Kerkhofblommenstraat

Lara Taveirne

Fictie

4 /5

Gelezen? Geef jouw waardering

Succesvol toegevoegd
In een daad van puberale overmoed besluit Arabella om op het chrysantenveld van haar ouders te gaan werken. Tussen de arbeidsters hoopt ze te vinden wat haar kille moeder haar niet kan geven. Ze houdt er geen rekening mee dat die vrouwen uit een andere wereld komen. Al wroetend in de aarde luistert ze naar de verhalen van de kweeksters. Het wordt al snel duidelijk dat hun levens meer met elkaar verweven zijn dan ze dacht. Dat zelfs haar eigen geschiedenis er niet los van staat. Langzaamaan vormt het verleden een gevaarlijk web, met Arabella in het midden. Op Allerheiligen moeten de bloemen klaar zijn; dan verhuizen ze naar de begraafplaats aan de andere kant van de muur. Maar groeit een meisje even snel als een kerkhofbloem? En is iemand ooit helemaal klaar voor de waarheid? In oude dagboeken vond Lara Taveirne de taal die Kerkhofblommenstraat zo eigen maakt. De historische rijkheid en ijzingwekkende intriges maken de roman tot haar meest inventieve en gedurfde werk tot nu toe. Lara Taveirne (1983) publiceerde in 2014 De kinderen van Calais, een indrukwekkende roman waarmee ze de Vlaamse Debuutprijs in de wacht sleepte. Een jaar later verscheen Hotel zonder sterren, een boek dat diep onder de huid van haar lezers kroop. ‘Al op de eerste bladzij vallen lekkere, halfvergeten woorden de lezer in de schoot. Woorden, vet als op barsten staande vruchten. Een oeroud verhaal over de behoefte ergens bij te willen horen.’ Peter Verhelst ‘Ik zag honderden beelden voorbijtrekken in Kerkhofblommenstraat, maar het allermooiste, dat was het gezoem: de stemmen van de chrysantenkweeksters die allemaal geheimen onder hun rokken hebben. Lara Taveirne maakte van hun echo’s een wonderlijk verhaal.’ Stijn Tormans, Knack ‘De nieuwe literaire golf in Vlaanderen is vrouwelijk, van Lize Spit tot Griet Op de Beeck. Lara Taveirne zou wel eens kunnen uitgroeien tot de grootste verteller onder hen. Ze schrijft poëtisch en toch meeslepend, met oor voor volkse dialogen.’ Tom Lanoye

Wat anderen schrijven over dit boek

Voor een "debutante" vind ik dat de schrijfster een goede poging heeft gedaan om een een redelijk boek te schrijven. Ze doet mij echter denken aan het werk van Cyriel Buysse: een rijke vent eigent zich het recht toe arbeidsters te misbruiken. Ik mis dan ook het echte dialect dat Buysse met veel verve wist te gebruiken en dat zij "opgepoetst" heeft tot ABN (ten behoeve van Nederlandse lezers en de algemene boekenmarkt?). Het zij haar vergeven. Wat mij het meest stoorde was de onvolledigheid van het boek: de vader zit steeds in zijn fabrieken, de moeder ligt ofwel in bed ofwel zit ze voor het raam de arbeidsters te bespioneren, maar het warme avondmaal ("preisoep" heb ik graag, het avondmaal werd "opgediend", enzovoort) en de was en het poetswerk is steeds gedaan. Gedurende het hele boek heb ik mij afgevraagd: door WIE werd dat allemaal gedaan??? En waarom werd over de eventuele werkvrouw nooit iets verteld? Kon de vader van deze persoon afblijven of doet dit er echt niet toe? DAT vond ik een grove nalatigheid van Lara Taveirne. Deze dame heeft zeker het talent om een zeer goede schrijfster te worden, maar dit boek ruikt meer naar een beginnelinge. Volgende keer beter: het talent is er maar moet gepolijst worden.

Dit verhaal zit vol verrassende wendingen. Ze gebruikt blijkbaar bewust oude woorden en in dit boek past dat wel al was het even wennen. Het zijn soms voor mij 'vergeten' woorden, ze terug ontdekken zette mij neer in de juiste sfeer. Er staan ook mooie zinnen in het boek: 'Ik bevoelde mijn lichaam, alsof ik zo hoopte te achterhalen wie ik eigenlijk was, waar ik begon en waar ik eindigde.'

Tof verhaal, boeiend tot het einde toe. Hoewel ik niet erg hou van West-Vlaamse oubollige geplogenheden en het West-Vlaams dialect, is dit boek toch zeer verteerbare lectuur. Mondjesmaat komt de lezer, samen met het hoofdpersonage Arabella, te weten wat er in het verleden in haar familie is gebeurd.

Een verhaal van weleer in een taal van weleer met situaties van weleer. Mocht wel iets meer zijn.

De eerste indruk: een boek dat goed in de hand ligt, voorzien is van een mooie cover en een achterflap die er niet om liegt en uitnodigt om niet te talmen. Dat wordt meteen beloond met de juiste toon, die zal volgehouden worden tot het einde. De lezer wordt teruggeslingerd naar een chrysantenkwekerij enkele weken voor Allerheiligen omstreeks 1929. Dat merkt hij aan de taal, een verzameling van volkse uitspraken en gezegden, soms een verwijzing naar een liedje of een gedicht. Vlotte actie. Een boek om meteen te herlezen. En dat heb ik dan ook gedaan. Het sprak mij aan. Ik ben “preus” dat ik een provinciegenoot ben van de schrijfster.
Centraal in het verhaal staat Arabella, de vijftienjarige dochter van de eigenaar van de kwekerij, die op een dag besluit om de laatste weken van de campagne mee te gaan werken op het veld, tussen de kweeksters. Daar hoopt ze te vinden wat haar kille moeder haar nooit gegeven heeft: een beetje genegenheid. Het valt allemaal nogal tegen. Ze wordt er niet met open armen onthaald en moet zelfs uitgesproken vijandigheid verdragen. Het zijn vrouwen die meestal vastzitten in ellende en dromen van een beter leven. Voor iedere kwaal hebben ze een remedie klaar. Met haar onverdroten werkijver hoopt Arabella de vrouwen te overtuigen, maar zij houden haar erbuiten. Ieder van hen heeft zo zijn reden om haar niet te benaderen met openheid. Ze zijn ongeschoold. Van schrijven doen hun vingers pijn.
Slechts heel langzaam krijgt Arabella flarden van verhalen te horen. Het blijkt dat het werk niet de enige band is die de kweeksters verbindt. Intriges duiken op en worden soms uitgevochten op het scherp van de snee. Als vanzelfsprekend komt de drang naar mannelijk gezelschap naar boven. En omgekeerd, mannen die niet vies zijn van een zijsprongetje en zelfs argeloze meisjes intimideren. Arabella krijgt contact met de jongste meid, die naar het einde toe - niet daarvan bewust - blijkt te beschikken over de toegangssleutel tot veel mysteries.
De primitieve beleving van liefde, seks, overspel, jaloezie, het zit er allemaal in, ook de ontgoochelingen en de onvervulde wensen. Van de dood zijn ze niet bang, dood is dood. Van het aanpalende kerkhof is nog nooit iemand opgestaan.
Even ter verduidelijking: Een “neusdoek” is geen zakdoek, maar een (gebreide) sjaal, een halsdoek die ook de neus of het hoofd beschermt tegen de koude. In mijn streek werd die een “sneu(t)doek”, een snuitdoek, genoemd.
En ook nog; “de sjaal van Maria” heet in het boek “Maria haar sjaal”. Begin maar om daaraan te wennen.
Het boek staat vol met opmerkelijke beschrijvingen van levensechte mensen en omstandigheden. Het kille weer van de herfst dringt door tot de kleinste vezel. “Het scheelt een vest met gisteren.” Bijzonder ontroerend is de portrettering van Johanna, maar niet van haar alleen. Allemaal komen ze aan bod in heftige conversaties of pijnlijke situaties.
Tussendoor komt de reden van de stugheid van Arabella’s moeder aan het licht.
En op Allerheiligen, de opluchting, de apotheose: de bloemenmarkt. Arabella, aan de campagne begonnen als bakvis, is rijper geworden en volgt haar eigen droom.
Boekbespreking - Kerkhofblommenstraat - Lara Taveirne - 2018 Prometheus - www.facebook.com/plezierschrijver - 29 januari 2019

Uw recensie werd succesvol toegevoegd

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?
Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Inschrijven nieuwsbrief

Meld je aan om verder te gaan!