Ik ben er niet

Door Lize Spit

Waardering
Jouw waardering
Succesvol toegevoegd
‘Wij waren de twee scheefgezakte pilaren die, zodra je ze tegen elkaar aan deed leunen, steviger zouden staan dan één ongeschonden, op zichzelf staande pilaar ooit kon. Het zou goed komen met ons, zolang we samen bleven.’ De Brusselse Leo is tien jaar samen met haar vriend Simon. Verbonden door een moeizame jeugd, heeft het koppel weinig anders nodig dan elkaar. Tot alles kantelt: Simon komt midden in de nacht thuis en lijkt vanaf dat moment iemand anders. Langzaam valt Leo's minutieus opgebouwde bestaan uiteen, tot het punt waarop het gevaarlijk wordt. Ik ben er niet is een verhaal over toewijding en verraad, over twee mensen die op hun eigen manier gemankeerd zijn, maar die hun uiterste best doen opgemerkt te worden, lief te hebben en te leven. Lize Spit (1988) debuteerde in 2016 met Het smelt. Ze werd genomineerd voor vele prijzen, waaronder de Libris Literatuur Prijs en ze won o.a. de Boekhandelsprijs en de Bronzen Uil. Ook in het buitenland oogstte Het smelt veel succes. Ik ben er niet is haar tweede roman.

Wat anderen schrijven over dit boek

Door Guido Bergmans

op 05/01/2021

Ik ben er niet. Lize Spit

Precies hetzelfde stramien als Het Smelt: de hoofdstukken gaan heel veel over en weer in de tijd, waardoor je goed moet opletten. Het heden is een acuut, dramatisch moment, dat eerst alleen als zodanig aangegeven wordt, en waarvan de feiten slechts mondjesmaat naar voren gebracht worden. Tussendoor gaan we terug naar kindertijd, studententijd en nog veel andere momenten. Wat in het eerste boek concentratieverhogend kon werken (voor de ontvankelijken), is nu wat déjà vu.

Inhoudelijk krijgen we een klein jaar te zien van een koppel, Leo en Simon, waarvan de man een bipolaire stoornis heeft. De manier waarop hun leven zich ontplooit, wordt minutieus uit de doeken gedaan, ook met flashbacks naar hun kindertijd, waarin dan oorzaken voor de psychische stoornissen gezocht worden. Dat lijken mij de minder sterke delen van het verhaal. De actuele beschrijving van de psychose en hoe het stel daar mee omgaat, is gedetailleerd, vaak ontroerend, en komt heel authentiek over. Toch duurt het wel heel erg lang na de eerste acute fase, waar zelfs een kind kan zien dat er iets heel erg fout zit, vooraleer iemand de moed of het inzicht heeft Simon bij een psychiater binnen te gooien. Het is zoals bij The Shining door Stanley Kubrick. Vanaf het begin is Jack Torrance, het personage van Jack Nicholson niet normaal, zonder dat iemand daar de onvermijdelijke consequenties uit trekt. (Dit alles zeer tot ongenoegen van schrijver Stephen King, die vond dat het hoofdpersonage stilaan moest bezeten worden door het hotel.) Hierbij komen ook de eigenaardigheden van Leo haar persoonlijkheid naar voren: haar zorgobsessie, haar schuldcomplex, haar drang tot zelfverwezenlijking, haar hang naar appreciatie, haar kinderwens, die allemaal botsen met mekaar en met de psychose van Simon.

Qua stijl ook weer meer van hetzelfde, niet dat dat slecht is: Spit gebruikt heel veel vergelijkingen en metaforen. Sommige zijn echte vondsten, bij andere blijf ik wat puzzled achter. Ik snap ze dan waarschijnlijk niet. Een die me is bijgebleven: een echografie van een foetus doet denken aan een radarfoto van een storm. Die vergelijkingen zijn zo talrijk, dat het af en toe wat van het goede teveel wordt.
Op één blz. over de gesloten psychiatrie-afdeling:
sommige patiënten zitten de hele dag op stoelen in de gang, “als een treinstation dat niet bediend wordt”.
Het verpleeglokaal op de gang is als een terrarium. Simon ging hier soms op een lege bureaustoel zitten, omringd door het vinnige personeel, “als een wandelende tak tussen de krekels”.
Simon wordt soms onrustig en begint dan rond te dolen in de gang, “alsof zijn afstandsbediening in de handen van een kind was gevallen dat willekeurig op wat knopjes duwde”.
Maar OK, die vergelijkingen maken nu eenmaal een essentieel onderdeel uit van de stijl van Lize Spit, en zijn vaak briljant. Die paar keer dat ze wat irriteren, moet je er dan maar bijnemen. Toch dacht ik op het einde: misschien waren 350 blz. ipv 550 wel voldoende geweest.

Lees meer

Door André Oyen

op 27/12/2020

Met haar debuut Het smelt wist Lize Spit 200.000 lezers te veroveren en dat was toch wel een ongekend fenomeen in Vlaanderen. De pers was mild voor dit debuut, en de lezers reageerden met gemengde gevoelens. Persoonlijk vind ik het nog altijd een zeer sterk debuut. Of haar tweede boek ‘Ik ben er niet’ ook zo’n succes gaat kennen, was voor verschijnen zeer de vraag.
In ‘Ik ben er niet’ volgen we een jonge vrouw Leo, die filmstudies volgt en haar partner Simon Spruyt, een drie jaar oudere student animatie. Ze vormen aanvankelijk een zeer harmonieus koppel. Leo haar moeder is overleden en ook de moeder van Simon is overleden en dat schept een band.
Samen met poes Daan vormen ze een sterk driemanschap, dat elkaar liefdevol ondersteunt. Het is het verhaal van een verhouding tussen twee gehavende individuen die elkaar eerst ondersteunen, maar uiteindelijk samen ten val komen. Ook in Ik ben er niet wordt er weer met afwisselende tijdlijnen gewerkt. De totstandkoming van de verhouding tussen Leo en Simon wordt afgewisseld met een chronologisch verslag van de periode tussen mei 2018 en februari 2019, die wederom culmineert in een climax waarvan de lezer opnieuw middels korte, aftellende episodes langzamerhand op de hoogte wordt gebracht.
In de ruwweg negen maanden die Spit uitgebreid beschrijft, raakt de eens zo stabiele relatie van Leo ontwricht. Het begint plotseling: Simon komt een nacht laat thuis met een tatoeage achter zijn oor en vertelt uitzinnig dat hij zijn baan heeft opgezegd om als tattoo-ontwerper een eigen bedrijf op te zetten. Leo, die de stabiliteit juist koesterde en fantaseerde over een nieuw huis en een kind, ziet haar burgerlijke droombeeld verkruimelen.

Net zoals ‘Het smelt’ leest ‘Ik ben er niet’ als een trein. Lize Spit is zeer zorgvuldig in haar opbouw en laat je als lezer geen seconde los. Ook al komen bloedstollende scènes toch hoort alles bij het gebeuren dat zowel Leo als Simon sloopt.
Voor mij is dit boek een waardige opvolger van ‘Het smelt’, al vind ik in het nieuwe werk het liefdesverhaal, het samenleven for better and for worst, ongelooflijk mooi uitgewerkt.

Lees meer

Door Arne Cavents

op 24/12/2020

Na haar debuut “het smelt” schreef Lize Spit in haar gekende stijl een erg kwetsbaar doch subtiel vertederend verhaal.

Het is duidelijk dat Lize niet zomaar boeken schrijft om te schrijven maar wel degelijk op zoek gaat naar het beste wat de lezer wil.

De personages worden prachtig beschreven en het verhaal is zo fragiel dat je Read more about review stating Hoewel het zo fragiel is....zomaar in het boek zou stappen om de personages te omarmen.

Lize spit heeft in dit ontroerende toch wel schrijnende maar mooi en prachtig verhaal ingespeeld op de verbeelding van de lezer. Dit begint trouwens al in de titel.

Spit is erin geslaagd om mij als lezer mee te nemen in het personage van Simon, 570 pagina’s dacht ik hem dus ook te zijn. Dit krijgen dus enkel de beste auteurs voor elkaar...

Lees meer
Schrijf je mening over dit boek. (Je voornaam & achternaam worden getoond)
Geef je waardering:

Uw recensie werd succesvol toegevoegd

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief