De website langzullenwelezen.be gaat begin volgend jaar offline en de informatie wordt sinds 1 november niet meer aangevuld. Wil je op de hoogte blijven van het laatste boekennieuws uit de VRT-programma's en leestips ontvangen? Schrijf je dan hier in voor de wekelijkse nieuwsbrief.

Antwerpen

Door Michael Pye

Waardering
Jouw waardering
Succesvol toegevoegd
De stad die Antwerpen ooit geweest is, is vandaag de dag haast
onherkenbaar. Verwoest door de vlammen en bombardementen
van de wereldoorlogen is haar geschiedenis goed verstopt
achter een façade van herbouwde monumenten. Toch was de
havenstad ooit het middelpunt van de wereld.

Als handelscentrum kende Antwerpen in de zestiende eeuw
geen evenbeeld, en haar rijkdom en weelde leken ongeëvenaard.
De stad van Plantijn en Brueghel stond bol van de bedrijvigheid.
Bezoekers kwamen met hun koopwaar uit alle uithoeken
van de wereld naar de stad waar de geldhandel floreerde.Tegelijkertijd kende Antwerpen ook een schaduwkant: rellen,
muiterijen en de inquisitie, die als een donkere wolk boven de
joodse en protestante inwoners hing, lieten de uitzonderlijke
welvaart van korte duur zijn. Desalniettemin blijkt de invloed
van Antwerpen blijvend.

Met Antwerpen ontsluit bestsellerauteur Michael Pye
het verhaal van een stad die tegen alle verwachtingen in opkwam
als het kloppend hart van de zestiende eeuw, en in korte tijd de wereld
wist te veranderen. Eén ding is volgens Pye zeker: zonder de
Antwerpse geschiedenis zou vandaag niets hetzelfde zijn.

Wat anderen schrijven over dit boek

Door Hugo Wellens

op 02/12/2021

Leuk boek. In het begin waren vele zaken me bekend maar later volgden verschillende verhalen die ik niet kende.

Sommige zaken deden me terugdenken aan het eveneens mooie boek Wildevrouw van Jeroen Olyslaegers.

Lees meer

Door Guido Bergmans

op 21/10/2021

Toeval of niet, de laatste tijd heb ik heel wat boeken gelezen over de 15de en 16de eeuw.
Slechts 1 fictiewerk: Wildevrouw van Jeroen Olyslaegers. Verder historische werken: Erasmus van Sandra Langereis, De Bourgondiërs van Bart Van Loo, Filips II, de roekeloze koning van Geoffrey Parker, en XVI, De Zinderende 16de Eeuw van Francis Weyns.
En nu dan Antwerpen, de Gloriejaren van Michael Pye. Vroeger had ik Pye’s boek Aan de rand van de Wereld, over de Noordzee gelezen, en dat kon me niet echt overtuigen. Ook nu schat ik de hierboven genoemde boeken hoger in dan dit werk.

Pye studeerde geschiedenis in o.a. Oxford en is begonnen als journalist, romanschrijver en editor van dubieuze boeken als Lost Secrets of the Gods: The Latest Evidence and Revelations On Ancient Astronauts, Precursor Cultures, and Secret Societies, of nog: Lost Civilizations & Secrets of the Past (met een bijdrage van Erich von Däniken, een bedrieger eerste klas). Tekenend is misschien dat in een biografie gezegd wordt dat Pye trots is op de meeste van zijn boeken. Niet op allemaal dus… Maar goed, het gaat over dit boek en niet over jeugdzonden.

Voor zover ik het überhaupt snap (zie verder), is de grondgedachte van Pye dat Antwerpen de meest grandioze stad van de 16de eeuw in Europa was, waar handel en geld verdienen op de eerste plaats kwamen, een buitenbeentje op gebied van tolerantie en flexibiliteit t.o.v. andere steden bovendien, en dat we dit alles niet (genoeg) weten omdat de stadsarchieven in de vlammen opgingen tijdens de Spaanse furie. So far, so good.
Maar toch dook al snel bij het lezen een instinctieve irritatie op, waar ik niet zo direct de vinger op kon leggen. Bij Pye’s boek Aan de rand van de Wereld had ik dit trouwens ook. Na diep en lang nadenken, want je wordt in dit boek voortdurend platgeslagen met namen, begrippen, concepten, vermoed ik dat deze irritatie op 3 dingen berust: ten eerste zijn schrijfstijl. De man slaagt er vaak niet in een idee helder, en consistent uit te leggen op een halve bladzijde. Zijn formuleringen zijn niet altijd even scherp of doordacht, en soms te beknopt, waardoor woorden of zinnen soms blijven hangen in onduidelijkheid of dubbelzinnigheid. Ik kan bij gebrek aan Engelse editie niet inschatten hoeveel hiervan aan de vertaling te wijten is.

Ten tweede is er zijn denktrant, die mij hindert. Hij is veel te veel bezig met concepten, verbanden en intenties van een hogere orde, en veel te weinig met het simpele, laag-bij-de-grondse menselijke bestaan van instinctief gedrag, willekeur en toeval. Wanneer ik een hoofdstuktitel als “de stad als opvatting” zie staan, word ik al wat ongemakkelijk. Ook bij dit citaat: “Hij [Tyndale, een Engelse priester met ketterse neigingen] keerde terug naar Antwerpen, niet omdat hij daar veilig zou zijn, maar vanwege alles wat daar dubbelzinnig en ongrijpbaar was. Anders gezegd: vanwege de ware kracht van de stad.” Jaja, Tyndale, in Engeland als ketter veroordeeld, in Keulen geboycot en in Worms in het nauw gedreven, zal me daar bij zichzelf zitten denken: “Ik ga naar Antwerpen vanwege de ware kracht van de stad”. Larie. De grond werd hem overal te heet onder de voeten, en hij hoopte dan maar in Antwerpen uit de handen van de inquisitie te blijven en zijn Engelse bijbel in grote oplagen te kunnen laten drukken en verspreiden. Zolang hij zich schuilhield, lukte dat nog redelijk, maar na een tijdje werd hij verraden (in Antwerpen dus), gevangengezet in Vilvoorde en kwam hij in 1536 alsnog op de brandstapel terecht. Dus uiteindelijk was het in Antwerpen niet zoveel beter dan in Londen, Keulen of Worms, ondanks “de ware kracht van de stad”.
Pye hangt dolgraag de academische historicus uit en heeft een voorliefde voor pretentieuze verklaringen als “zonder de Antwerpse geschiedenis zou vandaag niets hetzelfde zijn.” Of “Het is een radicale omslag in het denken, en die komt voor een deel op het conto van Antwerpen.” Ik geloof eigenlijk niet erg in radicale omslagen, geschiedkundig gesproken. Vaak gaat het om praatjes achteraf. En zo staat het boek vol hoogdravende, maar uiteindelijk vage uitlatingen die moeilijk volledig te weerleggen zijn, en nog moeilijker te bewijzen. Telkens weer zit ik mij af te vragen of sommige beweringen van Pye rechtstreeks terug te voeren zijn op historische bronnen, dan wel of hij zijn eigen voorkeuren maar wat zit bijeen te fantaseren, al of niet losjes gebaseerd op geschreven of picturale gegevens.
In dit verband verwijs ik ook naar zijn vorige boeken, waarvan sommige gaan over Boeddhisme, meditatie, geesten, UFO’s, vergeten beschavingen, Aliens enz. Hij schijnt dat geëxalteerde, spirituele kantje niet helemaal kwijtgeraakt te zijn.

Ten derde stoort mij de wanorde en het gebrek aan chronologie in dit boek. (Ligt ook deels aan mezelf ongetwijfeld). Er zijn verschillende hoofdstukken, die allemaal een verschillend onderwerp of uitgangspunt hebben, maar daar blijft het nooit bij. Er wordt van alles bijgesleept, waardoor elk hoofdstuk een ratjetoe wordt, waarin vaak tientallen figuren optreden, die soms in latere hoofdstukken nog eens terugkomen, zonder veel bijkomende referentie. Dan moet je al in het personenregister gaan zoeken, van wie was dat ook alweer? Ik deed relatief lang over het boek, en raakte al gauw de draad kwijt van sommige personages (toegegeven, mijn geheugen is ook niet meer wat het vroeger was).
Nu is het wel zo, dat Pye heel erg belezen is, te oordelen naar het uitgebreide notenregister achteraan, met verwijzingen in de tekst. Ook uit zijn dankwoord blijkt zijn zeer extensieve research, op vele plaatsen in Europa. Op zich zeer lovenswaardig, maar ik vraag me een beetje af of hij niet teveel onderwerpen wil aansnijden. Een meer selectieve benadering, met een kleiner aantal onderwerpen, waarop je dan dieper kunt ingaan op hetzelfde aantal bladzijden, zou misschien een krachtiger werk opgeleverd hebben. “Schrijven is schrappen”, zei Godfried Bomans, en ik vrees dat Pye dat niet voldoende gedaan heeft.
Als Pye zich houdt aan korte biografieën van bepaalde figuren, bv. de Portugees-Joodse Dona Gracia, of Tyndale, of Gilbert Van Schoonbeke, of het verhaal van Simon Turchi, is hij nog het meest genietbaar, maar ook hier ontbreekt vaak de diepgang die een boek werkelijk boeiend maakt.
Nog een voorbeeld: het schilderij De Vleesstal van Pieter Aertsen (p.219). Gelukkig over 2 blz. gereproduceerd bij de illustraties. Volgens Pye is dit een politiek schilderij en gaat het over Antwerpen in 1551. Dat het over Antwerpen gaat is een no-brainer: Aertsen werkte alleen in Antwerpen, de handjes staan erop en het waarmerk van de Antwerpse tingieters op de tinnen schotel. Daarbovenop komt de interessante mededeling over Maria op de ezel die een aalmoes uitdeelt, en dat deze afwijking van de klassiek vlucht naar Egypte alleen rond die tijd in Antwerpen voorkwam. De rommelige, vervallen staat van de schuur en de uitgestalde waren wijzen volgens Pye op het teloorgaan van de privileges van de vleeshouwersgilde. En het bordje rechts boven met de vermelding van 154 roeden land te koop, wijst volgens Pye rechtstreeks naar Gilbert Van Schoonbeke. Na enkele blz. over het werk van Van Schoonbeke is er dan een bruggetje van Aertsen naar zijn vriend Hadrianus Junius, uitgever van Juvenalis en zijn Satiren. De cirkel van Antwerpen naar Rome is dan rond. Heel interessant, maar het rolt er allemaal quasi vanzelfsprekend uit, zonder al te veel onderbouwing. Daarvoor moet je teruggrijpen naar het notenregister, waarin de bronnen vermeld staan: Charlotte Houghton, This was tomorrow, Pieter Aertsen’s Meat Stall as contemporary art. The Art Bulletin, 86:2, 277-300.
Weer kom ik hier tot de vaststelling dat Pye een interessant onderwerp aansnijdt, maar niet ten gronde doorspit.

De illustraties zijn zeker een meerwaarde, maar niet altijd even oordeelkundig gekozen, naar mijn gevoel. Portretten van Christoffel Plantijn of Gaspar Ducci (wie?) boeien mij niet zozeer. Ik had dan liever ipv het titelblad van de atlas van Ortelius een van zijn kaarten gezien, die in de tekst beschreven worden.
Ook de kaarten in het begin van het boek konden beter: het plattegrondje van Antwerpen is leuk, maar lang niet gedetailleerd genoeg. Er ontbreken massa’s elementen waarnaar in de tekst verwezen wordt. OK, je kunt er niet alles inzetten, maar toch.
Op het kaartje van de Spaanse Nederlanden, op zich interessant, staan dan weer talloze steden en streken waarover niets in de tekst wordt gezegd.
En de overzichtskaart van Europa/wereld met handelscontacten van Antwerpen lijkt mij eerlijk gezegd overbodig. Iedereen die dit boek wil lezen, weet wel ongeveer waar Venetië, Parijs, Madrid en Istanboel liggen. Ik betrapte mij erop dat ik alleszins geen enkele maal heb teruggegrepen naar deze kaart, in tegenstelling tot het plattegrondje van Antwerpen, waarbij ik meestal van een kale reis terugkwam en mijn toevlucht moest nemen tot een echte hedendaagse plattegrond. Tussen haakjes, op p.270 is in één enkel zinnetje sprake van Pape Jan, volgens mij toch niet zo algemeen bekend bij de gemiddelde lezer. Toch vond Pye het niet nodig hier iets meer over te zeggen.

Nee, geef mij dan maar Sandra Langereis met haar boek over Erasmus. Zij houdt zich aan de gekende geschreven bronnen (tot in de kleinste details als het moet), met hun graad van (on)zekerheid expliciet vermeld, met af en toe een monkelende tussenwerping en houdt zich ver van grote theorieën. Haar onderwerp is veel beter afgelijnd, en laat ook toe een precieze chronologie aan te houden. Allemaal dingen die ik mis bij Pye. (Interessant detail: Langereis staat wel degelijk vermeld in het notenregister van Antwerpen, de Gloriejaren!).
Zijn boek mist eenheid, detail en samenhang, en blijft een grabbelton, waaruit je soms aardige anekdoten naar boven haalt, maar even vaak vage prietpraat en haastwerk.

Lees meer
Schrijf je mening over dit boek. (Je voornaam & achternaam worden getoond)
Geef je waardering:

Uw recensie werd succesvol toegevoegd

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief