Vallen is als vliegen

Manon Uphoff

Fictie

4 /5

Gelezen? Geef jouw waardering

Succesvol toegevoegd
Wanneer haar zestien jaar oudere zus, uitgehongerd en uitgedroogd, van de trap valt en sterft, doet dat als een vonk de woede van de schrijfster ontbranden. De dood van Henne Vuur, ooit haar ‘schaduwmoeder’, dwingt haar een gruwelijk en angstwekkend verleden onder ogen te zien.
Als een aanklager en chroniqueur tekent ze dat verleden op in een boek vol verhalen: over vader Holbein, die ontwerper, tovenaar, wetenschapper, gesjeesd seminarist en god was van een persoonlijke, labyrintische wereld; over Libby en Toddiewoddie, haar andere zussen, met wie ze als heksen wraak kan nemen in hun eigen Walpurgisnacht en kan lachen tot de verlossing volgt; over hun leven vol verpletterende indrukken, lichamelijke onbegrensdheid, misbruik, geweld, schoonheid en pijn.

Vallen is als vliegen is een in de werkelijkheid gewortelde roman over het almaar groter wordende, pijnlijke verleden. Als geen ander weet Manon Uphoff de zoektocht naar liefde, naar een identiteit, hard en tegelijk poëtisch, met kracht en met humor neer te zetten.

Wat anderen schrijven over dit boek

In dit boek heeft de auteur het over haar jeugd vol seksueel geweld gepleegd door haar vader.
Eigenlijk is het een verhaal dat ze nooit wilde vertellen. Ze heeft dit verleden weggeduwd en ook al stak het af en toe de kop op, ze vond een manier om een normaal leven te leiden zonder voortdurende confrontatie.
Totdat ze bericht krijgt dat haar oudste zus is overleden. Haar zichzelf uitgehongerde zus viel van de trap totaal verzwakt door uitdroging en stierf wat later omdat ze weigerde mee te gaan met de ambulance. Wanneer dit nieuws de auteur bereikt gebeurt er iets met zichzelf waarvan ze nooit had gedacht dat het zou gebeuren. Wat ze tot nu toe altijd onder controle had gehad kwam tot een explosie. Het tastte haar functioneren aan, ze kon geen deel meer uitmaken van het gewone leven. Het stemde haar lang tot nadenken. Wat moet ik ermee ? Ze kwam tot de conclusie dat ze het verhaal moest vertellen ook voor anderen die zoiets meemaakten. Het moest een taal krijgen. Ze wilde zich niet beperken tot het triestige verhaal op zich. Ze brengt alle lagen. Zoals : Wie was die vader ? Uit wat voor milieu komt hij ? De moeder die wegkijkt en hoe dat komt, ... .
De auteur stelde zich de vraag : Mogen zulke verhalen tot onze literatuur horen ? Haar antwoord was ja want het maakt deel uit van de maatschappij.
"Hoe kan ik jullie toegang verschaffen tot dit labyrint, waar wij Holbein-meisjes in opeenvolging leefden, en mee naar binnen vragen als ik zelf zo lang heb geaarzeld en (in alle eerlijkheid) Hennes tuimelval nodig had ? En waarmee moet mijn verhaal van dit verblijf beginnen ? "
De auteur schrijft ook een aantal hersenspinsels neer die waarschijnlijk noodzakelijk zijn in het verwerkingsproces maar ik kon ze niet altijd goed volgen. Het is niet altijd helder.
"Maar hier moet ik mezelf onderbreken en aandacht vragen voor een fenomeen dat het ernstig bemoeilijkt om dit verhaal helder en chronologisch te vertellen. Voor een chronologische vertelling is een helderheid in het denken noodzakelijk. Een vermogen waarover ik heel lange tijd niet beschikte."
Soms vloeit het over in dromen en dat is niet altijd helder waarover het gaat of wat ze willen zeggen.
Er staan heel mooie beschrijvingen in hoe ze toch tot vertellen van dit verhaal is gekomen. Vb p178 tweede helft en p 179.
Ik vond het heel moeilijk om dit boek sterren te geven. Ik twijfelde tussen drie en vier. Tijdens het schrijven van deze recensie ben ik toch tot 4 gekomen. Omdat Manon Uphoff niet alleen maar een triestig verhaal schrijft maar ook een taal heeft gevonden om het onmenselijke te vertellen.

Een boek dat je al bij de eerste pagina bij de keel grijpt door de zwierige taal. De verteller zegt meteen: “Ik wilde dit verhaal niet vertellen.” (p. 11), maar blijkbaar is het een verhaal dat verteld moest worden. Uphoff “moest niet alleen een nieuw vocabulaire ontwikkelen, maar ook het gereedschap zelf maken. De hamers, de beitels en de spijkers om die taal mee te maken, waren er niet.” (interview met Iris Pronk in De Morgen, 07-04-2019). Daar is ze dan schitterend in geslaagd. Wat we krijgen, is geen plat verhaal over kindermisbruik, geen realistisch verslag, zoals in sommige andere boeken over het thema. Uphoff heeft slechts zelden expliciete scènes nodig om de lezer mee te slepen. Het motief van de Minotaurus en het labyrint, gekoppeld aan een erg subtiel en suggestief taalgebruik, geven perfect de verwarrende, chaotische ervaring van het kind weer. Hoe beschrijf je wat het betekent voor een kind om ’s nachts te leven in een wereld waar “geen boeken bestonden en de Minotaurus regeerde” (p. 98) om “vroeg in de ochtend te herrijzen in de gedaante van een kleuter, en te worden verpakt en aangekleed als kleuter door de befaamde HEHH” (p. 99), zoals ze haar vader, de Minotaurus, noemt.
Toch slaagt Uphoff er ook nog in een genuanceerd beeld van haar jeugd en van haar vader te geven. Ze leefde als kind in een huis gevuld met cultuur, boeken, kunst, poëzie … en daar is die vader ook verantwoordelijk voor.
Een bitter verhaal, maar een stilistisch hoogstandje!

Uw recensie werd succesvol toegevoegd

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?
Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Inschrijven nieuwsbrief

Meld je aan om verder te gaan!