De grom uit de hond halen

De grom uit de hond halen

Wie is Iduna Paalman?

Idoena, dat hoort ze het liefst. Uit Amsterdam. Ze houdt van kort en schrijft dus vooral kortverhalen en poëzie. Haar debuutbundel 'De grom uit de hond halen' werd begin september bekroond met de Poëziedebuutprijs 2020. Deelt met haar vriend een flat die letterlijk gevuld is met boeken. Heeft een zwak voor Duitse dichters en Pipi Langkous.



Een prijs winnen en succes hebben is heel fijn, maar het leidt ook af. Ik ben met nieuwe dingen bezig. Ik ben nog volop op zoek naar mijn plaats, ik aarzel. En in poëzie is daar ruimte voor. Dus voorlopig blijft poëzie mijn vorm.

Iduna Paalman in Groen Gebladerte

Lees

Iduna nam in 2019 deel aan de schrijfresidentie van deBuren in Parijs. Daar schreef ze de gedichten 'Hitteplan' en ‘Maria de’ Medici bereidt zich voor’, die ze opnam in haar debuutbundel. In 2020 nam ze deel aan het multidisciplinaire project Besmette Stad, waarvoor ze een artistiek antwoord schreef op het werk van Paul van Ostaijen.

Kijk

Luister

Listen on Apple Podcasts

Lees 'De grom uit de hond halen' samen met je leesclub!

Ben je lid van een leesclub of wil je er een starten? Ontdek samen met je clubleden het debuut van de jonge schrijvers uit de podcastreeks 'Groen Gebladerte'. Met deze discussievragen kan het gesprek in je leesclub echt op gang komen. Voor de diehards voorzien we extra lees-, luister- en kijktips. Download ze hier.

Discussievragen

  • Wat zijn volgens jullie de twee hoofdthema’s in deze bundel?
  • In bijna alle gedichten is een ‘ik’ aan het woord. Is die ‘ik’ telkens dezelfde persoon, denken jullie? Of hebben we te maken met verschillende sprekers?
  • Vinden jullie dit een optimistische of een pessimistische bundel? Waarom?
  • In het gedicht ‘Middenberm’ (p. 36-37) gebruikt Paalman een eeuwenoude techniek: de lyrische aanspreking. Een ‘ik’ spreekt een ‘je’/’jij’ aan en die spreekt niet terug. Lees het gedicht nog eens en bedenk wat de middenberm terug zou zeggen, als die kon spreken.
  • Het gedicht ‘Hijsongeval’ (p. 26-27) verwijst naar een ongeluk dat daadwerkelijk plaatsvond in Alphen aan den Rijn. Bekijk de video over die gebeurtenis eens op deze pagina. Welke elementen uit het gedicht herkennen jullie in de beelden van het ongeval? Hoe verhoudt dit gedicht zich tot het openingsgedicht van de bundel (p. 11)?
  • In het gedicht ‘II. Bescherming’ lezen we: ‘bescherm jezelf: imiteer een ander’ (p. 17). Op welke manier kunnen jullie dat citaat verbinden aan de bundel als geheel?
  • In het gedicht ‘Waarschuwingspoging’ is de ‘ik’ ‘ontwapend’ (p.21). Wat betekent dat woord precies? Welke woorden klinken er volgens jullie in mee? En is het echt zo dat de ik ontwapend is in dit gedicht?
  • In deze bundel wordt geregeld gesnauwd (p. 28), gebruld (p. 30), gegild (p. 33), gekrijst (p. 49), of juist niet. Wat hebben die momenten met de titel van de bundel te maken?
  • Er komen op verschillende plekken honden voor in deze bundel. Spelen die honden telkens een vergelijkbare rol?
  • Ook vaders komen veel voor. Welke rol spelen zij?
  • Het gedicht ‘De kans dat je vraagt hoe ik heet wordt met de minuut kleiner’ (p. 28) zou je kunnen lezen als een actueel gedicht over politiegeweld. Hoe zouden jullie met die bril op de titel uitleggen?
  • Sander Meij stelde in een recensie over de bundel op Tzum: ‘Een terugkerend element is dat ogenschijnlijk het gevaar is afgewend, maar zoals dat altijd gaat met gevaar, schuilt het in onverwachte hoeken.’ Om wat voor gevaren gaat het in deze poëzie? En op welke manieren wordt geprobeerd dat gevaar af te wenden?
  • Voor Ooteoote schreef Peter Swanborn een analyse van het openingsgedicht uit de bundel. Aan het eind van die analyse stelt hij: ‘De kracht van dit gedicht zit in de meerduidigheid. Is de riskmanager te vertrouwen of niet? Brengt hij echt risico’s in kaart of is hij alleen maar met zijn eigen carrière bezig?’ Wat zijn volgens jullie de antwoorden op die vragen?
  • Paalman maakt in haar bundel veelvuldig gebruik van personificaties. Ze kent namelijk menselijke eigenschappen toe aan niet-menselijke zaken. Beton heeft bijvoorbeeld een pols die je kunt voelen (p. 52), de neerslag draagt een maatpak (p. 52), de stad verzamelt dingen (p. 56), lantarenlicht houdt zijn buik in (p. 56). Kunnen jullie er nog meer vinden? Aan de andere kant gebruikt ze ook veel beelden waarin iets menselijks levenloos wordt, zoals verlangen dat als een buitentafel uitschuift (p. 64), een aanraking die een huisvesting is (p. 75), het lichaam dat een krimpgebied is (p. 46) en dromen die hypotheken zijn (p. 20). Wat is het effect van deze twee poëtische technieken?

Lees-, luister- en kijktips

In samenwerking met

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief