De Verwondering

Hugo Claus

Fictie

4 /5

Gelezen? Geef jouw waardering

Succesvol toegevoegd
Op een gemaskerd bal in Oostende raakt de leraar Victor-Denijs de Rijckel in de ban van een verleidelijke, maar onheilspellende vrouw. Hij reist haar achterna naar Almout, een geheimzinnig kasteel waar vijftien jaar na de ondergang van Hitlers Derde Rijk nog altijd wordt gerouwd om een Vlaamse SS’er. De confrontatie met dit onverwerkte oorlogsverleden drijft De Rijckel almaar meer tot waanzin.
In een van zijn onbetwiste meesterwerken neemt Hugo Claus de lezer mee op een huiveringwekkende hellevaart die cirkelt rond onze fascinatie voor helden en hun mythen.
Deze eerste kritische editie van De verwondering is gebaseerd op nooit eerder bestudeerde manuscripten, aantekeningen en dagboeken. In een nawoord tracht Kevin Absillis de helden uit Hugo Claus’ klassieker te ontmaskeren.

Louis Paul Boon: ‘Van de duivelskunstenaar Hugo Claus is De verwondering iets van het mooiste en het machtigste dat hij geschreven heeft.’

Wat anderen schrijven over dit boek

Na het lezen verwondert het mij niet dat Hugo Claus aan dit boek moest ploeteren om het af te krijgen, dat zes jaar na zijn roman 'De koele minnaar' (1956) verscheen. Bij publicatie in oktober 1962 zei hij dat hij 'De verwondering' beschouwde als zijn eerste boek: 'Al mijn vorige boeken zijn geschreven in twee maanden: beginnen en stoppen, afgelopen. Deze manier van werken blijkt me de laatste jaren onmogelijk. Ik kan dat niet meer.' Niet dat hij in die zes jaar stil zat: naast romans publiceerde Claus ook poëzie- en verhalenbundels, deed vertalingen en toneelwerk. 'De verwondering' lag al vanaf 1955 in de stijgers. Enkele thema's en ideeën werkte hij uit in toneelstukken, zoals 'Het lied van de moordenaar' dat in 1957 in Rotterdam in première ging. De setting met het uiteindelijke boek verschilt, maar het personage Crabbe, waarrond 'De verwondering' voor een stuk draait, komt daarin reeds tevoorschijn. Het boek, zei Claus, zou gaan over de psycholische nainvloeden van de oorlog in West-Vlaanderen, waar veel collaboratie was met de Duitsers. Hij probeert de houding te belichten, maar niet in een beschuldigende of verontschuldigende zin. Bij publicatie verwachtte bij tegenstand van zowel de 'witten' als de 'zwarten'.

Het thema is niet verwonderlijk, omdat Claus zelf een kind van de collaboratie was en zijn vader, de drukker Jozef Claus, actief was in het VNV en zijn persen liet draaien voor de bezetter. Later zei hij dat hij in de oorlogsjaren als kind 'op een verschrikkelijke manier pro-nazi' was. Het Vlaamse nationalisme was hem met de paplepel ingegeven. Je voelt me dus al aankomen: er zit een stuk persoonlijke verleden van Claus verstopt in het boek. Zo is er de parallel tussen de vervolging van groothandelaar Richard Harmedam in het boek met de vervolging van de Kortrijkse collaborateur Louis Desmet in mei 1945. Deze werd, net zoals in het boek bij Harmedam, verplicht een standbeeld te kussen voor de gevallenen van de vorige wereldoorlog, waarna een vrouw hem op zijn gezicht stampte en zijn gezicht vermorzelde op het beeld. Een offer op het altaar van het vaderland. Claus probeert te achterhalen waarom hij zich als kind gemakkelijk liet inpalmen voor de totalitaire verleiding. 'De verwondering' is dan ook een van de meest geanalyseerde werken van Claus, omdat het, mede dankzij de moeilijke toegankelijkheid, meer versleuteld is dan het meer expliciet autobiografische 'Het verdriet van België'.

Victor-Denijs De Rijckel is een leerkracht die een buitenstaander is. Hij wordt niet op prijs gesteld en in zijn schoolomgeving wordt die afwijzing van zijn persoon vertegenwoordigt door de Prefect, een autoritair figuur die De Rijckel misprijst omwille van diens abnormale gedrag. Op een gemaskerd bal leert De Rijckel een mysterieuze vrouw kennen die hij achterna reist naar Almout (naar Alamout, het kasteel van de Assasijnen), een geheimzinnig kasteel waar, jaren na de val van Hitler, nog wordt gerouwd om een Vlaamse SS'er genaamd Crabbe, die als de 'Aanvoerder' en 'Kameraad' wordt verheerlijkt en veel weg heeft van Reimond Tollenaere, die na zijn dood in 1942 aan het Oostfront al snel een martelarenstatus kreeg. Al snel merkt De Rijckel dat hij, die aanvankelijk voor een Nederlandse geleerde wordt beschouwd, ook in dit milieu niet op veel genade mag rekenen. Op deze manier toont Claus aan dat er geen zwart-wit onderscheid te maken is tussen de verlichte democratie en het irrationele nationalisme. De rationele orde van de Prefect en de mythomanische orde van Crabbe zijn aan elkaar gewaagd en voor De Rijckel even onderdrukkend. Daarom wil De Rijckel zich terugtrekken in de 'verwondering', wat de titel van het boek verklaart: hij komt zijn zwakheid en tekortkomingen onder ogen. De verwondering is de toestand van de mens voor het denken, ze draagt de hoop van een nieuw perspectief in zich zonder zich kritiekloos neer te leggen bij het ene of andere paradigma.

Ik  - en ik zal daar niet alleen in zijn - heb het boek ervaren als een moeilijke noot om te kraken, omdat het een experimentele roman is met een onbetrouwbare verteller. Claus neemt je mee op sleeptouw in een oerwoud van taal, waar je maar moeilijk een weg kan vinden en daarnaast weet je niet in welke tijdlijn je je bevindt. Het helpt ook niet wanneer je weet dat de verteller in een psychiatrische instelling zit en daar zijn verhaal vertelt. Verleden en heden vloeien door elkaar heen. Je kan dus niet vertrouwen op de verteller, die ongerijmdheden laat vallen in zijn verhaal en die je dwingt zelf een weg te zoeken in het labyrint dat Claus heeft gemaakt. Deze zou tijdens het schrijfproces inspiratie hebben gevonden in 'Ullyses' van James Joyce, een werk dat met gemak in de top vijf van ongelezen meesterwerken beland. Het is dus geen verrassing dat 'De verwondering' een dankbaar onderzoeksonderwerp is.

Het probleem met deze experimentele romans is dat je ze niet zomaar even gaat lezen in de zetel - en dat is net wat ik altijd doe. In een ideale situatie zet je je er een hele dag aan met een notitieboekje naast je en ga je in een leesgroep stuk per stuk bespreken om er alles uit te halen. Wanneer ik het nawoord van Kevin Absillis lees, besef ik dat ik bepaalde stukken helemaal anders had geïnterpreteerd of er niet uithaal wat hij er wel uithaalt. Dan kom je tot "aha!'-momenten en voel je jezelf dom omdat de symboliek - de meeuwen verwijzen naar Rodenbach en Blauwvoeterie - zo voor de hand ligt. Bovenal heeft het nawoord me geholpen een rode draad te zoeken in het verhaal.

Ik voel mezelf al aankomen: ik ga dat boek nog eens moeten lezen, in de hoop dat ik het kan herontdekken. Dit is een werk dat je in één keer niet hebt gelezen (of niet kan lezen).

Uw recensie werd succesvol toegevoegd

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?
Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Inschrijven nieuwsbrief

Meld je aan om verder te gaan!