De meeste mensen deugen

Door Rutger Bregman

Waardering
Jouw waardering
Succesvol toegevoegd
De mens is een beest, zeiden de koningen. Een zondaar, zeiden de priesters. Een egoïst, zeiden de boekhouders. Al eeuwen is de westerse cultuur doordrongen van het geloof in de verdorvenheid van de mens.

Maar wat als we het al die tijd mis hadden?

In dit boek verweeft Rutger Bregman de jongste inzichten uit de psychologie, de economie, de biologie en de archeologie. Hij neemt ons mee op een reis door de geschiedenis en geeft nieuwe antwoorden op oude vragen. Waarom veroverde juist onze soort de aarde? Hoe verklaren we onze grootste misdaden? En zijn we diep vanbinnen geneigd tot het kwade of het goede?

Adembenemend, weids en revolutionair – De meeste mensen deugen herschrijft niet alleen de geschiedenis, maar werpt ook nieuw licht op onze toekomst.

Reacties:

‘Een indrukwekkend boek.’
– Jan Terlouw

‘Rutger Bregman sleept je mee.’
– Geert Mak

‘Of je het nou eens of oneens bent met Rutger Bregman, hij is een belangrijke stem binnen onze generatie. Fascinerend boek, lees het.’
– Tim Hofman

‘Cynici en zwartkijkers kunnen inpakken. Een heerlijk boek voor iedereen die echt realistisch wil zijn.’
– Beatrice de Graaf

Wat anderen schrijven over dit boek

Door Jeanne Tielen

op 31/03/2022

Heel vlot geschreven en leesbaar. Een echte aanrader. Het geeft de burger moed in wankele tijden.

Lees meer

Door Ilse Vanblaere

op 09/01/2022

Heel vlot om te lezen., boeiend, de titel vertelt alles.

Lees meer

Door Guido Bergmans

op 14/12/2021

Ik begin maar even met de stijl van Bregman: die is journalistiek, helder en compact, gemakkelijk te lezen. Hij heeft wel een voorliefde voor een stijlfiguur, die ik maar theatrale emphasis zal noemen: in plaats van een gegeven gewoon te vermelden, brengt hij het als antwoord op een retorische vraag, of als een begrip dat in een voorafgaande zin aangekondigd wordt. Bovendien zet hij het niet achter een dubbelpunt, zoals je zou verwachten, maar als geïsoleerd woord of korte woordengroep in een afzonderlijke zin, liefst dan nog op een nieuwe regel. Bv.
p.10 “De naam van dat roofdier? Adolf Hitler.”
p.18 “Het idee in kwestie? De meeste mensen deugen.
p.27 “Ik heb het over een drug die we dagelijks innemen, die zwaar wordt gesubsidieerd en op enorme schaal aan onze kinderen wordt verstrekt.
Het nieuws.
p.38 “Hun namen? Peter Warner en Mano Totau. Waar ze elkaar van kenden? Van een onbewoond eiland.
p.42 “Maar toen, op de achtste dag, verscheen het wonder aan de horizon. Land.
p.46 “De naam van de boot? ATA.
p.81 ”Het korte antwoord? Ja.

Fijn voor een keertje, maar Bregman kan er niet genoeg van krijgen, en na vijf of tien keer begint het wel te irriteren.
Wat ook verwarrend is, is dat Bregman dol is op peripetieën in zijn tekst: eerst gaat hij bladzijden lang door over onderzoeken die het tegendeel aantonen van wat zijn titel beoogt, waarbij die dan nog eens extra bevestiging krijgen door uitlatingen als “Het pleit werd pas echt beslecht in 2011, met de publicatie van Stevens Pinkers monumentale werk The Better Angels of our Nature”. Maar uiteindelijk komt hij dan door andere onderzoeken uit bij het tegenovergestelde. “Jarenlang heb ik gedacht dat Steven Pinker gelijk had,(…). Maar toen maakte ik kennis met kolonel Marshall.” Vermoeiend hoor.


Inhoudelijk dan: de essentiële zwakte van het hele boek is het eenzijdige en onvolledige uitgangspunt. Een eye-opener in dit verband was voor mij het boek The Goodness Paradox van Richard Wrangham. De ondertitel “The Strange Relationship between Virtue and Violence in Human Evolution”, of in andere edities “How Evolution made us both more and less violent” werd in de Nederlandse vertaling “Deugen de meeste mensen wel”? Een slimme verwijzing naar het boek van Bregman, om zodoende een graantje mee te pikken van diens enorme commerciële succes. Wrangham benadrukt de paradoxale combinatie van onzelfzuchtigheid en egoïsme in de mens, en dat dit berust op het bestaan van twee soorten agressie, de reactieve (de directe man-tegen-man agressie als reactie op een aanval) en de proactieve (de vooraf geplande en weloverwogen agressie, meestal in groep). Beide sluiten mekaar volstrekt niet uit, integendeel, ze vullen mekaar aan. De reactieve agressie is sinds het ontstaan van de Homo Sapiens grofweg 300.000 jaar geleden duidelijk verminderd, en het is die vermindering waar Bregman zich voortdurend op concentreert. Maar de proactieve agressie is helaas onveranderd gebleven, en is verantwoordelijk voor de meest gruwelijke en dwaze dingen die duizenden jaren lang door de mensheid zijn uitgespookt. Dit is echter nog niet tot Bregman doorgedrongen, of laat hij bewust onvermeld. In zijn bibliografie wordt Wrangham welgeteld één keer vermeld, met een boek uit 1996.

Zodoende krijgt het wetenschappelijk aureool dat Bregman zichzelf toebedeelt, toch wel een knauw. Hij citeert talloze onderzoeken uit de sociale psychologie en andere gedragswetenschappen en lanceert een frontale aanval op de beroemde onderzoeken van Stanley Milgram en het Stanford Prison experiment. Die onderzoeken mogen inderdaad wel eens aan een kritische blik onderworpen worden. Maar waarom zouden we de Milgram en Stanford experimenten afwijzen, en andere, die het tegenovergestelde willen aantonen, plots wel klakkeloos aanvaarden? Mogen we die eens even kritisch benaderen? Een voorbeeldje: dat massale bombardementen op Londen in het begin van WO II en op Duitsland aan het einde ervan leidden tot “energie”, “opluchting”, “een sfeer als na een oorlog die gewonnen was”, klinkt toch wel heel ongenuanceerd. Er bestaat ook zoiets als shellshock. Uit het dagboek van George Orwell over de Spaanse Burgeroorlog: (p.83): “Natuurlijk vielen er wel slachtoffers in die oorlog, maar volgens Orwell hadden de meeste soldaten op de ziekenboeg zichzelf verwond. Per ongeluk.” Echt??
Onderzoekers zijn vaak in mindere of meerdere mate onderhevig aan de Confirmation Bias: resultaten worden pas vermeld (al of niet wat opgesmukt) als ze in het vooropgestelde plaatje passen, zoniet lopen ze kans te worden genegeerd. Bregman is hiervan op de hoogte: hij bewondert en citeert Bertrand Russell: “Stel jezelf alleen de vraag wat de feiten zijn, en welke waarheid door de feiten wordt ondersteund. Laat je nooit afleiden door wat je wilt geloven.” (p.222) Of nog: “Denk aan academici die worden afgerekend op hun publicatielijst en zo de verleiding voelen om te frauderen” (p.235). Dat belet Bregman niet om constant aan cherry-picking en jumping to conclusions te doen. Hij is zo eerlijk om geregeld tegenargumenten tegen zijn kruistocht te geven, maar vaak eindigt zijn discussie met “Toch wijst alles erop dat…”, en dan volgt een conclusie in lijn met zijn missie. En ja, hij voelt dit zelf toch ook wat aan, denk ik: (p.222) “Is het me gelukt tijdens het schrijven van dit boek me te houden aan Russells advies? Ik hoop het, maar ik betwijfel het ook.” Ik vrees toch, dat Bregman op de eerste plaats een prediker en activist is, en pas op de tweede plaats een wetenschapper.

Uiteindelijk blijf je dan als kritische lezer toch op je honger zitten, en dat wordt alleen maar erger als Bregman ons aanmaant om nu met zijn allen maar eens flink ons best te doen om een positiever mensbeeld aan te nemen. Daarvoor somt hij in zijn epiloog tien wat kinderlijke regeltjes op. De moderne Tien Geboden, zo u wil. Die bestonden 2000 jaar geleden ook al, eveneens zonder al teveel succes… Bregman doet me daar onweerstaanbaar denken aan de parodie van Godfried Bomans over een dame van een zekere leeftijd die zich inzet voor de wereldvrede. (Uit Oude en Nieuwe Buitelingen, Elsevier 1972, p.69). Citaat (licht aangepast):

“Men kent dit soort dames. Zij gebruiken des morgens enkele zaden, des middags een snede tarwebrood en ‘s zondags, bij wijze van uitspatting, een vrucht. (…) Deze dame nu sprak als haar mening uit dat, als alle mensen mekaar eens ferm de hand gaven, er geen oorlog meer zou zijn. Ook was zij de opinie toegedaan dat, indien elke soldaat zijn geweer wegwierp, er geen schot meer kon worden gelost. Vervolgens verklaarde zij dat als alle atoombommen, maar dan ook álle (hier wierp zij een strenge blik op de aanwezigen) tegelijk werden ingeleverd bij een nobel mens, opdat deze ze onder zijn berusting kon houden, het atoomgevaar zou ophouden te bestaan.”

Het spijt me dat ik de hele zaak wat in het belachelijke trek, want Bregman spreidt een vuur en een belezenheid tentoon, een betere zaak waardig. Of liever, een meer haalbare, want een betere is er niet, denk ik.

Kun je een vriendelijker mensbeeld toch promoten, zoals Bregman poogt met zijn 10 stelregels in de epiloog? Ja, vast wel, ook Wrangham benadrukt de invloed van culturele factoren, maar reken toch niet te hard op een snel en eclatant succes. Want iedereen is er in principe toch voor, en waarom hebben we het dan eigenlijk niet al 5000 jaar geleden gedaan, als het zo simpel zou zijn?
Het probleem met al die grote, idealistische, linkse (Bregman aarzelt niet het woord communisme in de mond te nemen) denkschema’s is, dat zij overtuigd zijn van de maakbaarheid van mens en maatschappij, en dat ze negeren wat de mens in essentie is: een diersoort met al zijn dierlijke instincten van 1 of 10 of 100 miljoen jaar geleden grotendeels intact, met anderzijds enorme hersenen, zo ingewikkeld dat er al eens gauw iets in misloopt, en gedoemd te leven in een milieu waaraan hij genetisch niet aangepast is. Bregman zegt dit ook met zoveel woorden:
p.213: “We zijn een dier dat uit zijn natuurlijke omgeving is gerukt. Een dier dat sindsdien uit alle macht probeert die gapende mismatch in te dammen.”
Ook (p.175): “Gingen we toen [tienduizend jaar geleden] op een manier leven waar ons lichaam en onze geest niet klaar voor waren?”
Of nog (p.57): “De ongemakkelijke waarheid is dat ook wij, dieren die zichzelf zo bijzonder vinden, het product zijn van een blind proces. Evolutie.”
p.188: “De harde les is dat peuters niet kleurenblind zijn.(…) Ook als we net doen alsof iedereen gelijk is, en verschillen in huidskleur, uiterlijk en rijkdom niet bestaan, dan nóg zien kinderen het verschil. We worden geboren met een tribale knop in ons hoofd.”
p.189: “Empathie is een schijnwerper, een zoeklicht. Het is gericht op een specifieke persoon of een enkele groep uit je eigen leefwereld. Terwijl je de emoties van de enkeling opzuigt, verdwijnt de rest van de wereld naar de achtergrond.(…) Empathie voelen we vooral voor mensen die dicht bij ons staan.”
p.58: “Pijn, leed en strijd zijn nu eenmaal de motoren van de evolutie.”
p.186. “In tientallen experimenten hebben onderzoekers bewezen dat baby’s niet houden van vreemde gezichten, vreemde geuren, vreemde talen, en vreemde accenten. Het lijkt alsof we worden geboren als xenofoben.”
En dit zouden we dan volgens Bregman allemaal moeten compenseren met onze Ratio. Terwijl de geschiedenis, de moderne biologische antropologie, genetica, en veel oude en moderne filosofen ons leren dat het met de Vrije Wil en Redelijkheid van de mens niet al te best gesteld is, en dat mensen veel vaker geleid worden door hun dierlijke instincten, genetisch bepaald, hun onderbewustzijn, en hun impulsieve reacties. In zijn proloog weet Bregman eigenlijk ook al dat de redelijkheid het vaak moet afleggen tegen zelfbedrog: “Zelfs als het bewijs ons recht in het gezicht staart, weten we onszelf nog voor de gek te houden.” (p.16). Ik moet hierbij denken aan het motto van het boek Wildevrouw van Jeroen Olyslaegers, dat ik ook net las: mundus vult decipi, de wereld wil bedrogen worden.

Het staat ook al in de Bijbel: “De geest is gewillig, maar het vlees is zwak.”

Lees meer

Door Jan Vanhoutte

op 17/05/2021

Dit boek laat me met een dubbel gevoel achter. Ik geloof ook dat de meeste mensen deugen en het is goed dat daar eens een boek over geschreven wordt. Interessant is dat dit boek ook een licht werpt op waarom we zo gemakkelijk van het omgekeerde uit gaan. Met momenten is het boek ontluisterend, zeker wanneer bekende wetenschappers als Stanley Milgram en Jared Diamond op niet-deugende wetenschap worden betrapt ( wat m.i. nog niet betekent dat zij in het geheel niet te vertrouwen zijn ).

Jammer is dat het boek zo weinig kritisch is t.a.v. het behandelde thema. Het start met de stelling dat de meeste mensen deugen en daarna volgen uitsluitend verhalen die de stelling moeten bevestigen. De stelling wordt niet verkend, ze wordt verkondigd. En met 10 leefregels op het einde wordt het ook een beetje klef.

Lees meer
Schrijf je mening over dit boek. (Je voornaam & achternaam worden getoond)
Geef je waardering:

Uw recensie werd succesvol toegevoegd

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief