IXION

Door Roberto Verde

Waardering
Jouw waardering
Succesvol toegevoegd
Hij nipt van zijn hete thee en een tergende gedachte sluipt binnen, misschien is er wel helemaal niks gebeurd op die zolder, dan hoort hij binnenkort dat de Spaanse bomma van Tony een zuurpruim was die het leven van haar man tot een hel maakte. Joseph Cohen? Wist je dat niet Herman? Die brave man is aan de rol gegaan met een femme fatale in Parijs, hij liet alles in de steek. Ja jongen, in die tijd ging dat zo… Wat zeg je? Een geheim? Haha! Nee jongen — jij hebt te veel fantasie… Dit boek gaat over de vriendschap tussen drie mannen, over een onopgelost mysterie en over een olieverfschilderij, op de achtergrond wordt ruimtetijd gebogen. Het begint in de lente van 2009 in een West-Vlaams dorp, dicht tegen de Franse grens. Roberto Verde is kunstschilder. Dit is zijn debuut.

Wat anderen schrijven over dit boek

Door Saskia imbert

op 29/04/2021

“Hij wil het geloven dat alles voorbestemd is: zeker is er niemand die met een Ferrari rondrijdt en maagd blijft!”

Gewezen architect en ondernemer Robert Verlinde maakte in 2013 een grote ommezwaai. Hij werd artiest, kunstschilder, onder de naam Roberto Verde . Onder deze naam verscheen vorig jaar ook zijn debuut, Ixion. De inspiratie voor zijn boek vond hij tijdens een bezoek aan het Louvre in Lens in een klein detail in het schilderij ‘Ixion koning van de Lapithen, bedrogen door Juno die hij wou verleiden’ van Rubens. Een afbeelding is ook achteraan in het boek terug te vinden. Het inspirerende schilderij is ondertussen naar het Louvre in Parijs verhuisd. Ik bezocht dit museum al een paar keer, een volgende keer ga ik dus graag op zoek naar Ixion!

De proloog wekte meteen mijn nieuwsgierigheid. Het is nog onduidelijk wat er precies aan de hand is. Iets met een schilder, in een donker gebouw… iets dat geheim moet worden gehouden. Het is echter lang wachten voor je als lezer uiteindelijk te weten komt wat er zich daar afspeelt. Het eerste gedeelte van Ixion draait voornamelijk rond Herman Kesteloot. Hij woont met zijn ouders in een landkasteel in een uithoek van Vlaanderen, tegen de Franse grens. Een echt rijkeluiszoontje. Hij wordt naar school gebracht in een Bentley door Tony Ramirez, de chauffeur van de familie. En voor zijn negentiende verjaardag staat er een Ferrari voor de deur. Maar echt gelukkig is Herman niet. Zijn postuur, fors lichaam en een been dat wat te kort is, speelt hem parten. En de relatie met zijn vader René, ook gekend als Dieu, verloopt stroef. Herman is blijkbaar niet de gedroomde opvolger voor het bedrijf. Die rol paste misschien beter bij de andere zoon, maar die is overleden. Herman voelt constant de teleurstelling van zijn vader, zijn neerbuigende houding. En toch wil hij graag gezien worden door hem.

Tijdens een vakantiejob binnen het bedrijf leert Herman Rafir kennen, een ingenieur. Rafir is een warmhartige man van Marokkaanse afkomst, een luisterend oor. Rafir is ook de onverwachte cafévriend van Alain. Alain is met tegenzin op pensioen. De verhuis van Antwerpen naar West-Vlaanderen is hem niet zo goed bevallen, maar hij is Elizabeth gevolgd. Gelukkig vindt hij afleiding in de academie, waar hij een schildercursus volgt. Zijn interesse gaat vooral uit naar Jessie, de docent. Enfin, tussen de drie mannen ontstaat een mooie vriendschap op café, hoewel hun achtergrond en karakter ver uit elkaar liggen.

Tijdens de cafépraat vertelt Herman over een bijzondere ontdekking. In het bijhuis heeft hij namelijk een soort van laboratorium op zolder ontdekt, en bijzondere papieren. Wie is Joseph Cohen, wat is het verband met de familie? Deze verhaallijn vond ik best intrigerend.

“Alain begrijpt er niks van, over een Duitser die lang geleden voor de familie Kesteloot zou hebben gewerkt, over een Jood, die Duits sprak en een Spanjaard die zich had opgehangen, of was het diens vrouw, over een kapot luik en rubberen matten… “En die man woonde op jullie zolder?’ vraagt hij verwonderd.”

En natuurlijk was ik heel benieuwd naar dat voorval in de proloog. Ik bleef echter lang op mijn honger zitten. Pas op de laatste pagina’s kwam ik in dat boeiende fragment terecht, in het museum.

Persoonlijk vond ik de aanloop van het verhaal te uitgesponnen. Als lezer kreeg ik wel een goed beeld van de personages en hun frustraties. Zowel de karakters als de achtergrond van de drie mannen is goed uitgewerkt. Ik heb zeker genoten van de sfeer die Roberto Verde knap weet te schetsen. Maar graag had ik langer in de geheimzinnige geschiedenis van dat laboratorium vertoeft. De interessante personages die daar aan bod komen had ik graag beter leren kennen, zeker omdat er mooie onderlinge connecties zijn.

De balans in Ixion was voor mij dus niet helemaal in evenwicht. Toch is dit een knap debuut. Een vlotte schrijfstijl, beetje Vlaams getint, vleugje humor. Het mythologische verhaal van Ixion is op subtiele wijze terug te vinden in het boek. Soms in kleine details, soms in de verhaallijn. De mooie integratie van kunst en muziek is voor mij zeker een pluspunt. Fijn om Panamarenko en Saramago tegen te komen tijdens het lezen. En de aandacht voor de vormgeving en uitvoering is bij Ixion zeker in orde. De afbeelding op de kaft wordt tijdens het lezen verklaard. De hardcover met gouden leeslint vind ik zeer stijlvol. Voor mij is deze mooie en verzorgde uitvoering een teken van respect naar de lezer toe.

Ik hoop dat Roberto Verde (grappig, ik lees zijn naam als Rober Toverde) blijft schrijven, me blijft verrassen. Zijn debuut geef ik alvast graag 3,5 welverdiende sterren!

Lees meer

Door Nathalie Brouwers

op 23/04/2021

Roberto Verde is een artiestennaam. Onder deze naam is Robert (Bob) Verlinde zowel schilder als debuterend schrijver. Onlangs bracht hij namelijk Ixion uit, een boek waarin hij een verhaal schetst over waarom de rechtertepel van de godin Hera op het schilderij Ixion van de grote P.P. Rubens ietsje lager staat dan verwacht. De mythe van Ixion gaat als volgt: de bergkoning Ixion zou godin Hera, en vrouw van oppergod Zeus, verleiden en zo zijn toorn oproepen. Aan de lezer de eer om de figuren in de personages van deze roman te herkennen.

Herman is het rijkeluiszoontje van een steenrijke industrieel. Hij heeft echter geen gemakkelijke jeugd en wordt op zijn college zelfs gepest vanwege de rijkdom van zijn familie. Hij trapt eens goed tegen de poort die achter hem dichtslaat als hij er eindelijk mag afzwaaien. Hij wil echter wel vader Kesteloot (‘Dieu’) opvolgen in het familiebedrijf, als die hem maar eens de kans zou geven om een redelijke job te geven. Als vakantiejob mag hij alvast Rafik (Raf) rondrijden, een ingenieur die normaal gezien met zijn eigen wagen rondrijdt maar die de vraag krijgt om deze gewoonte voor een paar maanden te laten varen. Er ontstaat een hechte vriendschap tussen de twee, zeker als Herman met de vuisten opkomt voor Rafik als deze nog maar eens racistische opmerkingen over zich heen krijgt. Ten slotte is er Alain die al met Rafik op café vriendschap gesloten had, en ook Herman in hun midden opneemt, al zijn ze erg verschillend. Alain heeft zijn actieve leven al even achter de rug, en gaat op café om zijn slechte relatie met zijn vrouw te verdrinken. Dat café geeft Herman wel de kans om de echte wereld binnen te stappen.

Ook al krijgt Herman al het geld voor een gemakkelijk leventje en voor zijn 19e verjaardag een Ferrari omdat zijn moeder de schijn hoog wil houden, is hij ongelukkig vanwege de minachting van zijn vader. Als student op ‘kamers’ op zijn eigen familie-eigendom, tast hij de grenzen af van wat hij kan doen om te rebelleren en toch in de gunst te blijven van de afstandelijke ouders die hem maar weinig liefde betonen. De vriendschap met de twee andere mannen vormen daarvoor gelukkig een tegengif. Terwijl hij die grenzen aftast, en zich regelmatig terugtrekt in de ‘villa’ op hun eigendom, en waar hij zelfs een feest geeft dat faliekant afloopt, komt hij een ‘geheim’ tegen en wil hij meer te weten komen over een zekere Joseph Cohen die ooit bij een voorvader van hem op bezoek moet zijn geweest en in de villa zijn onderkomen gekregen had. Eindelijk krijgt Herman van zijn vader op aandringen van zijn moeder een baantje onderaan de ladder. Als hij zo enkele treden verder omhoog kan klimmen, mag hij aan projecten gaan meewerken in Noord-Frankrijk, waaronder de dependance van het Louvre in Lens. Daar komt de Rubens uit de titel dan mee in het zicht…

Als debutant kan Verde je zeker meeslepen in dit verhaal dat getuigt van vriendschap en vertrouwen tussen de drie mannen en goed gespeend is van humor, vooral dan in de dialogen. Niet alle draadjes die hij door het verhaal weeft, zijn even goed afgewikkeld maar dat hoeft op zich ook niet een probleem te zijn; ze overtuigen alleen niet allemaal even goed. Omdat de personages Rafik en Alain misschien ook wat minder uitgewerkt zijn en de nadruk te veel op Herman ligt, ook al wordt hiertoe wel een poging ondernomen? De symboliek van het Ixion-schilderij terugvinden in het boek naast nog wat andere culturele referenties, vormt de extra af te schrapen laag in dit vlot te lezen en tragikomische boek. Voor die enkele toevallig opgemerkte schrijffouten hoeft Verde niet te vrezen, die kunnen anderen eruit halen voor hem en zijn ook niet typisch aan debuteren. Neen, als deze auteur nog verhalen te vertellen heeft, hoeft hij ze zeker niet voor zichzelf te houden.

Lees meer

Door Joke De Bock

op 03/09/2020

Citaat:
“Het was de schilder die het me vertelde op een terras in Antwerpen. ‘De gelijkenis met bestaande personen of bedrijven is toevallig,’ zei hij. ‘Mocht je er later over discussiëren, doe het dan over de details, niet over Pieter Pauwel Rubens, hij is en blijft de grootste.’ En dan volgde zijn gemompeld excuus: ‘Haar tepel staat te laag, je kan nog zien waar die had moeten staan…’”

Penseelstreek per penseelstreek, woord voor weloverwogen woord, schildert Roberto Verde zijn mysterieuze verhaal in laagjes tot de verhaallijnen en daarmee ook de levens van drie hoofdpersonages samenkomen. Het resultaat daarvan is een prachtig opgebouwd verhaal dat je meesleept van het voorwoord tot de laatste bladzijde.

Een ‘tijd-loos’ verhaal, dat verleden, heden en toekomst samenbrengt overgoten met een sausje van wetenschap en Griekse mythologie en tegelijk zo heerlijk herkenbaar omdat de auteur ons dankzij zijn beschrijvende taalgebruik mee neemt in de levens van de hoofdpersonages alsof we er zelf bij waren.

‘Il n’y a pas de coïncidences dans la vie’ proclameert de oude tante van één van de hoofdpersonages.
Pas in de epiloog besef je als lezer dat deze levenswijsheid ook op het boek zelf van toepassing is, dat de auteur niets aan het toeval heeft overgelaten.
Elk woord telt. Elk personage is precies daar neergezet waar het past in het grotere geheel, een geheel dat blijft nazinderen in je hoofd.

Een bijzonder knappe debuutroman van Roberto Verde.

Lees meer
Schrijf je mening over dit boek. (Je voornaam & achternaam worden getoond)
Geef je waardering:

Uw recensie werd succesvol toegevoegd

Nog meer boekennieuws op

Kom erbij en lees mee.

Begint het te kriebelen?

Goesting om jouw boekenkast aan te leggen?
Laat het leesplezier beginnen!

Log in met je VRT profiel

Meer leesplezier?

Blijf je graag op de hoogte van alle nieuwtjes?
We sturen je elke week een verse update!

Schrijf je in op de nieuwsbrief