Christophe Vekeman las 'Het snoephuis' van Jennifer Egan

Literatuur Klara

Wanneer is een mens nog authentiek in een tijd van virtual reality? Christophe Vekeman las 'Het snoephuis' van de Amerikaanse schrijfster Jennifer Egan, een stilistisch experimenteel vervolg op 'Bezoek van de knokploeg'. De roman stopt het authenticiteitsvraagstuk in een licht futuristisch jasje.

Dát Het snoephuis een vervolg is, blijkt behalve uit de inhoud ook uit de vormelijke gelijkenissen tussen de twee boeken. Egan experimenteert graag, op even gewaagde als geslaagde wijze, met vertelmanieren: valt er in Bezoek van de knokploeg een hoofdstuk aan te treffen dat geheel bestaat uit powerpointpresentaties, dan komen wij in Het snoephuis bijvoorbeeld tientallen pagina’s tegen die geheel uit mailconversaties bestaan, of die in de wij-vorm zijn geschreven of in een instructieve je-vorm, waarbij de lezer geheel overeenkomstig de bedoeling van de schrijfster het gevoel krijgt dat hij luistert naar een stem in zijn hoofd waar niet aan valt te ontsnappen.

Beide boeken, ook, spelen zich kriskras af in de loop van enkele decennia, zowel in het verleden als in wat nu nog de toekomst is (of wat in het geval van Knokploeg in 2010 nog de toekomst wás, namelijk het jaar 2022; Het snoephuis reikt tot 2032). Maar het meest opvallende is natuurlijk de narratieve mozaïekstructuur van de twee romans, waarin wij heel wat personages en bijpersonages leren kennen die vervolgens in de levens van weer andere tijdelijke hoofdfiguren en voormalige figuranten opgedoken komen. In de lijn hiervan kunnen wij de meeste personages in Het snoephuis trouwens kennen uit Bezoek van de knokploeg, al is het natuurlijk ook weer niet écht evident om ons de mensen die een roman van twaalf jaar geleden bevolkten, hoe onvergetelijk die toentertijd ook mag hebben geleken, stuk voor stuk keurig te herinneren. Geen paniek, echter, want kijk, over het belang en de gebrekkigheid van ons geheugen gáát Het snoephuis nu juist.

Egan experimenteert graag, op even gewaagde als geslaagde wijze, met vertelmanieren: valt er in 'Bezoek van de knokploeg' een hoofdstuk aan te treffen dat geheel bestaat uit powerpointpresentaties, dan komen wij in 'Het snoephuis' bijvoorbeeld tientallen pagina’s tegen die geheel uit mailconversaties bestaan.

Klinkt dat allemaal al veelbelovend, en mag het duidelijk zijn dat Jennifer Egan een dystopie geschreven heeft die, anders dan bijvoorbeeld Hanya Yanagihara met haar 'Naar het paradijs', de vele valkuilen van het genre vernuftig omzeilt, toch is het knapste nog dat 'Het snoephuis' helemaal niet in de eerste plaats een treffende, genuanceerde dystopie, maar wel een meeslepende, ontroerende psychologische roman is, over echte mensen en echte gevoelens, die bijgevolg op de vragen die hij stelt zélf het antwoord vormt. En dat antwoord luidt: juist het feit dat wij onszelf in andere individuen kunnen herkennen en dat zij sterk op ons lijken, maakt onze medemensen in onze ogen zo interessant. En ‘het Collectief Bewustzijn’? Wat is dat in wezen anders dan de literatuur?

Ontdek op Klara.be nog meer over 'Het snoephuis'.

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief