De wetten

Door Connie Palmen

Waardering
Jouw waardering
Succesvol toegevoegd
25 jaar geleden verscheen De wetten, een van de succesvolste literaire Nederlandse debuutromans aller tijden. Binnen een jaar werden er meer dan 400.000 exemplaren van verkocht, en het boek kende een internationale zegetocht: het won het Gouden Ezelsoor voor het bestverkochte literaire debuut, werd vertaald in 25 landen, werd verkozen tot European Novel of the Year 1992 en werd genomineerd voor de International IMPAC Dublin Literary Award.

Na 25 jaar is De wetten, Connie Palmens sublieme roman over een vrouw die in zeven jaar tijd zeven mannen ontmoet, nog altijd een reeks liefdesgeschiedenissen en tegelijk een unieke bildungsroman.

Na De wetten schreef Connie Palmen (1955) nog vijf andere romans, een novelle, essays en het Logboek van een onbarmhartig jaar.

Wat anderen schrijven over dit boek

Door Emilie Meese

op 18/12/2021

HEEFT ONS LEVEN ÜBERHAUPT WEL ZIN?

“Sommige mensen lijken de wetten van nature in zich te hebben. Ze hebben geen boeken gelezen en toch een mening, een overtuiging, een idee over hoe de wereld in elkaar hoort te zitten. Ze zijn overtuigd van hun gelijk en hoeven nergens op te zoeken hoe ze over iets moeten denken. Ik begreep niet hoe dit mogelijk was.” (Palmen, 1993, p. 29) Zo klinkt één van de vele intrigerende citaten die schrijfster Connie Palmen neerpende in haar debuutroman ‘De wetten’. Protagonist Marie Deniet neemt ons hierin mee op ontdekkingsreis en laat ons tussen de verhaallijn door proeven van haar fascinerende gedachtegang. Marie gaat op zoek naar bepaalde wetten; zogenaamde regels die haar leven betekenis zullen geven. Ze denkt antwoorden te kunnen vinden bij zeven mannen die ze doorheen het verhaal leert kennen. Elk hoofdstuk ontmoet ze een andere man en wordt ze overladen met nieuwe filosofische inzichten. Ik begon voornamelijk met lezen wegens mijn eigen grote interesse voor filosofie, maar uiteindelijk was het Palmens verfijnde schrijfstijl die me overhaalde om haar roman verder te verslinden.

Universele wetten als toegangskaartje tot een nuttig bestaan…

Maries zoektocht naar een betekenis in het leven is een, althans voor mij, zeer herkenbaar probleem. Geleidelijk en vrijwel onbewust sluipen er vaak grote vragen binnen bij een mens. Vragen die variëren van ‘Wat wil ik in mijn leven bereiken?’ tot ‘Hoe zit de wereld in elkaar?’. In het verlengde daarvan besluit Marie dat ze een existentialist is: er bestaat helemaal geen universele drijvende kracht. Met oog op zelfverwezenlijking, moet ze haar absolute vrijheid omarmen. Ze moet zelf instaan voor haar keuzes en de verantwoording daarvan dragen. Deze ontdekking zet je als zoekend individu in de hedendaagse maatschappij enorm aan het denken. Heeft het leven wel zin? En zo ja, zijn er überhaupt universele wetten die ons de toegang tot deze ‘zin’ verlenen? Het boek bruist van dit soort discussieonderwerpen, zonder dat de schrijfster een alwetend antwoord meegeeft. Voor wie zich kan identificeren met Marie en haar zoektocht, wordt het boek enorm realistisch, wat het op zijn beurt weer fascinerend maakt.

Qua schrijfstijl heeft Palmen ook allesbehalve tekortgedaan. Dit is volgens mij de reden waarom het boek over het algemeen zo goed scoort. Het is noch spannend, noch grappig. Het verhaal heeft geen duidelijk onderwerp of scherpe verhaallijn. Het is weinig fantasierijk en het heeft geen ophelderend einde. En toch, ondanks al dit, slaagt Palmen erin om haar lezers te blijven interesseren, puur op basis van haar kernachtige schrijfstijl. Aan de hand van vergelijkingen, verwijzingen naar filosofen en prachtige quotes, probeert ze te schetsen wat er allemaal in Maries hoofd omgaat. Sommige pagina’s moet je enkele keren opnieuw lezen. Niet omdat het moeilijk geschreven is, maar omdat je niet alleen wil weten wat er staat, je wil het begrijpen en je wil het voelen.

Hoewel ik me ervan bewust ben dat niet iedereen filosofisch getinte onderwerpen kan appreciëren, beschouw ik Palmens werk toch als een klassieker dat je gelezen moet hebben. Het geeft enerzijds een duwtje in de rug aan wie op zoek is naar antwoorden op de grote levensvragen en anderzijds verruimt het de geest voor zij die hier nog nooit bij stil hadden gestaan. In beide gevallen laat de beschreven inhoud je geen moment los, zelfs al leg je het boek aan de kant.

Lees meer

Door Charlotte Lehoucq

op 05/01/2021

Mijn lichaam voor de zeven kunsten.



Connie Palmen vertelt in “De wetten” vanuit de ik-figuur het verhaal van Marie Deniet, een jonge vrouw die filosofie studeert aan de universiteit van Amsterdam. Als een kennisverslindende bulldozer baant het hoofdpersonage zich een weg door haar studies. Elk hoofdstuk vertelt over een ontmoeting met een van de zeven mannen die haar leven voorgoed hebben veranderd.


Vooreerst is het een pluspunt te weten dat Palmen “Mariken van Nieumeghen” als inspiratiebron heeft gebruikt. Die wetenschap geeft een extra dimensie aan het lezen van “De wetten”. De verwijzingen naar de Middelnederlandse klassieker zijn talrijk aanwezig, zoals het gebruik van bijbelse getallen, Marie die door haar eigentijdse duivel Emmeke wordt genoemd, Marie die zich verkoopt aan die duivel in ruil voor kennis, … De schrijfster weet de verwijzingen heel vakkundig te integreren in haar verhaal zonder enige zweem van kunstmatigheid.


Verder handelt het boek voornamelijk over de zoektocht naar kennis en naar het ultieme zelfbewust-zijn van Marie. Dit alles wordt netjes ingelijst in een filosofisch kader. Naast een introductie tot het repertoire van de bekendste filosofen legt Palmen ook kleine, subtiele en vooral enorm herkenbare kantjes bloot van de zeven mannen die ze ontmoet. Het mooiste voorbeeld daarvan vond ik terug in “De astroloog”, het eerste hoofdstuk van het boek. De astroloog slaagt erin om op onverklaarbare wijze een vorm van kregeligheid op te wekken bij iedereen rond hem. Hij is nochtans een aangename en warme man maar toch lijkt niemand ooit echt zin te hebben in zijn gezelschap. Ik vond dit echt mooi in zijn eenvoud, een kleine verwondering in het leven die moeilijk te omschrijven valt maar die de schrijfster hier echt meesterlijk onder woorden weet te brengen.


Over alle grote levensvragen die in “De wetten” aan bod komen, kan je meerdere zomeravonden, met een glas wijn in de hand, in goed gezelschap en onder een heldere sterrenhemel de wildste gesprekken voeren. Connie Palmen weet de onderwerpen heel raak aan te snijden, maar vervalt meer dan eens in een beschrijving van persoonlijke gevoelens die eigenlijk niet voor de lezer bestemd lijken te zijn. Vooral het eerste en het laatste hoofdstuk passen beter in een persoonlijk dagboek dan in een roman.


Het lijkt een beetje alsof de schrijfster alles wat ze zich ooit had afgevraagd in één boek heeft proberen samenbrengen en dat is een hele hap om te verwerken. Ik vond in ieder geval een zin terug die mijn gevoel heel duidelijk kan omschrijven; “Het is te veel, te veel thema’s, te veel motieven, te veel meesters, te veel talen, onaffe verhalen, tegenstrijdigheden, van alles teveel.” (Palmen, C.(1991). De wetten)


Beweren dat ‘De Wetten’ een middelmatig boek is, is nogal kort door de bocht. Zeggen dat het een essentieel onderdeel van ieders boekenkast zou moeten zijn, is dat evenzeer. Het boek geeft alleszins stof tot nadenken en sommige hoofdstukken laten je echt meevoelen. De absolute walging die je voelt tot onder je vel bij het lezen van “De Priester” kan alleen door goed schrijverschap bereikt worden. Ook de subtiele karaktertrekken van de zeven heren die de revue passeren zijn prachtig uitgediept. Daartegenover staat dat Marie Deniet als hoofdpersonage mij op de een of andere manier vrij koud en onbewogen laat. Haar niet te stillen honger naar kennis, haar hunkeren naar een onverzadigbare liefde en haar haast ziekelijke hang naar erkenning maken van haar een ontoegankelijk personage.

Lees meer

Door Valerie Blondeel

op 16/12/2020

Kan Palmen je inpalmen?

Lang geleden las ik 'De wetten' van Connie Palmen. Toen ik recentelijk vernam dat dit boek een eigenzinnige en moderne versie is van het middeleeuwse verhaal Mariken Van Nieumeghen, kon ik me hierbij niets voorstellen. Had ik deze invalshoek dan volledig gemist? Of wordt deze link overdreven? Daarom heb ik mijn dikke, middeleeuwse lezersbril opgezet op zoek naar het Mariken in Marie Deniet, het hoofdpersonage.

Marie is een studente filosofie, die wil weten wie ze is: welke wetten drijven haar en verklaren wie zij is. Haar antwoorden vindt ze bij intellectuele, oudere mannen. Gedreven zoals ze is, gaat ze hierin ver. In zeven jaar tijd verleidt ze op die manier zeven mannen waaronder een astroloog en priester.

Bezinnende zinnen
Palmen neemt je mee naar haar filosofische helden zoals Derrida, Foucault, Ficino… Ze filosofeert erop los. Wat je leest, doet je hard nadenken. Het is bijna een poëtische manier van proza. Zo kun je lukraak wanneer je het boek openslaat wel een prachtige zin vinden. Lees bijvoorbeeld onderstaand fragment:
“In tegenstelling tot de smaak en de tast’, zegt hij, ‘vereisen het oog en het oor afstand. Het oog en het oor verbruiken niet, ze consumeren niet, ze vreten u niet op. Het oog en het oor zijn derhalve wezenlijk melancholisch en doodsdriftig. De blik van een geliefd persoon kan u kluisteren, maar terwijl zij u kluistert, maakt zij u tegelijkertijd vrij. Zij doorhuivert u met een liefdestover, maar blijft schouwend, in de verte. … ” (Palmen, 1991)
Haar werk zit vol van dergelijke pareltjes. Verwacht hierbij geen vrolijkheid, maar veeleer een soms pijnlijke confrontatie met jezelf en je verlangens. Een van de thema’s van het boek is namelijk het genot dat zowel genieten als lijden is.

Zeven is zondig
Het boek bestaat uit zeven hoofdstukken. In elk hoofdstuk staat een personage, dat Marie verleidt centraal. Zo’n opdeling in zeven kapittels geeft het werk iets voorspelbaars. Elk caput is min of meer een herhaling van het vorige: een man wordt verleid in ruil voor kennis. Deze herhaling wordt -zeker naar het einde toe – nogal dwangmatig en soms kunstmatig. Het lijkt soms alsof Palmen de aandacht meer wil vestigen op bekende filosofen dan op Marie zelf. Zo zie je bijvoorbeeld in bovenstaand geciteerd fragment dat het hoofdpersonage aan de slag gaat met ‘de blik’ om haar prooi te vangen. Ze begint zich op te maken, gaat vrouwelijke rokjes dragen, ze leert de kunst van notities maken zonder dat ze haar blik moet afwenden… Marie blijft zo een object in plaats van een personage, waar je als lezer met meeleeft. Hierdoor voelt het ietwat afstandelijk en theatraal aan.

Klaar voor vernieuwing
Daarnaast is de keuze voor het soort mannen in het boek een beetje eenzijdig. Astrologen, priesters, filosofen, kunstenaars ... zijn allemaal types, die zich met verheven materie bezighouden. In plaats daarvan zou een veelzijdigere blik meer anno 21e eeuw zijn. Wat zou er bijvoorbeeld gebeuren als Marie een big data-analist, bankdirecteur, ICT'er, (vrouwelijke) pilatesleerkracht ... zou verleiden? Ik wacht dus vol spanning af op een eigentijdse herwerking van het boek.

Kun je een Mariken Van Nieumeghen ontdekken in dit boek? Dit antwoord laat ik aan de lezer. Ook zonder deze verwijzing kun je namelijk perfect genieten van ‘De wetten’. Als je graag wil kennismaken met psychoanalytische concepten zoals herhaling, genot, verlangen… of graag nadenkt over wat men leest zul je 'De Wetten' leuk lezen vinden. Het werk niet lezen zou een regelrechte zonde zijn.

Lees meer

Door Hermine Huyghe

op 22/12/2019

Een titel kan toch nooit de lading dekken

Het verhaal van Mariken van Nieumeghen spreekt tot de verbeelding. Een meisje dat haar ziel verkoopt aan de duivel in ruil voor kennis. Connie Palmen portretteert in De wetten een nieuwe Marike. Het Ik-personage is een 25-jarige vrouw die in de jaren 80 koste wat het kost op zoek gaat naar kennis. Dit concept had meteen mijn aandacht te pakken. Zeven jaar lang bestudeert de jonge vrouw met de hulp van zeven verschillende leermeesters de zeven vrije kunsten. Ze krijgt van hen lessen over wetenschap, kunst en filosofie maar ook over liefde en pijn, lust en walging. De lezer is geen moment op zijn gemak, elk hoofdstuk krijgt hij nieuwe vragen voorgeschoteld. Net als het hoofdpersonage werd ik steeds opnieuw gedwongen om na te denken over de verschillende soorten kennis en vooral over het nut van die kennis.

Er zitten enorm veel intertekstuele verwijzingen in de roman. Dit geeft het verhaal extra diepgang maar maakt het soms ook nodeloos complex. Er zijn verwijzingen naar de werken van verscheidene filosofen en schrijvers (Foucault, Mann, Kant, Sartre…). Ikzelf heb nog lessen filosofie gehad en vind filosofie ook best boeiend. Toch vond ik deze vele verwijzingen vaak een struikelblok in het verhaal. Ze maakten het verhaal bij momenten stroef en moeilijk te volgen. De verwijzingen naar Mariken van Nieumeghen daarentegen waren een meerwaarde. Zo mag Mariken van de Duivel haar echte naam niet houden en ook het hoofdpersonage krijgt van haar leermeesters verschillende namen. De een noemt haar monsieur Lune, de ander Theresa en de priester noemt haar zelfs Emmeken, exact zoals de duivel Mariken ook noemde in het middeleeuwse verhaal. Enkel op het laatste, wanneer het ik-personage de kunstenaar ontmoet, leren we haar echte naam: Marie Deniet. Tenslotte kan de titel van het boek ook een verwijzing zijn naar de laatste dialoog van Plato, die dezelfde titel draagt. Filosofie is hevig vervlochten met dit verhaal, meestal in de vorm van een dialoog tussen Marie en haar leermeester. Enkel het laatste hoofdstuk is een monoloog en wijkt hier dus van af. Toeval of niet, de laatste zin van dat hoofdstuk is dan ook “Een titel kan toch nooit de lading dekken.” (Palmen, 1995)

Net zoals Mariken van Nieumeghen wordt Marie Deniet uiteindelijk gestraft voor haar lust naar kennis. Ze is compleet de weg kwijt en weet geen betekenis meer te geven aan haar leven. Toegegeven, met wat ik van Connie Palmen wist, had ik een heel vooruitstrevende roman verwacht. Nu zijn alle leermeesters van Marie oudere mannen, zelfs de filosofen en schrijvers die ze opnoemt zijn allemaal mannelijk. Daarnaast vormt Marie zelden een mening die haar niet door een man ingefluisterd werd. Soms is het niet duidelijk of deze roman nu wel echt vooruitstrevend is of de vrouw die kennis boven al het andere stelt nu net afkeurt. Deze morele ambiguïteit voelde voor mij soms wat wrang, maar het doet je in elk geval wel nadenken.

De wetten van Connie Palmen is een boek dat je voortdurend doet denken. Meer dan eens heb ik het boek weggelegd omdat ik het zwaar vond of moeilijk te volgen. Telkens kreeg mijn nieuwsgierigheid toch weer de bovenhand. Wat is nu het antwoord op Marie haar vragen? Welke leermeester heeft het bij het rechte eind? Wie antwoorden verwacht blijft veelal op zijn honger zitten. Als het boek uit is ben je namelijk nog lang niet klaar met denken. De wetten belooft in elk geval geen roman te zijn om snel te vergeten.

Bibliografie:
Palmen, C. (1995). De wetten. Amsterdam: Prometheus.

Lees meer

Door Haike Ryckeghem

op 22/12/2019

Het ik-personage, een 25-jarge dame die in een antiquariaat werkt, ontmoet in 1980 een astroloog. Hij raadt meteen haar sterrenbeeld. Ze schrikt en raakt gefascineerd door de astroloog. Alsof het nog niet spannend genoeg was dat hij haar sterrenbeeld raadde, ontleedde hij ook haar persoonlijkheid aan de hand van een horoscoop. Hij noemde haar ‘monsieur Lune’. Ze ondervindt dat hij een eenzame man is die iedereen afstoot dankzij een liefdeloze jeugd. Hij geeft zijn leven zin door astrologie en kosmische verbanden.

Een jaar later gaat ze naar een college over Thomas Mann. Daar ontmoet ze Daniël Daalmeyer. Daniël heeft een bijzondere ziekte. Hij had een onstabiel leven tot op het moment dat hij zich begon concentreren op zijn ziekte. Hij wist dankzij de concentratie op zijn ziekte terug structuur te krijgen in zijn leven. Het is een levensvervulling voor hem om te filosoferen over de betekenis van ziektes. Zoals de astroloog haar ‘monsieur Lune noemt’, noemt Daniël haar ‘Theresa’.

In 1982 volgt het ik-personage filosofiecolleges. De filosofiecolleges kreeg ze van een man die haar imponeert omdat hij ‘het gezicht’ heeft. De man was professor De Waeterlinck. Een oudere fanatieke aanhanger wordt hopeloos verliefd op haar. Ze wordt beschreven als ‘een soort synthese tussen hartstocht en afstandelijkheid’ door de professor. Die eigenschap zorgt waarschijnlijk voor haar creativiteit. Ook komen er enkele herinneringen van haar verhouding met Maurits naar boven. Maurits is een docent maatschappijleer op school.

De Waeterlinck verwijst haar naar een collega namelijk Clement Brandt. Clement Brandt is een lelijke, gebochelde priester die haar ‘Em’ noemt. Tijdens hun tweede ontmoeting wordt ze geraakt door zijn verhaal. Hij vertelt dat hij zich van tijd tot tijd laat afranselen door de hoeren. Em kleedt hem liefdevol uit, maar de ochtend erna voelt ze alleen maar walging.

Daarna kwam ze in 1984 in contact met de fysicus. Ze kwam hem tegen door de dood van hun vriend, de astroloog. Hij bleef altijd rustig en dat bewonderde ze. Hij vertelde haar over de natuurkunde, dat de natuurkunde geen vaste wetten meer kent. Hij woonde bij haar tot na de begrafenis van hun vriend om daarna terug naar Frankrijk te vertrekken. Dit betekende ook het einde van contact.

In 1985 maakte ze kennis met een kunstenaar. De kunstenaar heet Lucas Asbeek, maar hij wou eigenlijk geen kunstenaar meer zijn. De reden dat hij geen kunstenaar meer wou zijn is omdat hij niet wou dat mensen een eigen betekenis gaven en zijn werken. Ze probeerde hem duidelijk te maken dat mensen betekenisdieren zijn. Na vele pogingen om Lucas te overtuigen, weiger hij toch een personage te worden in een boek. Hij denkt dat taal zorgt voor een onrealistisch beeld wordt gevormd van de werkelijkheid. Uiteindelijk geeft Marie op door fysieke uitputting.

Tenslotte leert het ik-personage ook nog een psychiater kennen. Ze heeft zijn hulp ingeroepen omdat ze geen betekenis meer kan geven aan haar eigen leven.

In het begin vond ik het een moeilijk boek door de lange zinsconstructie. Het ging over diepgaande gevoelens en emotieve gebeurtenissen en daardoor liet het verhaal me geen enkele keer los. De vriend van het ik-personage stierf, ze had contactbreuken met mensen, ze filosofeerden over het leven…

Het boek liet me niet los, leest vlot en alle hoofdstukken hebben een mooie samenhang. Ik dacht dat het wat ingewikkeld zou worden door de 7 verschillende verhalen van de 7 verschillende mannen, maar dat was totaal het geval niet. Het boek is een echte aanrader.

Lees meer
Schrijf je mening over dit boek. (Je voornaam & achternaam worden getoond)
Geef je waardering:

Uw recensie werd succesvol toegevoegd

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief