De meeste mensen deugen

Door Rutger Bregman

Waardering
Jouw waardering
Succesvol toegevoegd
De mens is een beest, zeiden de koningen. Een zondaar, zeiden de priesters. Een egoïst, zeiden de boekhouders. Al eeuwen is de westerse cultuur doordrongen van het geloof in de verdorvenheid van de mens. Maar wat als we het al die tijd mis hadden? In dit boek verweeft Rutger Bregman de jongste inzichten uit de psychologie, de economie, de biologie en de archeologie. Hij neemt ons mee op een reis door de geschiedenis en geeft nieuwe antwoorden op oude vragen. Waarom veroverde juist onze soort de aarde? Hoe verklaren we onze grootste misdaden? En zijn we diep vanbinnen geneigd tot het kwade of het goede? Adembenemend, weids en revolutionair – De meeste mensen deugen herschrijft niet alleen de geschiedenis, maar werpt ook nieuw licht op onze toekomst. Reacties: ‘Een indrukwekkend boek.’ – Jan Terlouw ‘Rutger Bregman sleept je mee.’ – Geert Mak ‘Of je het nou eens of oneens bent met Rutger Bregman, hij is een belangrijke stem binnen onze generatie. Fascinerend boek, lees het.’ – Tim Hofman ‘Cynici en zwartkijkers kunnen inpakken. Een heerlijk boek voor iedereen die echt realistisch wil zijn.’ – Beatrice de Graaf

Wat anderen schrijven over dit boek

Door Jan Vanhoutte

op 17/05/2021

Dit boek laat me met een dubbel gevoel achter. Ik geloof ook dat de meeste mensen deugen en het is goed dat daar eens een boek over geschreven wordt. Interessant is dat dit boek ook een licht werpt op waarom we zo gemakkelijk van het omgekeerde uit gaan. Met momenten is het boek ontluisterend, zeker wanneer bekende wetenschappers als Stanley Milgram en Jared Diamond op niet-deugende wetenschap worden betrapt ( wat m.i. nog niet betekent dat zij in het geheel niet te vertrouwen zijn ).

Jammer is dat het boek zo weinig kritisch is t.a.v. het behandelde thema. Het start met de stelling dat de meeste mensen deugen en daarna volgen uitsluitend verhalen die de stelling moeten bevestigen. De stelling wordt niet verkend, ze wordt verkondigd. En met 10 leefregels op het einde wordt het ook een beetje klef.

Lees meer

Door Guido Bergmans

op 27/03/2021

Laat ik maar beginnen met het positieve:

De schrijfstijl van Bregman is eerder journalistiek. Helder, direct en compact, niet-literair. Heel vlot leesbaar. Hij heeft een voorkeur voor de retorische vraag, waarbij het antwoord dan op een nieuwe regel geïsoleerd staat als een korte zin of een enkel woord, voor een grotere impact.

Interessante stellingen uit Bregmans boek, die in mijn aanvoelen inderdaad waar zijn:
- mensen zijn in de eerste plaats sociale wezens.
- Vaak is men ook spontaan hulpvaardig: samenwerking was altijd al een essentieel kenmerk van de oermens.
- een medemens doden is hééél moeilijk, althans van dichtbij, en zeker met een mes of bajonet; hiervoor moesten Vietnam-soldaten geïndoctrineerd en gehersenspoeld worden, met posttraumatisch stress syndroom als gevolg. Iemand doden die je niet ziet, bv. door bommen uit een vliegtuig, mijnen of gifgas, is daarentegen al een stuk gemakkelijker.
- luister of kijk niet naar de media, zij focussen hoofdzakelijk op slecht nieuws.
- power corrupts: dat zei Lord Acton (1834 – 1902).
- het Pygmalion- en Golem-effect: als je mensen vertrouwen geeft en hoge verwachtingen koestert, zullen ze beter presteren, en omgekeerd. In de praktijk gebracht, positief door Jos De Blok en negatief door de bedrijfskundige Frederick Taylor.
- in het verlengde hiervan: als je iemand behandelt als tuig, zal hij zich gedragen als tuig, als je iemand behandelt als mens, zal hij zich gedragen als mens.
- de pluralistische onwetendheid: wanneer iemand in een groep iets niet verstaat wat wordt uitgelegd, durft hij dit niet zeggen, omdat de anderen (die even onbegrijpend zijn) zitten te knikken.
- een mens kent in zijn leven maximaal 150 individuen, vaak minder. Voor samenwerking in grotere groepen is een gezamenlijk idee nodig, een mythe, waarin iedereen gelooft: dit werd ook al uitgewerkt door Harari in zijn boek Sapiens.
- Wederom in het verlengde hiervan: mensen die we kennen, zullen we minder gemakkelijk kwaad doen dan vreemden. Persoonlijk contact is een essentieel onderdeel in het terugdringen van geweld en onrecht.
- Kinderen moeten vrij kunnen spelen.


Maar anderzijds: met de niet-deugende daden van mensen (niet de daden van niet-deugende mensen!!) kan ik een boek vullen dat tien keer zo dik is als dat van Bregman. En dan niet met oorlog, moord, verkrachting en marteling. Daar hebben we de geschiedenis en de literatuur voor 😊. Bibliotheken vol.
Nee, met alledaagse leugentjes, bedriegerij, pesten, vechtscheidingen (tientallen of honderden miljoenen mensen; dat kunnen toch niet toevallig al degenen zijn die “niet deugen”?), achteloze beledigingen, onachtzaamheid, plichtsverzuim, enz. Waarom krijg je in het verkeer de ene keer een kwade blik met getoeter en een middenvinger, terwijl iemand je een half uur later genereus voorlaat? Waarom snauwt een winkelbediende, een treinconducteur of een collega je soms zonder reden af, en zijn ze een andere keer vriendelijk?
De titel, met zijn impliciete tweedeling goed - slecht lijkt me dus alvast geen goed startpunt. Trouwens de begrippen goed en slecht zijn louter constructies van het menselijke brein. De natuur kent geen goed of kwaad, enkel evolutionair voor- of nadeel. Wat voor de ene goed is, kan voor de andere slecht zijn. Mensen kunnen goede of slechte dingen doen, afhankelijk van tijd, plaats en heel veel andere elementen van binnen of buiten henzelf (en dan zwijg ik nog over drugs en alcohol). Iedereen kan dit in zijn eigen leven dagelijks ervaren, van zichzelf en van anderen, als je tenminste de moed hebt af en toe eens in de spiegel te kijken. Eén van de meest dwingende redenen die mensen tot lelijke handelingen brengt is het gevoel onrechtvaardig bejegend te zijn. Soms enkel een kwestie van perceptie. Denk aan de gele hesjes. In dit verband lijkt de gewoonte van de !Kung zoals beschreven door Bregman, mij een slecht idee. Wanneer een jager van de !Kung zichzelf wat te pretentieus opstelt, beginnen de anderen van de stam hem te vernederen, door te zeggen dat zijn vlees niet goed genoeg is enzovoort. Ze geloven dat ze hem hierdoor wat bescheidenheid kunnen aanleren en hem in het gareel kunnen krijgen. Dat kan misschien werken in een stam van 30 of 40 individuen, maar in een grotere anonieme samenleving lijkt dit mij een recept voor ongelukken.
William Congreve (1670 - 1729) wist het ook al: "Hell hath no fury like a woman scorned". Een versmade vrouw (en bij uitbreiding eigenlijk ieder mens) is tot alles in staat.


Het siert Bregman dat hij de zaken zo wetenschappelijk mogelijk wil aanpakken. Hij citeert talloze onderzoeken uit de sociale psychologie en andere gedragswetenschappen en lanceert een frontale aanval op de beroemde onderzoeken van Stanley Milgram en het Stanford Prison experiment. Die onderzoeken mogen inderdaad wel eens aan een kritische blik onderworpen worden. Maar waarom zouden we de Milgram en Stanford experimenten afwijzen, en andere, die het tegenovergestelde willen aantonen, plots wel klakkeloos aanvaarden? Mogen we die eens even kritisch benaderen? Onderzoekers, zowel linkse als rechtse, zijn vaak in mindere of meerdere mate onderhevig aan de Confirmation Bias: resultaten worden pas vermeld (al of niet opgesmukt) als ze in het vooropgestelde plaatje passen, zoniet lopen ze kans te worden genegeerd. Bregman is hiervan op de hoogte: hij bewondert en citeert Bertrand Russell: “Stel jezelf alleen de vraag wat de feiten zijn, en welke waarheid door de feiten wordt ondersteund. Laat je nooit afleiden door wat je wilt geloven.” Of nog: "“Denk aan academici die worden afgerekend op hun publicatielijst en zo de verleiding voelen om te frauderen” (p235).

Het probleem met al die grote, idealistische, linkse (Bregman aarzelt niet het woord communisme in de mond te nemen) denkschema’s is, dat zij overtuigd zijn van de maakbaarheid van mens en maatschappij, en dat ze negeren wat de mens in essentie is: een diersoort met al zijn dierlijke instincten van 1 of 10 of 100 miljoen jaar geleden grotendeels intact, met anderzijds enorme hersenen, zo ingewikkeld dat er al eens gauw iets aan mankeert, en gedoemd te leven in een milieu waaraan hij genetisch niet aangepast is. Dat het dan geregeld fout gaat, hoeft geen verwondering te wekken. Bregman zegt dit ook met zoveel woorden (p.213): “We zijn een dier dat uit zijn natuurlijke omgeving is gerukt. Een dier dat sindsdien uit alle macht probeert die gapende mismatch in te dammen.”
Er zijn genoeg onderzoekers, filosofen en geleerden die van de vrije wil en de Rede van de mens geen hoge pet ophebben, en die onze genen, en dus onze niet-controleerbare instincten en onderbewustzijn een veel grotere rol toebedelen dan wij graag willen geloven. Ik noem maar Nassim Nicholas Taleb, Griet Vandermassen, Jonathan Haidt met The Righteous Mind, Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman: Thinking Fast and Slow (vertaald als Ons Feilbare Denken), Jared Diamond, Richard Dawkins, Yuval Noah Harari , Sam Harris (Free Will), Dick Swaab (Wij zijn ons Brein) en niet te vergeten Mark Nelissen, hoogleraar gedragsbiologie. En dat zijn dan nog alleen maar degenen van wie de ideeën in boekvorm verschenen zijn en van wie ik zelf iets gelezen heb.
Terwijl net de Rede door Bregman in zijn epiloog wordt aangeprezen als middel tegen alle cynisme en negatieve vooroordelen. Dat belooft dus niet veel goeds. In zijn proloog weet Bregman eigenlijk ook al dat de redelijkheid het vaak moet afleggen tegen zelfbedrog: “Zelfs als het bewijs ons recht in het gezicht staart, weten we onszelf nog voor de gek te houden.” (p16). Ik moet hierbij denken aan het motto van het boek Wildevrouw van Jeroen Olyslaegers, dat ik ook net las: mundus vult decipi, de wereld wil bedrogen worden. De idee dat de volledige mensheid alleen maar uit vrije wil moet overstappen op een ander mensbeeld om spoedig een nieuwe, ideale wereld te bevolken is van een groteske zelfoverschatting. Waarom hebben we dat eigenlijk niet al 5000 jaar geleden gedaan, als het zo simpel is?

Het boek is aardig gestructureerd, met verschillende hoofdstukken, die vaak als uitgangspunt een verhaal met een negatief vooroordeel hebben.
- Het verhaal van de Homo Puppy: ons idyllische bestaan als jager-verzamelaar vooraleer er landbouw en nederzettingen waren, door Bregman afgezet tegen de mythe van de brute, met knotsen zwaaiende holbewoner. Dit klinkt inderdaad mooi, maar het staat ook al ongeveer letterlijk in het boek “Sapiens” van Yuval Noah Harari. Bregman beweert dat jager-verzamelaarpopulaties in de oertijd "egalitair" en "communistisch" waren. Hoe weet hij dat eigenlijk zo goed? Inschatten hoe de mens als jager-verzamelaar leefde 30.000 jaar geleden, blijft een hachelijke onderneming, en geschiedt op basis van multi-interpreteerbare archeologische en paleontologische vondsten, en anderzijds uit vergelijkingen met nog resterende hedendaagse jager-verzamelaar populaties. Die zijn echter hoe dan ook reeds verregaand besmet door het contact met de moderne wereld, zodat ook hier de interpretaties heel voorzichtig moeten gebeuren. Trouwens over Harari gesproken: in diens boek Homo Deus pleit hij voor een nieuw soort mens, een soort cyborg, die technisch en genetisch opgewaardeerd zou worden. Hieruit kan ik alleen maar besluiten dat hij denkt dat er van de huidige mens niet veel goeds meer te verwachten valt…
- Lord of the Flies: wat voor zin heeft het eigenlijk om een puur fictieboek aan te vallen op zijn morele inhoud? Als we alle fictieliteratuur waarin moord, oorlog, en verkrachting voorkomen, moeten gaan weerleggen, gaan we nogal werk hebben. Zijn alternatief verhaaltje van de 6 kinderen met de zeilboot op het eilandje is heel mooi, maar om o.a. daarop dan een wereldomvattende theorie van de goedheid van de mens te baseren?
- Paaseiland. Over de vermeende ondergang van de beschaving aldaar zijn diverse theorieën ontwikkeld, o.a. door Jared Diamond. Die beschrijft na een periode van bloei een neergang met uitputting van de natuurlijke rijkdommen door de mens, ontbossing, hongersnood, oorlog en kannibalisme. Bregman schuift dit terzijde en schildert Paaseiland af als een soort idyllisch paradijsje. De ontbossing van het eiland zou niet door de mens veroorzaakt zijn, maar miljoenen ratten zouden de zaden van bomen opgegeten hebben. Toen alle bomen verdwenen waren, gingen de mensen meer aan landbouw doen en floreerden gewoon verder. Hoe het kwam dat de ratten zich dan niet gingen tegoed doen aan de landbouwproducten, vertelt hij niet. De Hollanders die het eiland ontdekten in 1721 vonden volgens het dagboek van Jacob Roggeveen een populatie van welvarende, vriendelijke, goed gebouwde mensen. Dat belette de Hollanders niet om ineens op de weerloze inboorlingen te beginnen schieten zonder aanleiding. Spanjaarden annexeerden het eiland gewoon, Peruvianen namen 150 jaar later een derde van de bevolking mee als slaven. Die Hollanders, Spanjaarden en Peruvianen horen dan blijkbaar bij de minderheid die “niet deugt”. De ondergang van de beschaving van Paaseiland zou dus pas in de 19de eeuw plaatsgevonden hebben, na contact met Europese en andere “moderne” bevolkingen. Maar ook hier geldt: wat bereik je nu eigenlijk met de theorie van ondergang van Jared Diamond te weerleggen? Daarmee is toch de eeuwige, wereldomvattende goedheid van de mens niet bewezen?
- de moord op Kitty Genovese, waarbij zogenaamd 37 omwonenden, die getuige waren, passief bleven. Ze wilden er niet bij betrokken worden. Bregman wil ook dit weerleggen, en komt er op uit dat sommige omwonenden wel degelijk contact opnamen met de politie, zodat het uiteindelijk de schuld van de politie is. Tsja, daar is Kitty niet veel mee vooruit natuurlijk. Dood is dood. En dan volgt weer een anecdote over 4 mannen die een kind en een vrouw uit een zinkende auto in een Amsterdamse gracht redden. Heel mooi, maar het optellen van 10 of 100 anecdotes vormt nog geen bewijs van een universele waarheid.

Het blijkt dus, dat Bregman het hele boek door de bezwaren die ik hier formuleer, maar al te goed kent, maar de consequenties ervan toch wenst te negeren. Zijn boek staat vol voorbeelden van de gruwelen en dwaasheden van de mensheid, en hoe hard hij ook spartelt om aan te tonen dat die vermijdbaar waren, ze zijn hoe dan ook gebeurd, duizenden jaren aan een stuk.
Daardoor ondermijnt hij permanent zijn eigen betoog, en blijft dit in mijn ogen toch wankel. Ik vrees dat Bregman op de eerste plaats een prediker en activist is, en pas op de tweede plaats een wetenschapper. Wat niet wegneemt dat zijn mensbeeld, wanneer het zou nagevolgd worden, een betere en warmere samenleving zou betekenen. Maar helaas dit mensbeeld is hoe dan ook onvolledig en eenzijdig: mensen doen goede en ook veel slechte dingen, soms zonder het zelf bewust te willen. Het staat al in de Bijbel: “De geest is gewillig, maar het vlees is zwak.”

Lees meer

Door Jan Houttekier

op 04/02/2021

hoopvol nieuws in bange tijden. Zeer toegankelijk met mooie voorbeelden.

Lees meer

Door Luc Van Roosbroeck

op 23/01/2021

Geweldig om een boek te lezen met een andere mening dan de gebruikelijke. Ik voelde mij erbij thuis. Alleen vond ik een vreemde melding bij kerstmis 1914. De Engelsen zouden chocolade hebben voorzien? Vreemd.
Door de massa aan onderzoeken en andere getuigenissen die opgezocht werden, komt dit zo massaal over dat ik soms de twijfel had of het allemaal wel waar kan zijn.
Gedurfd om een andere mening te hebben.

Lees meer
Schrijf je mening over dit boek. (Je voornaam & achternaam worden getoond)
Geef je waardering:

Uw recensie werd succesvol toegevoegd

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief