Hipsters, baarden, martelaren

Anna Krijger

Geschiedenis — Bekijk andere genomineerde in dit genre

5 /5

Gelezen? Geef jouw waardering

Succesvol toegevoegd
Geef je mening

In Hipsters, baarden, martelaren gaat journaliste Anna Krijger op zoek naar kleine persoonlijke verhalen die samen een rijk en genuanceerd beeld geven van het hedendaagse Israël en de Palestijnse gebieden. Ze ontmoet een homoseksuele Palestijn in Tel Aviv, een atheïst in de Gazastrook, een koloniste met een wijnmakerij op de Westelijke Jordaanoever en tal van andere joden, moslims en christenen die allemaal hun eigen visie hebben op het conflict en de bezetting.
Anna Krijger wisselt de beschrijvingen van grote actuele gebeurtenissen, zoals de nasleep van de Gazaoorlog van 2014 en de golf van aanslagen in Jeruzalem en op de Westelijke Jordaanoever, af met persoonlijke anekdotes. Hoe is het om als journalist en vrouw in het Midden-Oosten te leven? Hoe ervaar je het meest omstreden conflict ter wereld als betrokken buitenstaander?

Wat anderen schrijven over dit boek

Mijn recensie van het boek van Anna Krijger: 'Hipsters, baarden, martelaren. Ontmoetingen in Israël en Palestina'

Op YouTube krijgt ze likes, op straat spugen mannen voor haar op de grond. De buitenbeentjes die Anna Krijger in Hipsters, baarden, martelaren aan het woord laat, leren de lezer meer over Israël en Palestina dan de radiaal-gewone man die autoriteiten napraat. Een boek dat het conflict niet voedt, maar doorvoelt. Een verademing voor wie er niks meer over wilde lezen.

‘Kan ik neutraal zijn?’, luidt een vraag op de website van Hayovel, een Israëlische instelling die christelijke vrijwilligers regelt voor wijngaarden. ‘Nee!’, beweert de organisatie. ‘Op een bepaald punt zal iedereen de keuze moeten maken of hij het Joodse volk wil liefhebben of vervolgen.’

Eigenlijk een verkeerd citaat om de bespreking van Hipsters, baarden, martelaren. Ontmoetingen in Israël en Palestina (Querido, 2017) mee te beginnen. Het zwart-witdenken van de organisatie die journalist en arabist Anna Krijger uitgebreid aan het woord laat, staat haaks op wat ze haar lezers wil meegeven. Nou ja, ook dat is geen goede voorstelling van zaken. Wat Krijger (ik mag Anna zeggen, omdat ze een vriendin en oud-collega is — tevens een disclaimer voor deze recensie) de lezer wil meegeven, wordt namelijk nergens expliciet. Zelden plaatste een schrijver haar eigen visie zo op de achtergrond in een boek dat tegelijk persoonlijk is. Persoonlijk, niet in wat ze schrijft, maar in hoe ze mensen tegemoet treedt.

Haar kracht schuilt in de kunst om het vertrouwen te winnen van de meest uitlopende karakters — van een Israëlische kolonist tot de vader van een Palestijnse martelaar. Een allemansvriend in de positieve zin des woords: wat mensen doen (koloniseren), laten (hand weigeren) of zeggen (“Strijd tussen God en het Kwaad”), laat haar ogenschijnlijk koud. Dat is immers collectief gestuurd gedrag. Wat hen drijft, echter, en hoe het conflict hun leven verstoort, wat hen emotioneel beschadigde — dát toont Anna des te meer. En daarvoor moet je een beetje vrienden worden met je bron, of al zijn. Anders krijg je stereotypen die in clichés praten.

Geen zin om bij die groep te horen
Ontroerend is het verhaal van Hadeel Abu Shar, een jonge Palestijnse zangeres die maar niet tot bloei komt omdat haar Gazaanse omgeving zo conservatief is. Ondertussen zit Israël haar in de weg met reisbeperkingen. “Mijn ouders worden vaak aangesproken op straat, mensen vragen of het echt waar is dat ik zangeres ben en waarom mijn ouders dat toelaten. Sommigen willen niet meer met m’n vader praten”, zegt ze tegen Anna. “Dat vind ik zo moeilijk.” Met haar vader sloot ze een compromis: in de buurt hoofddoek om, verderop mag ‘ie af. “Mannen spugen voor me op de grond”, zegt ze daarover. “Ook vrouwen veroordelen me, hoor, ik heb er wel wat vriendinnen om verloren.” Hadeel wil zo graag zingen dat “het bijna pijn doet”, constateert Anna.

Evenzo intrigerend is het verhaal van de 27-jarige George. “Zij begrepen mij nog minder dan ik hen”, zegt hij over zijn studiegenoten in Tel Aviv. Anna introduceert hem als volgt: “George behoort niet alleen tot de Palestijnse minderheid in Israël, en tot een christelijke minderheid tussen de overwegend islamitische Palestijnen, hij maakt als homoseksueel deel uit van nóg een minderheid. Hoe verhoudt hij zich tot al die meerderheden waar hij niet bij hoort?” In het progressieve Tel Aviv zou George aansluiting kunnen vinden bij de gayscene. Maar daar is hij weer ‘die Arabier’, vertelt hij. “Ik heb eigenlijk helemaal geen zin om bij die groep te horen. Wéér een nieuwe cultuur, met een eigen identiteit en zelfs een eigen vlag.”

In de tegenstand die Hadeel en George ondervinden, van al die collectieven waar ze deel van uitmaken maar niet helemaal mee samenvallen, leren we Israël en Palestina echt kennen. Sterke karakters die hun dromen proberen te verwezenlijken zonder hun afkomst te verloochenen. Door hun ogen zien we hoe politiek en religie mensen uiteendrijft. Ondertussen laat Anna ook de ‘gewone’ Israëliër en Palestijn aan het woord. Maar als spreekbuis van hun autoriteiten komen die zo veel radicaler en ongewoner over dan Hadeel en George. Neem de familie van de 39-jarige winkelier Mohammed die de hele ramadan werd vastgehouden omdat hij in zijn zaak had gerookt en koffiegedronken vóór zonsondergang. “Toen ik werd vrijgelaten, was mijn familie niet kwaad op Hamas, maar op mij”, zegt Mohammed. “Ze vonden dat ik niet zo onvoorzichtig had moeten doen.” Wat is dat voor familie? Of de orthodox-joodse wijnboerin Vered. “Het is net zoals het moeten dragen van een Jodenster tijdens de Tweede Wereldoorlog”, zegt ze over de Europese etikettering van flessen uit bezet gebied. “Een voorbeeld van het nieuwe antisemitisme.” Wat is dat voor idiote vergelijking? Vered verklaart geen enkel contact te hebben met de Palestijnen in haar buurt.

Strakke colleges over geopolitiek
Anna, daarentegen, weet haar bronnen nogal eens te verrassen met de diversiteit van haar netwerk. Dusdanig dat Yehuda Glick, een ultranationalistische kolonist die groot nieuws werd nadat hij een beschieting overleefde, háár vragen begint te stellen tijdens een interview. Anna was namelijk kort na de aanslag op bezoek bij de familie van zijn Palestijnse belager. “Hoe was het bij hen thuis, die dag?”, vraagt Glick. “Vierden ze feest? Waren ze trots? Wat voor gezin is het? Denk je dat die ouders er iets van af wisten?” Anna schrijft: “Hoe graag ik ook zou willen zeggen dat ze betreurden wat hun zoon had gedaan, ik wil niet tegen hem liegen. Nee, zeg ik, ze vierden geen feest. En ja, ze zeiden dat ze trots waren.”

Kun je wel neutraal zijn, was de retorische vraag van de organisatie Hayovel. Anna is neutraal noch partijdig. Onverschillig evenmin. Ze is radicaal-ontvankelijk en demonstreert met Hipsters, baarden, martelaren dat je met die houding verder komt dan met een kruisverhoor of geslijm. Journalistiek neemt ze daarin een unieke en uiterst professionele positie in: soepel wisselt ze human interest af met strakke, toegankelijke colleges over geopolitiek. De vraag waar ze zelf staat, doet er niet meer toe als je ziet welk motto ze uitkoos, een gebed van een Palestijnse christen. Pray not for Arab or Jew / For Palestinian or Israeli / Pray rather for ourselves / That we might not divide / Them in our prayers but / Keep them both together / In our hearts. Anna’s boek is de seculiere versie van dit gebed.

http://www.stevendejong.nl/blog/een-palestijn-die-zo-graag-wil-zingen-dat-het-bijna-pijn-doet/

Schrijf je mening over dit boek

Uw recensie werd succesvol toegevoegd

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?
Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Maak je profiel aan

Meld je aan om verder te gaan!