tafel laat rusten en voor zich uit suft: ‘Liefde en Sinterklaas bestaan immers niet.’

Verschrikkelijk mooi is dat verhaal, net als Crones tweede novelle, waarin weduwnaar Buysman zijn uiterste best doet niet aan zijn aan endeldarmkanker overleden Claartje te denken en daarom zijn gedachten probeert te verzetten door zich alsmaar dingen te herinneren die helaas slechts als effect hebben dat ze hem nog veel somberder stemmen. Trouwens, ook zijn huwelijk met Claartje was bepaald niet een harmonieus epos van uitsluitend rozengeur, jolijt en erotiek. Na zijn ontslag bij de bankmaatschappij vond Buysman uiteindelijk toch een nieuwe betrekking, waarna hij en zijn echtgenote naar een andere woning verhuisden: ‘Daar zaten zij een jaar lang iedere avond met hun gedachten tegenover elkaar, zonder dat ze iets anders zeiden dan dingen, waarin geen van beiden belang stelde.’ ‘Het feestelijke leven’ heet dit verhaal.

Weduwnaars, ontslagen en ellende

Ook in de korte verhalen in de bundel wemelt het van de weduwnaars, van de ontslagen en van de ellende en relationele troosteloosheden die van zo’n afdanking telkens weer het gevolg zijn – in het verhaal ‘De zelfmoord’ duikt overigens ook een ‘Claartje’ op –, met dat verschil echter dat dit kleine werk vaak absurdistischer van aard is, en soms wat te gewild tragikomisch.

Met de drie grote verhalen kan het zich geenszins meten, maar toch ben je blij dat het wel degelijk is opgenomen in het boek: meteen al na ‘Gymnasium en liefde’, de novelle waar 'De schuiftrompet' mee opent, ben je van Cornelius Carolus Stephan Crone immers in die mate fan geworden dat je waarlijk geen letter van hem wenst te missen.

Lees de integrale recensie op Klara.be of beluister hieronder Christophe Vekeman in Pompidou.

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief