John Keats tot leven gebracht in de komische roman 'Schoonheidsdrift' van Arie Storm

Fictie Klara

Tweehonderd jaar geleden overleed de Engelse dichter John Keats. Dat inspireerde schrijver Arie Storm tot de komische roman 'Schoonheidsdrift'.

'Schoonheidsdrift' is de twaalfde roman van de Nederlandse schrijver Arie Storm. Daarin is een gepassioneerd literatuurliefhebber aan het woord. Hij reist naar Londen om er in de voetsporen van de romantische dichter John Keats te treden, maar wordt tegelijk ingehaald door de hedendaagse literaire wereld. De roman is verschenen bij Prometheus. Nicly Aerts belt de auteur op in Amsterdam.

John Keats tot leven gebracht

De titel van het boek verwijst enerzijds naar John Keats, de grootste romantische dichter aller tijden en anderzijds naar Menno Wigman, die over hem dichtte en hem vertaalde. Arie Storm brengt ze samen in 'Schoonheidsdrift'. Hij wilde een roman wilde schrijven over John Keats, dat stond voorop en toen herinnerde hij zich het gedicht van Menno Wigman waarin hij het huis in Rome waar Keats is overleden, bezoekt. En daar komt die prachtige regel ''A thing of beauty', Vijfentwintig. Schoonheidsdrift' in voor. 'Dit vat Keats samen', vertelt Storm in Pompidou.

Keats is maar 25 geworden, hij leed aan tbc en dit jaar wordt hij herdacht omdat hij 200 jaar geleden is gestorven.

Het boek begint met het verdriet om een overleden vriendin van het hoofdpersonage, een auteur. Hij kan er zich moeilijk over zetten. Dit komt uit het leven van Storm zelf: een volkomen onverwacht overlijden van een goede vriendin, ze was nog geen 40, die tien jaar geleden overleed. Het verdriet is niet gesleten. Het jonge overlijden van Keats heeft iets onverteerbaars, volgens Storm, en het hoofdpersonage heeft maar één uitweg nl. er iets over schrijven. Keats wordt opgevoerd, samen met de overleden vriendin, in het eerste deel van de roman. Het tweede deel is de komedie die de schrijver (uit het boek) beslist te gaan schrijven.

Lezers vertrouwd met de boeken van Storm, weten dat hij fictie en non-fictie door elkaar brengt: 'We komen je wel eens tegen in je werk', zegt Nicky Aerts.

In het eerste deel trekt het hoofdpersonage naar London om zijn verdriet te verwerken en daar komt hij Keats in hoogsteigen persoon tegen. Hij belandt in een operette-achtig gezelschap, mensen die stuk voor stuk hebben bestaan maar dan 100 jaar of langer geleden. En die brengen hem naar John Keats. Hij kan het zelf niet echt geloven. En hij ontmoet er ook Alan Hollinghurst, de grote Engelse nog levende auteur. Hiermee verenigt Storm enkele schrijversgeneraties.

'Heeft het schrijven van deze roman je dichter bij Keats gebracht?', wil Nicky weten. 'Ja en neen', antwoordt Storm. 'Je kunt niet nader tot iemand komen die dood is: hij is gewoon weg. Ik kan hem gewoon niets vragen of echt ontmoeten.'

Ook een komedie

Je merkt als lezer dat hij lol heeft in het schrijven van die komedie. 'Ik heb mij dol geamuseerd, ook bij het eerste deel hoewel het tragisch is', zegt Nicky. Het is zo amusant omdat het een spel is waarin het hoofdpersonage zich als schrijver zit te verkneukelen. Hij kan als schrijver een personage zijn in zijn verhaal, er in en uit springen, het is alsof hij de lezer alle kanten van het verhaal wil laten zien. Zo voert hij P.G. Wodehouse op, een van de favoriete auteurs van Hollinghurst. P.G. Wodehouse is een Engelse komische auteur, overleden midden jaren 70, hij was 93, heeft 2 wereldoorlogen meegemaakt en bijna 100 boeken gepubliceerd. Die boeken staan erom bekend dat ze heel licht zijn, er wordt een nostalgische wereld gecreëerd, waarin alle problemen worden weggefilterd en iedereen gelukkig is. Storm dacht: 'Als mijn hoofdpersonage rouwt is het mooi dat hij zich met zo'n komisch auteur kan bezighouden en zelf zo'n komedie schrijven, een klucht. Die klucht vond plaats op één van de Waddeneilanden, waar het hoofdpersonage een grondige hekel aan heeft.'

Twee delen in twee verschillende stijlen

Het boek leende zich er toe om in twee verschillende stijlen te schrijven. Het eerste deel ligt in de lijn van eerder werk van Storm. Het tweede deel, de luchtige komedie, had hij nog nooit gedaan en het is hem bevallen. Het is een demonstratie van 'dit kan ik ook gewoon', gaat Storm verder.

'Heeft corona een rol gespeeld?', vraagt Nicky hem. 'Het onderwerp is tragisch, een overleden vriendin, maar in coronatijd wil de lezers ook iets vrolijkers. Het is geënt op 2 gedachten. Je blijft niet in één kamp hangen.'

Over het schrijverschap

In het boek geeft Storms kritiek op collega's, hier en daar, ook op het feit dat tegenwoordig teveel non-fictie in fictie sluipt, hoewel hij het zelf ook doet. 'Literatuur is gelaagd en je mag nooit zeggen wat literatuur mag of kan zijn omdat het kunst is. Ik vind het ook mooi als personages op een bepaald punt zichzelf tegenspreken. In het tweede deel gaat hij op een schrijfcursus bij een bestsellerauteur en het helpt. Aan de andere kant doet hij er heel cynisch over. Dat is ook het standpunt van Storm zelf.'

Ondertussen is Storm al bezig aan zijn volgende komedie waarin een Don Quichot opduikt.

Thomas Renwart, auteur en kunstenaar, zit ook in de radiostudio en praat mee.

Deel dit artikel

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief