De website langzullenwelezen.be gaat begin volgend jaar offline en de informatie wordt sinds 1 november niet meer aangevuld. Wil je op de hoogte blijven van het laatste boekennieuws uit de VRT-programma's en leestips ontvangen? Schrijf je dan hier in voor de wekelijkse nieuwsbrief.

Christophe Vekeman leest 'Boerenpsalm' van Felix Timmermans

Literatuur Pompidou

Oude koek of een klassieker van wereldformaat? Christophe Vekeman las Boerenpsalm van Felix Timmermans en is overtuigd: 'Wat een geweldig meeslepend en aangrijpend en niet of nauwelijks terzijde te leggen literair meesterstuk'.

Wat een boek is Boerenpsalm, wat een geweldig meeslepend en aangrijpend en niet of nauwelijks terzijde te leggen literair meesterstuk is deze monoloog uit 1935, waarin de genaamde Wortel zowel in de slotregel als in de tweede paragraaf reeds God dankt omdat hij als boer op de wereld mag zijn. Boerenpsalm is dan ook een boek dat doordesemd is van religie, terwijl het verhaal vol miserie, erotiek, afgunst en achterdocht tezelfdertijd wel degelijk oneindig veel aardser dan hemels moet worden genoemd.

De vrouw en het veld

Wellicht is het in de allereerste plaats een amoureuze roman, met als twee belangrijkste liefdesobjecten de vrouw en het veld. ‘Ge houdt ervan,’ vertelt Wortel ons aangaande dat laatste, ‘en ge weet niet waarom.’ Al is de lijn tussen liefde en haat niet altijd even duidelijk, zoals uit het vervolg blijkt: ‘Want alles fijn nagegaan, mijnheer pastoor heeft gelijk, als hij zegt dat het veld een soort van vijand is, een reus, zegt hij, die ons dag in, dag uit tegenwerkt.’

Op dezelfde (tweede) pagina van de roman blijkt overigens meteen ook dat niet enkel tussen haat en liefde, maar zelfs tussen vrouw en veld de grens niet altijd even scherp kan worden getrokken: ‘het veld is in mijn gedacht geen reus, maar een reuzin, zo’n heel groot vrouwmens waar ’t eind aan verloren is. Haar gezicht is de lucht. Zij verlokt u. Ge loopt over haar lijf, ge kruipt over haar lijf. Natuurlijk ze werkt u tegen lijk alle vrouwen. Dat is ’t goed ervan.’

Koppel daaraan de voornoemde liefde die ook de Heer wordt toegedragen – al wordt Hij behalve bedankt ook dikwijls vervloekt – en het zal algauw duidelijk worden dat wij hier te maken hebben met een boek dat bulkt van een complex soort mysticisme dat de hemel zeker niet óp maar ín de aarde situeert, dat de ondoorgrondelijkheid van God tracht te pareren door consequent het heilige laag bij de grond te zoeken, en dat hooggestemde verlangens en gevoelens van eerbied terugvindt, somtijds, in de laagste lusten. ‘De grond zal rood zien van ’t bloed als ge mijn lief niet wordt!’ dreigt de jonge Wortel zijn aanstaande, Fien genaamd, uit wier schoot later de ‘kinderen rollen als rapen’, zodat God zich andermaal kan openbaren in iets wat zowel geliefd als gehaat wordt: ‘Van dan af zijt ge de slaaf van ’t veld, zoals ge de slaaf zijt van uw kinderen. (…) Ze zijn uw last, uw zorg. Ze houden u arm en metselen u in een toren van kommer. (…) ge zoudt ervoor in ’t vuur lopen, en soms zoudt ge ze de kop inslaan van razernij.’

Soms zijn de tragiek en de ellende die door Timmermans tot leven worden geroepen haast van een al te heftig karakter, zodat je de neiging voelt om kwaad op de schrijver te worden.

Het samenvallen van blinde woede en grenzeloze liefde komt overigens ook tot uiting in het houten Christusbeeld waar Wortel jarenlang in zijn schaarse vrije tijd consciëntieus aan zwoegt en snijdt en waarmee hij zich van lieverlede identificeert, ‘omdat een mens door al zijn miserie zowat op Onze Lieve Heer begint te gelijken’, totdat hij vlak voor de voltooiing van zijn werk de zaak verknoeit door, op het moment dat hij de puntjes op de i wil zetten, de zoon van de alziende God domweg de ogen uit het gezicht te kerven…

Soms zijn de tragiek en de ellende die door Timmermans tot leven worden geroepen haast van een al te heftig karakter, zodat je de neiging voelt om kwaad op de schrijver te worden, maar ook in die gevallen lees je niettemin ademloos door, onveranderlijk gegrepen en bemoedigd door het vitalisme van de Godsvruchtige, bulderend vloekende Wortel, deze vader van elf die op zeker ogenblik vier kinderen en twee vrouwen verloren heeft, maar nooit voorgoed het hoofd laat hangen en zich tot instemming van elke lezer, of althans tot de mijne, troost met de ware woorden van de pastoor: ‘Het is niet omdat gij boer zijt, dat gij verdriet en ellende hebt, maar omdat gij mens zijt. (…) Waar mensen zijn is verdriet. Dat heeft Adam ons gelapt.’

Herbeluister hieronder Christophe Vekeman in Pompidou.

Ook Bart Van Loo vertelde waarom 'Boerenpsalm' van Felix Timmermans nog relevant is.

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief