Catherine Vuylsteke las 'Tot het water stijgt' van Maryse Condé, één van de belangrijkste hedendaagse schrijfsters in Frankrijk

Fictie Klara

Maryse Condé werd geboren in Guadeloupe en is één van de belangrijkste stemmen in de hedendaagse Franse literatuur. In 2018 kreeg ze de 'alternatieve Nobelprijs voor Literatuur', hoog tijd dat de echte Nobelprijs ook haar kant op komt. Catherine Vuylsteke las haar boek 'Tot het water stijgt'. Het boek verscheen in 2010 maar is nu pas vertaald in het Nederlands.

Wie is Maryse Condé?

'Maryse is ondertussen 87 en kan eigenlijk zelf niet meer schrijven en is niet goed meer te been. Als ze toch nog iets wil schrijven heeft ze iemand nodig om het uit te tikken. Haar allerlaatste boek dateert van 2017. Ze is één van de grote Caraïbische stemmen, in 1984 doorgebroken met 'Ségou'', vertelt Catherine in Pompidou.

Condé heeft haar leven op heel verschillende plaatsen doorgebracht. Ze is afkomstig van Guadeloupe, een département d'Outre-mer van Frankrijk, maar heeft in Parijs gestudeerd. Als 25-jarige is ze in West-Afrika gaan wonen om te ontsnappen aan de schande van een ongewenste zwangerschap. Van 1959 tot 1972 is ze in verschillende West-Afrikaanse landen, zoals de Ivoorkust en Congo, gaan werken om dan in 1972 terug een tijd in Parijs door te brengen maar ook in de VS waar ze les gaf aan de Columbia University. Dat heeft van haar een heel overtuigde cosmopoliet gemaakt die heel veel vragen heeft gesteld over slavernij, onder meer: 'Zijn wij, nakomelingen van slaven, dan Afrikanen of niet?'. Haar antwoord is overduidelijk 'neen': elk individu wordt gevormd door de culturele, politieke en maatschappelijke context waarin dat individu opgroeit. En zo is dat ook met het hoofdpersonage in de roman 'Tot het water stijgt'.

'Tot het water stijgt'

'Babakar uit 'Tot het water stijgt' is een man van Malinees-Caraïbische afkomst. Hij heeft zijn vrouw en ongeboren kind verloren in een conflict in Ivoorkust. Het woord 'Ivoorkust' staat er niet in maar de aandachtige lezer weet dat het daarover gaat', vertelt Catherine. Hij heeft een heel nauwe relatie met zijn moeder die uit Guadaloupe komt en die denkt dat hij zijn gebroken hart zou kunnen herstellen door zich in het geboorteland van zijn moeder te vestigen.

Daar komt hij in een stormachtige situatie terecht waarbij een jonge Haitiaanse illegale vluchtelinge overlijdt in het kraambed en er niemand is om zich over het kind te bekommeren. Babakar ziet dit als een godsgeschenk en zal zich opwerpen als de nieuwe vader van dat kind, alleen zegt de man die de vrouw op de boot tijdens de vlucht vergezelde dat het haar laatste wens was dat het kind toch zijn roots, Haïti, zou kennen. Daarmee verkast het hele verhaal naar Haïti.

Dit is ook iets typisch voor Condé, zegt Catherine: 'Ze brengt het portret van een hele maatschappij, een politieke geschiedenis via een aantal personages en hun persoonlijke levens.'

'Het boek is licht geschreven en het is er haar niet om te doen de analyse te maken van 'wie heeft er gelijk?', gaat Catherine verder. 'Het zijn allemaal mensen die ergens zijn aangespoeld en hopen op een beter leven, met meer vrede, geluk en minder vroegtijdige overlijdens'.

Catherine vond het een heel fijn boek om te lezen. 'De verhaallijn had misschien iets strakker gemogen', voegt ze er wel aan toe, maar ze heeft er alvast enkele uren leesplezier aan overgehouden in tijden waarin er niet kan gereisd worden.

Herbeluister de recensie van Catherine Vuylsteke in Pompidou.

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief