Léon Hanssen over zijn 'Handboek voor de vagebond', een ode aan het zwerven in Pompidou

Non-fictie Klara

Cultuurhistoricus Léon Hanssen verdiepte zich in het verleden in het werk van Menno ter Braak en Piet Mondriaan. In zijn nieuwe boek wijdt hij zich niet aan een persoonlijkheid, maar aan een fenomeen: de liefde voor het zwerven. Van Henry David Thoreau tot alternatieve jongeren die de kapitalistische samenleving afwijzen ... ze komen allemaal voorbij in 'Handboek voor de vagebond. In de voetsporen van vrije denkers', verschenen bij Querido.

Vagebonden vroeger en nu

De vagebond is een centrale figuur in onze cultuurgeschiedenis en is het vandaag opnieuw, vertelt Hanssen in Pompidou. 'Er is nu ook een beweging aan de gang, weg van het centrum naar de rand van onze maatschappij, daar waar de civilisatie overgaat in de natuur. Het vagebondisme is een wereldwijde trend op dit moment die lange historische wortels heeft'.

De vagebond omschrijft Hanssen als iemand die in eerste instantie 'neen' durft te zeggen tegen een groep of de eenheid waarvan hij of zij deel uitmaakt. Ten tweede is hij of zij iemand die bewust kiest voor een zijspoor, van de hoofdweg af en dat zorgt voor een soort van ontregeling: hij of zij moet zich heroriënteren. Die ontregeling leidt tot de derde stap: de vagebond ontwikkelt een nieuw bewustzijn over zijn of haar positie in die culturele eenheid.

'Vagebond' en 'het vage' houdt ook een belofte in dat er een nieuwe weg te onderzoeken is. De vagebond hoeft zich niet noodzakelijk in de ruimte te verplaatsen. 'Zodra je gaat afdwalen in je gedachten kom je in een mentale ruimte terecht die een surplus is. In het vage ontstaat een soort magisch denken. Vagebonderen is het afdwalen, het creëren van een magische ruimte en het herdefiniëren om de werkelijkheid draaglijk te maken. Het is een dagelijks iets, een denkbeweging die we voortdurend maken' aldus Hanssen.

Een bekend voorbeeld van vagebonderen zie je in de film 'La vitta é bella' waarin een nauwelijks te verdragen situatie als een soort speelruimte wordt geherdefinieerd en waarmee de ernst van de situatie wordt weggenomen.

De vagebond heeft een negatieve connotatie omdat de vagebond, zeker tot in de 19de eeuw, een wat louche figuur was en werd voorgesteld als een rondzwervende figuur die zich niet wilde conformeren en geassocieerd werd met kleine criminaliteit.

In de 19de eeuw komt een beweging op gang waarin intellectuelen en kunstenaars zich plotseling gaan associëren met deze vrije figuur, om zich los te maken van de heersende burgerlijke cultuur. De vagebond, in tegenstelling tot de bohemien, beweegt zich in de natuur en de aantrekkingskracht valt samen met de industrialisatie van de steden.

De vagebond volgt een kronkelend pad: achter elke bocht wacht een nieuwe belofte en de weg is interessanter dan de bestemming. Bekende vagebonden zijn Friedrich Nietzsche, Charles Baudelaire, Karl Wittgenstein, T.E. Lawrence, Piet Mondriaan, de aanhangers van de actionpainting, Bob Dylan, Pier Paolo Pasolini en Miles Davis.

Vagebonderen is niet exclusief mannelijk, ook vrouwen komen aan bod in het boek: Virginia Woolf is een vagebond in het hoofd omdat in haar werk heel duidelijk is dat ze haar verbeelding los kan laten. Een andere vrouw is de Nederlandse kunstenares Jacqueline de Jong die aanleunde bij de Cobra-beweging en wiens werk typisch vagebondistisch is.

Herbeluister Léon Hanssen in Pompidou over illustere vagebonden en de huidige aantrekkingskracht van het vagebondisme.

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief